Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Seksualiteitsbeleving van Vlaamse jongeren: feiten en cijfers

Samenvatting

Hoe zit het met de seksuele carrière van Vlaamse jongeren? Wanneer tongzoenen ze voor het eerst en vindt de eerste coïtus plaats? Zijn er verschillen tussen jongens en meisjes, tussen jongeren uit het algemeen secundair, technisch en beroepsonderwijs?

We kunnen de resultaten uit wetenschappelijk onderzoek niet veralgemenen naar de hele doelgroep jongeren, maar ze geven wel tendensen aan.

Eerste seksuele ervaringen van jongeren

Jongeren beginnen stap voor stap aan seks. Al deze stappen noemen we de 'seksuele carrière'. Van zoenen en tongzoenen naar strelen boven en onder de kleren tot coïtus en andere vormen van seksualiteit.

47,3% van de Vlaamse jongens en 52,5% van de meisjes van 17-18 jaar zegt dat ze al ervaring met coïtus hebben (Hublet, 2016). De gemiddelde seksuele carrière van Vlaamse jongeren start op hun 12e. Dan geven ze hun eerste kus. De eerste coïtus volgt gemiddeld pas 2,7 jaar later (Buysse e.a., 2013).

Orale seks heeft geen vaste plek in de seksuele carrière. Sommige jongeren hebben al orale seks voor de eerste coïtus, anderen pas later.

Grafiek 1: Leeftijd waarop de helft van de 17-18-jarige jongens of meisjes aangeven ervaring te hebben met het benoemde seksueel gedrag (Beyers, 2014).

Minder vroege starters 

In 2014 zei 47,3% van de 17-18-jarige jongens dat ze al ervaring hadden met geslachtsgemeenschap. In 2010 was dat 48%, in 2006 was dat 52% en in 2002 was dat 49%.

In 2014 zei 52,5% van de 17-18-jarige meisjes dat ze al ervaring hadden met geslachtsgemeenschap. In 2010 was dat 52,5%, in 2006 was dat 57% en in 2002 53% (Hublet, 2016). Er is de afgelopen 15 jaar dus zeker geen sprake van een stijging 

 Evolutie van het percentage jongeren dat ervaring heeft met geslachtsgemeenschap in 2006, 2010, 2016 per geslacht en per leeftijdsgroep (Hublet, 2016)

Grafiek 2: Evolutie van het percentage jongeren dat ervaring heeft met geslachtsgemeenschap in 2006, 2010, 2016 per geslacht en per leeftijdsgroep (Hublet, 2016). 

Cijfers

Eerste keer seks bij jongens en meisjes

Significante geslachtsverschillen duiken bij het onderzoek van Beyers (2014) enkel op bij masturbatie. Jongens zijn gemiddeld een jaar jonger (12 jaar en 4 maand) dan meisjes (13 jaar en 5 maand). We zien vooral onder jongens een daling van vroege starters.

Meisjes zonder eerste ervaring geven vaker aan dat dit een eigen keuze is. Ze hebben er geen behoefte aan, willen geen seks voordat ze getrouwd zijn, hebben de juiste nog niet gevonden of vinden seks eng. Jongens geven vaker aan dat het er nog niet van kwam of dat er nooit iemand was die dat met hen wilde doen (De Graaf e.a., 2005).

Ander onderzoek toont dat er een groep jongeren is die zich onzeker voelt over hun uiterlijk, omdat ze beseffen dat ze niet voldoen aan de ‘sexy idealen’ zoals voorgesteld in media. Daardoor gaan ze lichamelijke intimiteit vermijden, terwijl ze daar wel klaar voor zijn. Maar uit het onderzoek blijkt ook dat het verband tussen lichaamsbeeld en (vroege) start met seks niet eenduidig is. Want je hebt ook een groep jongeren die zichzelf gaan zien als een object, dat voornamelijk gewaardeerd en geëvalueerd wordt op basis van uiterlijk en seksuele aantrekkelijkheid. Zij starten door een behoefte aan bevestiging van partners vroeger met seks dan ze op eigen initiatief zouden doen (Rousseau, 2016).

Helft seks gehad op 17

Op 13-14 jaar heeft 6% van de jongens en 3% van de meisjes al eens seks gehad. Op 15-16 jaar heeft 19% van de jongens en 17% van de meisjes een eerste keer beleefd (Hublet, 2016). 

Sexpert-cijfers geven aan dat tussen 17 en 18 jaar een grote groep jongeren een eerste geslachtsgemeenschap beleeft (Buysse e.a., 2013). Op 17 jaar heeft 50% van de jongeren al seks gehad, op 18 is dat al 75%. Over de schoolgaande jongeren kunnen we stellen dat de helft zijn 'eerste keer' voor en de andere helft na de middelbare schooltijd beleeft (Hublet, 2016). 

Meisjes en holebi's beginnen later aan seks

Vlaamse jongens beginnen gemiddeld vroeger met hun seksuele carrière, maar meisjes doorlopen hun carrière sneller. Ook holebi-jongens doorlopen die carrière doorgaans sneller dan hetero-jongens. Hun eerste kus komt vaak pas later, maar ze doen het voor het eerst op ongeveer dezelfde leeftijd als heterojongens (Vanden Berghe, 2008).

Opleidingsniveau en eerste seks

Het bestaande onderzoek geeft tegenstrijdige resultaten. Volgens Beyers (2009) zijn er meer jongeren in het technisch secundair onderwijs (TSO) die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap dan jongeren in het algemeen (ASO) en beroeps-secundair onderwijs (BSO). Maar volgens HBSC-onderzoek hebben meer jongeren uit het BSO ervaring met geslachtsgemeenschap dan jongeren uit het TSO en hebben meer jongeren uit het TSO ervaring met geslachtsgemeenschap dan jongeren uit het ASO (Hublet, 2016). Onderzoek over ervaring met genitale seks in het algemeen sluit zich daarbij aan. Jongeren uit het ASO (14 jaar en 11 maand) zijn gemiddeld ouder dan jongeren uit het TSO (14 jaar 9 maand) of BSO (14 jaar 7 maand) bij hun eerste ervaring met genitale seks (Beyers, 2014).

In vergelijking met 2010 is er een significante stijging bij jongens in het algemeen secundair onderwijs en het technisch onderwijs. Een significante daling is dan weer te vinden bij jongens in het beroepsonderwijs (Hublet, 2016).

Partners bij de eerste keer

  • De eerste keer gebeurde in 90% van de gevallen met het lief of de partner, bij 7% gebeurde dat met een vriend of vriendin en bij 3% met een toevallige partner (Beyers, 2014).
  • Jongens hebben de eerste keer vaker een partner die jonger is dan zijzelf (Buysse, 2012). Meisjes hebben hun eerste keer meestal seks met een partner van dezelfde leeftijd of ouder (Buysse, 2012).
  • Bij holebi-jongens is de eerste partner meestal ook een aantal jaar ouder (Vanden Berghe, 2008).

Vergelijking met buurlanden

De seksuele carrière van Vlaamse jongeren is vergelijkbaar met die van Nederlandse jongeren. Ook in Nederland heeft de helft van de 17-18-jarige jongeren ervaring met geslachtsgemeenschap (Rutgers WPF, 2012).

Er zijn internationaal vergelijkbare gegevens (zie afbeeldingen) die aangeven welke percentages jongens en meisjes al een eerste keer seks hadden voor of op hun 15e (Currie e.a., 2012). Daarbij zien we dat er ongeveer evenveel Vlaamse jongens seksueel actief zijn als in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. 

Percentages jongens dat al een eerste keer seks meemaakten voor of op hun 15e

Afbeelding: 15-jarige jongens die geslachtsgemeenschap hadden (Currie e.a., 2012)

Ongeveer evenveel 15-jarige Vlaamse meisjes maakten hun eerste keer mee als Engelse meisjes. In Nederland, Duitsland en Frankrijk zijn er iets minder 15-jarige meisjes die al een eerste keer meemaakten.

Percentages meisjes dat al een eerste keer seks meemaakten voor of op hun 15e

Afbeelding: 15-jarige meisjes die geslachtsgemeenschap hadden (Currie e.a., 2012)

Mogelijke verklaringen

  • Jongeren die een goede seksuele vorming hebben gehad stellen de eerste keer langer uit dan jongeren die weinig of geen seksuele vorming kregen (Kirby, 2007).
  • Sinds 1975 is de puberteit in Europa iedere 10 jaar vervroegd met 2 tot 3 maanden. De laatste jaren lijkt er een stabilisatie te zijn. De evolutie wordt verklaard door biologische factoren (snellere fysieke en seksuele rijping) en een grotere acceptatie van de seksualiteit van jongeren.  
  • Over het algemeen geeft een relatie het meeste kans op een positief klimaat voor een positieve eerste ervaring met geslachtsgemeenschap. Tegelijk houdt een relatie specifieke risico's in, zoals manipulatie en druk van de partner (Symons, 2012).
  • Jongeren met een laag opleidingsniveau, met een problematische gezinsachtergrond, met ervaring met seksueel misbruik en/of met psychische problemen noemen we kwetsbare jongeren. Deze jongeren zien we in de cijfers vaker opduiken bij de groep jongeren die al jong een eerste keer meemaakt. Ook vermoeden we dat deze jongeren vaker een niet-lineair verloop volgen in hun seksuele carrière. Dat wil zeggen: zij evolueren niet van minder intiem naar meer intiem gedrag, maar hebben bijvoorbeeld een eerste keer orale seks nog voor ze ooit een tongkus kregen.
  • Er is geen groot verschil tussen het seksueel gedrag van autochtone jongens en jongens uit de groep van etnische minderheden. We hebben geen gegevens over de seksuele ervaring van meisjes uit de groep van etnische minderheden.

Beleidsaanbevelingen

Sensoa pleit voor kwaliteitsvolle seksuele voorlichting, een beleid inzake seksualiteit in alle organisaties die met jongeren werken en voor meer onderzoek.

Relationele en seksuele vorming

  • Relationele en seksuele vorming maakt deel uit van de vakoverschrijdende eindtermen in het secundair. Extra ondersteuning voor scholen kan bijdragen aan een gedragen en duurzaam beleid rond relaties en seksualiteit.
  • Relationele en seksuele vorming betekent meer dan enkel kennis doorgeven. Ook aan attitudes, vaardigheden en rond emoties en steun moet gewerkt worden. Meer informatie over de elementen van seksuele vorming (KAVES) vind je op Seksuelevorming.be. 
  • Relationele en seksuele vorming begint al in het kleuter- en basisonderwijs.
  • Relationele en seksuele vorming moet opgenomen worden in de opleiding van leraren, begeleiders en opvoeders van jongeren.
  • Extra aandacht voor specifieke en kwetsbare doelgroepen is nodig.
  • De ontwikkelingen op vlak van nieuwe media vragen om alert te zijn en het beleid regelmatig bij te stellen. 

Beleid rond seksualiteit in organisaties

Elke organisatie zou een beleid moeten hebben inzake seksualiteit en lichamelijke integriteit. Hiervoor verwijzen we naar het Raamwerk seksualiteit en lichamelijke integriteit en de pagina's over beleid op Seksuelevorming.be.

Onderzoek

  • Er is nood aan meer onderzoek over specifieke aspecten van de seksuele ontwikkeling van Vlaamse jongeren.
  • Er is nood aan meer onderzoek over de realisatie van relationele en seksuele vorming in Vlaanderen.

 

Wat doet Sensoa?

Sensoa gelooft dat jongeren het recht hebben om hun seksualiteit te beleven zoals ze dat zelf willen. Maar Sensoa wil dat dat op een veilige manier gebeurt. Ook is het belangrijk dat jongeren hun eigen tempo volgen. Daarom zijn er volgende activiteiten:

  • Sensoa ijvert voor goede relationele en seksuele vorming op school, thuis en in het verenigingsleven. We doen daarom aan advocacy en netwerking binnen het onderwijs en andere sectoren.
  • Sensoa ondersteunt leraars, opvoeders en begeleiders bij de seksuele vorming van jongeren. We ontwikkelen materialen en instrumenten en bieden ze vorming aan.
  • Zolang leraren, begeleiders en opvoeders niet overtuigd zijn van het belang van relationele en seksuele vorming, zal daar ook niet veel rond gebeuren. Intermediairs worden daarom regelmatig gesensibiliseerd over het belang van seksuele vorming. De Week van de lentekriebels is een jaarlijkse sensibiliseringscampagne.
  • Zolang leraren, begeleiders en opvoeders in hun basisopleiding weinig of geen vorming rond relationele en seksuele vorming krijgen, zullen er competenties in het werkveld te weinig zijn. Daarom ijvert Sensoa voor relationele en seksuele vorming in de opleiding van leraren, begeleiders en opvoeders van jongeren.
  • Sensoa maakte voor jongeren rechtstreeks de website Allesoverseks.be en de brochures Tag (12-15 jaar) en Link (15-18 jaar). We pakken regelmatig uit met een campagne op maat van kinderen of jongeren.
  • Sensoa ondersteunt ook ouders en opvoeders bij de seksuele opvoeding van kinderen. Op Seksualiteit.be is er een luik met tips voor ouders.
  • Sensoa zet in op de preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen, ongeplande zwangerschap en seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar evengoed op de bevordering van seksueel en relationeel welbevinden.

Bronnen

  • Beyers, W. (2014). Samenvatting van de gegevens uit het onderzoek over seksueel gedrag 2007-13. Gent: Universiteit Gent.
  • Buysse, A. e.a. (2014). Sexpert: seksuele gezondheid in Vlaanderen: valorisatierapport. Gent: Academia.
  • Corijn, M., Sodermans, A.K., Vanassche, S. (2011). Zijn jongeren in Vlaanderen van plan om te huwen (en te scheiden)? Studiedienst van de Vlaamse Regering. SVR Webartikel. Geraadpleegd op 18/03/2015 via Vlaanderen.be.
  • Currie C. e.a. (2012). Social determinants of health and well-being among young people. Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study: international report from the 2009/2010 survey. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe, 2012. Geraadpleegd op 05/06/2015 via HSBC.org.
  • De Wit, J., Slot, W. & van Aken, M. (2007), Psychologie van de adolescentie: basisboek. Baarn: HBUitgevers.
  • Hublet A., Vereecken C., Maes L. (2011). Studie Jongeren en Gezondheid 2010. Gent: Vakgroep Maatschappelijke gezondheidkunde.
  • Hublet A., Deforche B. (2016). Studie Jongeren en Gezondheid 2014. Gent: Vakgroep Maatschappelijke gezondheidkunde.
  • Klaï, T. (2005). Intergenerationeel onderzoek naar de communicatie over seksualiteit: een studie bij ouders en jongeren van 15 tot 21 jaar. Brussel: Doctoraatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel.
  • Maes, L. &  Vereecken, C. (2006). Studie jongeren en gezondheid: resultaten voor 2006. Geraadpleegd in 2011 op Jongeren-en-gezondheid.ugent.be.
  • Maes, L. & Vereecken, C. (2002). Jongeren en gezondheid: resultaten voor 2002. Geraadpleegd in 2005 op Jongeren-en-gezondheid.ugent.be.
  • Maes, L. & Vereecken, C. (2000). Jongeren en gezondheid: resultaten voor 2000. Geraadpleegd in 2005 op Jongeren-en-gezondheid.ugent.be.
  • Rutgers WPF en SoaAids Nederland. (2012). Belangrijkste conclusies uit Seks onder je 25ste. Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2012. Geraadpleegd op 19/03/2015 via Seksonderje25e.nl
  • Vettenburg, N., Deklerck, J. & Siongers, J. (Red.) (2010). Jongeren in cijfers en letters, Bevindingen uit de JOP-monitor 2. Leuven: Acco.