Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Jongeren en ongeplande zwangerschap: feiten en cijfers

Inleiding

Deze Feiten en cijfers gaat over (ongeplande) zwangerschappen en anticonceptiegebruik bij jongeren (tot en met 19 jaar) in Vlaanderen en België. Abortuscijfers bij de algemene bevolking vind je in de feiten en cijfers abortus.

Ongepland versus ongewenst

De meeste tienerzwangerschappen zijn ongepland. Maar daarom niet altijd ongewenst. Een ongeplande zwangerschap kan evengoed gewenst zijn of evolueren naar een gewenste zwangerschap.

Officiële registratiedatabanken

De cijfers zijn gebaseerd op een aantal officiële registratiedatabanken van de overheid:

Analyse en verwerking

Deze gegevens worden jaarlijks geanalyseerd en verwerkt door Marjolijn De Wilde, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (CSB).

Definities

Welke cijfers gebruiken we precies om ongeplande zwangerschappen bij jongeren in kaart te brengen?

Geboortecijfer

Het geboortecijfer is het aantal geboortes per 1.000 vrouwen per jaar.

Abortuscijfer

Het abortuscijfer is het aantal abortussen per 1.000 vrouwen per jaar.

Zwangerschapscijfer

Het zwangerschapscijfer is het aantal aantal zwangerschappen per 1.000 vrouwen per jaar. 

Recentste Cijfers

En 2012 waren er ongeveer 3 geboortes per 1000 Vlaamse meisjes tussen 10 en 19. Voor Wallonië en Brussel ligt het geboortecijfer hoger. Het overgrote deel van de tienerabortussen en tienerzwangerschappen doet zich voor bij 15-19 jarigen.

Tienerouderschap in Vlaanderen

In 2012 hadden ongeveer 1.089 pasgeborenen in Vlaanderen een tiener (10-19 jaar) als moeder. Dat komt neer op ongeveer 3 geboortes per 1.000 Vlaamse meisjes tussen 10 en 19 jaar. Vooral oudere tieners worden moeder. 5 tienermoeders waren jonger dan 15 jaar. Bijna 80% was 18 of 19 jaar. Als je de groep 15-19 jarigen eruit licht, waren er in 2012 6 geboortes per 1.000 Vlaamse meisjes (15-19 jaar).

Tienerouderschap in België

De gegevens over tienerouderschap op Belgisch niveau zijn beperkt tot 2010. In 2010 waren er 9 geboortes per 1.000 Belgische meisjes tussen 15-19 jaar. Dat dit cijfer hoger ligt dan het gelijkaardige Vlaamse geboortecijfer, ligt aan de geboortecijfers in Wallonië en Brussel (2010).

  • Wallonië: 13 geboortes per 1000 15-19-jarige meisjes
  • Brussel: 15 geboortes per 1000 15-19-jarige meisjes

Tienerabortussen in België

De abortuscijfers voor 2012 zijn nog niet bekend. Het rapport met deze gegevens wordt in de loop van 2014 uitgebracht.

In 2011 werden in België 2.644 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd bij min-20-jarigen. Dit betekent dat bij ongeveer 4 op 1.000 meisjes jonger dan 20 jaar de zwangerschap werd afgebroken. Het overgrote deel van de tienerabortussen gebeurt bij 15-19 jarigen. 3% van de zwangerschapsafbrekingen gebeurde bij 10-14 jarigen.

Het aantal abortussen bij tieners kent in België regionale verschillen. In het Vlaams gewest werd bij ongeveer 6 op 1.000 meisjes tussen 15 en 19 jaar de zwangerschap afgebroken, in het Waals gewest was dit ongeveer 10 op 1.000 en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was dit ongeveer 18 op 1.000.

Tienerzwangerschappen

Het aantal tienerzwangerschappen omvat het aantal tienerouders en het aantal tienerabortussen samen. In 2011 waren er in Vlaanderen 2.258 tieners tussen 10 en 19 jaar zwanger. Dit betekent dat ongeveer 7 op 1.000 Vlaamse meisjes tussen 10 en 19 jaar zwanger was in 2011. Het overgrote deel van de tienerzwangerschappen (98%) komt voor bij 15–19 jarigen. Ongeveer 13 op 1.000 meisjes tussen 15 en 19 jaar was zwanger in in 2011. Het overgrote deel van de tienerzwangerschappen (98%) komt voor bij 15–19 jarigen. Ongeveer 13 op 1000 meisjes tussen 15 en 19 jaar was zwanger in 2011. 

Tabel: zwangerschapscijfer, abortuscijfer en geboortecijfer in 2011

LeeftijdZwangerschapscijfer
Vlaanderen
Zwangerschapscijfer
België*
10-14 jr0,21 ‰/
15-19 jr12,53 ‰/
10-19 jr6,57 ‰/
LeeftijdAbortuscijfer
Vlaanderen
Abortuscijfer
België
10-14 jr0,12 ‰0,29 ‰
15-19 jr5,49 ‰8 ‰
10-19 jr2,90 ‰4 ‰
LeeftijdGeboortecijfer
Vlaanderen
Geboortecijfer
België
10-14 jr0,08 ‰/
15-19 jr7,04  ‰/
10-19 jr3,68  ‰/

* Het zwangerschapscijfer en geboortecijfer voor België (2011) zijn nog niet gepubliceerd. De Vlaamse cijfers zijn afkomstig van SPE en gecorrigeerd met een schattingscijfer dat op basis van een vergelijking doorheen de jaren van ADSEI en SPE cijfers berekend werd door Marjolijn De Wilde.

Opleiding en nationaliteit

De overgrote meerderheid van de tienermoeders studeert nog of leeft van een vervangingsinkomen. Ze hebben vaak een lager diploma dan hun leeftijdsgenoten en zijn vaker gehuwd.

Sociodemografische kenmerken van tienerouders

Bij de registratie van een abortus worden amper persoonlijke gegevens van de geaborteerde vrouw vermeld. Bij de registratie van een geboorte moet een ouder (of arts) naast gegevens over het kind, wél nationaliteit, opleidingsniveau, beroepsstatus, burgerlijke staat en dergelijke opgeven. Op basis van geboorteregistraties van kinderen van tieners in Vlaanderen tussen 2002 en 2006 analyseerde De Wilde (2009) de sociodemografische kenmerken van tienerouders.

Uit dit onderzoek blijkt dat 54% van de minderjarige moeders zichzelf student noemt. Ongeveer 9% van de minderjarige moeders geeft aan te werken. De overige 37% heeft een regeling voor zwangerschaps-, bevallings- of ziekteverlof, al dan niet door de dokter toegekend.

Lager opleidingsniveau

Bij de meerderjarige moeders geeft 10% aan student te zijn. Meer dan 70% van de meerderjarigen is niet actief (werkloos of zonder beroep). Van de niet schoolplichtige moeders heeft ongeveer de helft een diploma hoger middelbaar. Een derde heeft een diploma lager middelbaar en ongeveer 10% is lager geschoold. Zowel in beroepsstatus als diploma wijken de tienermoeders af van hun leeftijdsgenoten: hun beroepsstatus en diploma zijn lager en ze zijn vaker gehuwd (De Wilde, 2009).

Nationaliteit van oorsprong

Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat 75% van de tienermoeders in Vlaanderen de Belgische nationaliteit heeft bij de geboorte van hun kind. Binnen de groep moeders met vreemde afkomst vormen de meisjes uit het Midden-Oosten (vooral Turkije), uit Oost-Europa (vooral Ex-Joegoslavië) en uit Noord-Afrika (vooral Marokko) de grootste groepen. De Oost-Europese moeders zijn vaker jong, laag geschoold, niet actief en geven geen gegevens van de vader van het kind op bij de registratie. Dat doet vermoeden dat er geen of een problematisch contact is. Noord-Afrikaanse moeders en meisjes uit het Midden-Oosten zijn ouder en in bijna 90% van de gevallen gehuwd (De Wilde, 2009).

Vergelijking met vorige jaren

In België daalt het aantal tienermoeders sinds 2007, maar er zijn regionale verschillen. In Vlaanderen (2012) is het aantal tienermoeders nog nooit zo laag geweest. Deze daling wordt de laatste jaren niet meer gecompenseerd door een stijging van het aantal abortussen. Dat betekent dat in België minder tieners zwanger raken.

Tienerouderschap

In België daalt sinds 2007 het aantal tienermoeders. In 2010 werden 2.906 tieners moeder in België, terwijl dit er in 2007 nog 3.319 waren. Het geboortecijfer bij 10-19 jarigen was in 2007 5,41. In 2010 was dat 4,75.

Deze daling gaat op voor alle regio's in België, zij het niet overal even sterk. Traditioneel liggen de bevallingscijfers het laagst in de provincies Luxemburg (2 geboortes per 1.000 meisjes tussen 15 en 19 jaar in 2010), Vlaams en Waals-Brabant (bijna 4 geboortes per 1000 meisjes tussen 15 en 19 jaar). De hoogste cijfers zijn terug te vinden in Henegouwen (bijna 25 geboortes per 1.000 meisjes) en Brussel (16 geboortes per 1.000 meisjes).

Nog minder tienerouders in Vlaanderen

Voor Vlaanderen zijn er recentere data beschikbaar die wijzen op een nog meer uitgesproken dalende trend. Het aantal tienermoeders in Vlaanderen is met 6 bevallingen op 1.000 meisjes tussen 15 en 19 jaar in 2012 nog nooit zo laag geweest. Deze trend is gebaseerd op gegevens van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE), gecorrigeerd met een schattingsterm, gebaseerd op een vergelijking tussen de cijfers van ADSEI en SPE.

Tienerabortussen

Waar het aantal abortussen bij tienermeisjes tot voor kort (licht) stijgend was sinds de legalisatie van abortus, is er sinds 2009 voor het eerst sprake van een stabilisatie tot daling in Vlaanderen. In Wallonië blijft het aantal abortussen licht toenemen. In Brussel is er sinds 2007 een sterke daling.

In 2007 bedroeg het Belgisch abortuscijfer bij 10-19-jarigen 2,91, in 2011 was dat 2,90.

Tienerzwangerschappen

De laatste jaren is er een daling van het aantal tienermoeders. Deze daling wordt niet (meer) gecompenseerd door een stijging van het aantal abortussen bij tieners. De laatste jaren worden er dus in België minder tieners zwanger. In 2010 was het zwangerschapscijfer bij -20 jarigen in België 8,95. In 2007 was dat 9,74.

Vergelijking met buurlanden

België doet het wat betreft de preventie van tienerzwangerschappen goed tot redelijk goed in vergelijking met de andere Europese landen. 

Tienerouderschap

België bevindt zich op het gebied van tienerouderschap in de helft met de lagere cijfers wanneer we het vergelijken met de andere Eurostat-landen. Bij een vergelijking met de rijkere EU-lidstaten bevindt België zich in de middenmoot.

Tienerabortussen

België behoort bij de groep Europese landen met de laagste abortuscijfers bij tieners. De laagste abortuscijfers (minder dan 10 per 1000 vrouwen tussen 15 en 19 jaar) bij tieners werden naast België gerapporteerd in Griekenland, Litouwen, Duitsland, Slovenië, Italië, Tsjechië, Slovakije, Nederland en Portugal. Zweden, Verenigd Koninkrijk en Estland telden 20 of meer abortussen per 1000 vrouwen tussen 15 en 19 (Reprostat 2011).

Risicofactoren-Beschermende factoren

Anticonceptiegebruik beschermt tegen een ongeplande zwangerschap. Bij jongeren blijven pil en condoom de meest gebruikte middelen. Kennis over anticonceptie is nodig, maar kennis alleen is niet genoeg. Onderzoek toont aan dat ook andere factoren heel belangrijk zijn.

Anticonceptiegebruik Vlaamse jongeren

Uit wetenschappelijk onderzoek bij schoolgaande jongeren in Vlaanderen in 2010 (Hublet, 2011) blijkt dat jongeren bij de laatste keer:

  • zowel de pil als een condoom hadden gebruikt (35%);
  • alleen de pil hadden gebruikt (30%);
  • alleen een condoom hadden gebruikt (23%);
  • geen pil en geen condoom hadden gebruikt (12%). In deze groep zitten zowel jongeren die niets gebruikten en andere methoden rapporteerden zoals terugtrekken en de noodpil. De 'nieuwere' methoden zoals pleister en vaginale ring worden zeer weinig gebruikt.

Pil blijft nummer één

Ook de resultaten uit Sexpert onderzoek bevestigen dat de jongeren vooral de pil gebruiken. Jongeren tussen 14 en 17 kiezen vooral (64%) voor de pil (Buysse e.a., 2013). Andere cijfers geven eveneens aan dat meer jonge meisjes dan vroeger de pil gebruiken: op 13-14 jaar is dit 47,2 % van de meisjes (in 2006: 40%, in 2002: 36%). Bij de 17-18-jarigen blijkt een plafond bereikt te zijn: 86,4% van de meisjes gebruikte de pil in 2010 (in 2006: 86%, in 2002: 80%) (Hublet, 2011).

Voorwaarden correct anticonceptiegebruik

Onderzoek toont aan dat verschillende factoren een rol spelen bij (correct) anticonceptiegebruik (De Neef, 2010):

  • kennis en attitudes tegenover seksualiteit en anticonceptie;
  • zelfeffectiviteit met betrekking tot de toepassing van anticonceptie;
  • het seksueel zelfbeeld;
  • de risicoperceptie;
  • genderopvattingen;
  • het wel of niet hebben van een toekomstperspectief.

Vaardigheden van jongeren noodzakelijk

Daarnaast moeten jongeren over verschillende vaardigheden beschikken om anticonceptie (correct) te gebruiken (De Neef, 2010)

  • kunnen anticiperen op seksueel contact (vooruit kunnen zien, voorbereid zijn);
  • kunnen plannen van anticonceptie;
  • anticonceptie kunnen bespreken met de partner;
  • anticonceptie kunnen toepassen;
  • seks zonder anticonceptie kunnen weigeren.

Counseling en zorg op maat

Structurele factoren zoals toegang tot (nood)anticonceptiemiddelen, anticonceptiecounseling en zorg op maat spelen eveneens een belangrijke rol. Ook de houding van de directe omgeving en de maatschappij tegenover seksualiteit en anticonceptie is belangrijk. Taboes en verbieden hebben een negatieve invloed op correct anticonceptiegebruik. Het gebruik van anticonceptie wijst er immers op dat jongeren wel seksueel actief zijn. En dat ze dus gedrag stellen dat ingaat tegen verwachtingen en normen (Bajos, 2002).

Beleidsaanbevelingen

Adequate seksuele vorming, laagdrempelig consult en gunstige randvoorwaarden zijn de 3 pijlers waarop de preventie van ongeplande zwangerschap bij jongeren rust.

Preventie van ongeplande zwangerschap in RSV

Preventie van ongeplande zwangerschap moet als thema gewaarborgd zijn in de relationele en seksuele vorming van jongeren. Relationele en seksuele vorming van jongeren draagt bij tot het ontwikkelen van kennis, attitudes en vaardigheden die nodig zijn om een ongeplande zwangerschap te voorkomen.

Belangrijke aandachtspunten zijn:

  • kennis over de voortplanting en de verschillende (nood)anticonceptiemogelijkheden;
  • positieve attitudes tegenover de eigen seksualiteit;
  • de interactiecompetentie verhogen.

Deze vorming moet gewaarborgd zijn in het secundair onderwijs. Een aangepast programma rond lichaamsbeleving, vruchtbaarheid, anticonceptie, en seksualiteit in de lagere school is een belangrijk aandachtspunt.

Laagdrempelig anticonceptieconsult

Anticonceptieconsult moet laagdrempelig zijn. En er zijn belangrijke voorwaarden:

  • Artsen en psychosociale begeleiders zijn makkelijk te bereiken.
  • Er worden gratis of goedkoop diensten aangeboden.
  • Hulpverleners kunnen onbevooroordeeld over zwangerschap spreken met jongeren en vooral hun privacy garanderen.
  • Er is een automatische derdebetalersregeling voor jongeren bij een doktersconsult.
  • De double dutch-methode (dubbel gebruik van anticonceptie en condoom) wordt besproken binnen de anticonceptiecounseling.
  • De keuze voor een anticonceptiemiddel wordt afgetoetst aan de levensstijl, de financiële situatie en andere persoonlijke kenmerken van de gebruikster én haar partner

Randvoorwaarden verbeteren

De randvoorwaarden om noodanticonceptie te gebruiken kunnen beter.

  • Gebruik van noodanticonceptie vermindert de kans op een ongeplande zwangerschap na een onbeschermd contact aanzienlijk. Over de noodpil bestaan echter nog heel wat misvattingen.
  • Bovendien missen vele meisjes de vaardigheid om hun eigen risico op een ongeplande zwangerschap na een onbeschermd contact in te schatten. Installeren en instandhouden van een adequate risico-inschatting en bijhorend gedrag is dus uitermate belangrijk. Voor jongeren is het belangrijk dat dit binnen de relationele en seksuele vorming voldoende aandacht krijgt.
  • Jongeren moeten op grote schaal toegang krijgen tot correcte informatie over de werking en toegankelijkheid van noodanticonceptie. Zo kunnen we misverstanden en gebrek aan kennis wegwerken.

Wat doet Sensoa?

Sensoa heeft als partnerorganisatie van de Vlaamse overheid de opdracht om de seksuele gezondheid in Vlaanderen te bevorderen. De preventie van ongeplande zwangerschappen is dan ook één van de 3 grote thema's binnen haar werking. Sensoa wil het aantal ongeplande tienerzwangerschappen en zwangerschapsafbrekingen in Vlaanderen en Brussel zo laag mogelijk houden. 

Informeren en sensibiliseren

Om ongeplande zwangerschappen te helpen voorkomen informeert en sensibiliseert Sensoa over anticonceptie en correct anticonceptiegebruik:

  • Sensoa biedt informatie over anticonceptie op Allesoverseks.be, de vernieuwde site over seks en relaties voor jongeren tussen 15 en 25 jaar. Jongeren vinden er informatie over soorten anticonceptie, hoe je anticonceptie kiest en wat je moet doen als je je pil vergeten bent. De site bereikte in 2014 bijna 800.000 bezoekers.
  • Jongeren kunnen op Allesoverseks.be ook een persoonlijke vraag insturen als ze op de site geen antwoord vinden. Die vragen worden beantwoord door medewerkers van de Jongerenadviescentra (JAC) en Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW).
  • Informatie over anticonceptie is opgenomen in de jongerenbrochures van Tag!Boys Tag!Girls voor 12 tot 15 jarigen en Link! voor jongeren vanaf 15 jaar.

Relationele en seksuele vorming

De preventie van ongeplande zwangerschap is opgenomen als één van de doelstellingen en thema's van relationele en seksuele vorming. In de Leermiddelenbank is educatief materiaal voorhanden om te werken aan kennis, attitudes en vaardigheden rond anticonceptie. Een succesvol leermiddel is de Anticonceptiekoffer. Door samenwerking met regionale 'ontleenpunten' is de koffer in verschillende steden beschikbaar. Sensoa organiseert ook jaarlijks een vorming rond anticonceptie voor begeleiders van jongeren.

CoverTussendeLakens

Er is een interactief lespakket Tussen De Lakens, een babbelmethodiek voor seksuele vorming. Met een innovatieve module om anticonceptie te bespreken. Ook jongens worden aangesproken om mee te denken over anticonceptie.

Week van de Lentekriebels 2014


folderWVL2014Anticonceptie is in 2014 het thema van de Week van de Lentekriebels waarmee Sensoa elk jaar aandacht vraagt voor een goede relationele en seksuele vorming in het middelbaar onderwijs. De boodschap die meegegeven wordt is  'Kies anticonceptie die bij je past'. Met deze campagne wil Sensoa ook jongens aanspreken.

 


Bronnen

Bajos, N. & Ferrand, M. (2002). De la contraception à l'avortement. Inserm.

De Neef, M. & Van Dijk, L. (2010). Achtergronden van inadequaat anticonceptiegebruik bij jongeren. Rutgers Nisso Groep.

De Wilde, M. (2009). Sociodemografische kenmerken tienerouders in Vlaanderen. Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen.

De Wilde, M. (2013). Tienerouderschap in Vlaanderen: recente cijfers en een studie over beeldvorming (Persbericht). 

Hublet, A., Vereecken, C. & Maes L. (2011) Studie Jongeren en Gezondheid 2010. Vakgroep Maatschappelijke gezondheidkunde; Universiteit Gent.

Nationale commissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (2010). Verslag ten behoeve van het parlement 1 januari 2008 - 31 december 2009. Brussel. 

Reprostat (2011). The reproductive health report. The state of sexual and reproductive health within the European Union.

www.riziv.be