Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Seksuele gezondheid van kwetsbare migranten: feiten en cijfers

Cijfers hiv bij kwetsbare migranten

Van de 1.039 hiv-diagnoses die in 2014 werden vastgesteld, is voor 757 personen (73%) de nationaliteit gekend:

  • 47% heeft de Belgische nationaliteit.
  • 15% heeft een andere Europese nationaliteit
  • 29% heeft een Afrikaanse nationaliteit.
  • De overige 9% heeft een andere dan de bovengenoemde nationaliteiten.

Het aantal nieuwe hiv-diagnoses bij personen afkomstig van Sub-Saharaans Afrika daalde in 2014 met 11% in vergelijking met 2013 en met 30% in vergelijking 2012.

Sub-Saharaans Afrikanen belangrijkste groep

Als we naar de doelgroep 'kwetsbare migranten' kijken zien we dus dat mensen afkomstig uit Sub-Saharaans Afrika de belangrijkste groep zijn. Heteroseksueel contact is de voornaamste overdrachtswijze voor migranten uit Sub-Saharaans Afrika. Dat is een groot verschil met Belgen en andere Europeanen (voornamelijk homoseksuele overdracht).

  • Bij de Belgen bijvoorbeeld waren 70,1% van de nieuwe diagnoses mannen die seks hebben met mannen.
  • Bij Sub-Saharanen zijn bij 85% heteroseksuele contacten de overdrachtswijze.

Er zijn ook belangrijke verschillen in de man-vrouw verhouding. Bij Sub-Saharanen zijn er tweemaal zoveel vrouwen als mannen besmet. Bij Belgen zijn er 8,7 keer zoveel mannen als vrouwen gediagnosticeerd.

'Together' studie Instituut voor Tropische Geneeskunde

Het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) voerde voor het Together-project een onderzoek uit naar de prevalentie van hiv en de risicofactoren bij Sub-Saharaanse migranten (SAM) in Antwerpen stad (Loos e.a., 2014).

Voor dit onderzoek werden 725 Subsaharaans-Afrikanen in gemeenschapssettings (cafés, kerken, feesten, enz.) bevraagd door community researchers. Dat zijn leden van de doelgroep die werden opgeleid als interviewer. Alle deelnemers aan het onderzoek werden gevraagd een vragenlijst in te vullen en een speekselstaaltje af te staan. Die werden in het labo getest op hiv. Dit gebeurde volledig anoniem, deelnemers kregen een code.

Indien ze dat wilden konden de deelnemers via deze code achteraf hun hiv-testresultaat opvragen. 6,1% van de vrouwen en 3% van de mannen was besmet met het hiv-virus. 

Meestal partners in eigen gemeenschap

De meerderheid van de deelnemers was afkomstig uit Nigeria, Democratische Republiek Congo, Ghana en Kameroen. Dat is in lijn met de grootste gemeenschappen die in Antwerpen stad wonen. Ze hebben meestal partners in hun eigen gemeenschap: 76% gaf aan dat hun laatste partner van Afrikaanse origine was.

De mediaan voor het aantal seksuele partners in het voorbije jaar is 1. Toch gaf 32% van de personen in een vaste relatie aan dat ze in het voorbije jaar ook seks hadden met iemand anders. Dat kwam meer voor bij mannen dan bij vrouwen. Van de singles had 20% meer dan 3 seksuele partners gehad in het voorbije jaar. Ook hier waren meer mannen dan vrouwen in deze situatie (Loos e.a., 2014).

Waar vond overdracht van hiv plaats?

De vraag die vaak gesteld worden als het over migranten gaat is of de overdracht gebeurde voor of na aankomst in België. Het is moeilijk om te weten waar iemand geïnfecteerd werd. Public Health England heeft een nieuwe methode ontwikkeld om beter te kunnen inschatten waar overdracht plaatsvond (Rice, 2014).

De voorlopige resultaten voor het Verenigd Koninkrijk (VK) tonen aan dat in 2013 overdracht in 51% van de gevallen plaats vond na aankomst in het VK. Dit is veel meer dan het gerapporteerde aantal bij de diagnose: 22% (Rice, 2014). De voorlopige resultaten voor België geven aan dat in 2011 overdracht in 28% van de gevallen na de immigratie plaats vond. Dit cijfer schommelde de laatste 10 jaar tussen 22% en 30% (Rice, 2014).