Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Ongeplande zwangerschap in België: feiten en cijfers

Vergelijking met vorige jaren

In absolute cijfers zien we een stijging sinds de vorige jaren. Afgewogen tegenover het aantal vrouwen in de reproductieve leeftijd en het aantal zwangerschappen is de stijging kleiner. De stijging is volgens experts vooral gerelateerd aan de betere registratie.

Stijging

In absolute cijfers is er sprake van een stijging. In 2011 werden 483 abortussen meer uitgevoerd dan in 2010, 1.938 meer dan in 2006 en 4.803 meer dan in 2001.

Als we het aantal abortussen afwegen tegenover het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd of het aantal zwangerschappen is deze stijging veel kleiner. Zo is er een lichte stijging van het abortuscijfer van 7,5 in 2002 naar 9,3 in 2011. Ook het abortuspercentage blijft de laatste jaren stabiel: 0,12 in 2005 ten opzichte van 0,13 in 2011.

2002

7,5

2003

8

2004

8,1

2005

8,5

2006

8,7

2007

8,9

2008

9,2

2009

9,2

2010

9,3

2011

9,3

Tabel: Evolutie abortuscijfer België 2002-2011

Betere registratie

Experts gaan ervan uit dat de stijging van de cijfers grotendeels het gevolg is van een betere registratie in de ziekenhuizen en de abortuscentra. Dat zorgt ervoor dat het aantal niet-geregistreerde ingrepen alsmaar kleiner wordt. Vrouwen ervaren ook minder drempels om een abortus te laten uitvoeren als oplossing voor hun ongeplande en ongewenste zwangerschap. Dankzij de wettelijke omkadering, de verbeterde toegankelijkheid, de kwaliteit van de geboden hulpverlening en de terugbetaling van de abortusingreep door het RIZIV sinds 2002 (Crombrugge, 2003).