Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Anticonceptiegebruik bij Belgische jongeren en volwassenen: feiten en cijfers

Cijfers

Er zijn 3 opvallende vaststellingen in verband met het anticonceptiegebruik in België. 

Trend 1: het anticonceptiegebruik bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd (15-49 jaar) stijgt

Het anticonceptiegebruik bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd (15-49 jaar) is toegenomen met 6% (van 48% naar 54%).

Meer bewust van anticonceptie

Dat de cijfers stijgen is een positieve zaak: meer vrouwen beschermen zich met moderne anticonceptiva tegen een ongeplande zwangerschap. Dat wijst erop dat meer vrouwen zich bewust zijn van anticonceptie en zich beschermen tegen een mogelijk ongeplande zwangerschap. 

 

Trend 2: het anticonceptiegebruik bij jongeren stijgt fors

De stijging van het anticonceptiegebruik komt gedeeltelijk door een sterke stijging bij jongeren. Het anticonceptiegebruik bij jongeren tussen 15 en 21 jaar is verdubbeld.

Verdubbeling anticonceptiegebruik bij jongeren

In 2015 zien we dat 58% van alle jongeren (15-21 jaar ) een betrouwbaar anticonceptivum hebben gebruikt. Het gaat om meer dan de helft van alle jongeren en over alle jongeren, ook de niet seksueel actieve. Dat weten we door de verkoopcijfers te vergelijken met het totaal aantal jongeren in dat jaar. 

 

Trend 3: veranderingen in het gebruiksprofiel

Afname pilgebruik, alternatieven in opmars

In 2004 gebruikte 85% van de vrouwen die anticonceptie gebruikten de pil. In 2015 is dat 77%. De pil is dus nog altijd zeker nummer één. Maar andere middelen kennen duidelijk een opmars. 

Alternatieve anticonceptiekeuze bij volwassenen: spiraal nummer één

Vrouwen kiezen vooral voor de spiraal als alternatief voor de pil. Drie vierde van de vrouwen die niet de pil gebruiken, gebruiken de spiraal. Dan volgen de vaginale ring, het hormonaal implantaat, de prikpil en de anticonceptiepleister.

Alternatieve anticonceptiekeuze bij jongeren: vooral hormonaal implantaat

Ook bij jongeren (-21 jaar) is de pil het meest gebruikte middel: 91% van de jongeren die anticonceptie gebruiken, gebruikt de pil, 9% een ander middel. Als alternatief voor de pil gebruiken jongeren in eerste instantie het hormonaal implantaat (25%), daarna volgen de pleister, de vaginale ring en het spiraaltje. 

Verschuiving in pilgebruik: voorkeur 2e generatie

Ook in de keuze van de pil zijn er verschuivingen. Zo neemt het gebruik van de 1e generatie anticonceptiepillen af. Vanaf 2013 daalt ook het gebruik van de pillen van de 3e en 4e generatie. Het pilgebruik van de 2e generatie en van de minipil neemt sinds 2012 duidelijk toe. 

Deze toename situeert zich vooral bij de jongeren: 25% van de gebruikers van de 2e generatie pillen zijn jongeren. De daling van de 3e en 4e generatie pillen heeft ongetwijfeld te maken met de berichtgeving in de media.

Begin 2013 berichtten de media over de risico’s van deze pillen op de gezondheid (licht verhoogd risico op trombose). Naar aanleiding daarvan schreef het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) voor dat de 2e generatie pillen te verkiezen zijn boven die van de 3e en 4e generatie.