Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Seksuele gezondheid van kwetsbare migranten: feiten en cijfers

Samenvatting

De groep kwetsbare migranten definiëren wij als de eerste generatie migranten die op basis van sociale, economische of culturele redenen kwetsbaarder zijn voor seksuele gezondheidsrisico’s. 

Meer hiv, soa's en ongeplande zwangerschap dan bij algemene bevolking

Cijfers op het vlak van hiv, soa, ongeplande zwangerschap en seksueel geweld liggen hoger bij deze groep dan bij de algemene bevolking.

De besmetting met hiv gebeurt lang niet altijd in het land van herkomst, dus preventie naar deze personen in België is ook zeer belangrijk.

Extra kwetsbaar voor seksueel geweld

De onzekere economische, sociale en juridische positie vergroot de kwetsbaarheid van de doelgroep voor seksueel geweld. Met name mensen in een onzeker verblijfsstatuut kunnen vaak moeilijk aanspraak maken op basisrechten die hen kunnen beschermen.

Toegang tot basisinformatie en zorg cruciaal

Sensoa werkt samen met partnerorganisaties om de toegang tot basisinformatie over seksuele gezondheid, gezondheidszorg en de rechten van migranten te verhogen. Professionals binnen de gezondheids- en welzijnssector spelen hierin een essentiële rol.

Zanzu.be informeert over seksuele gezondheid

In november 2015 lanceerde Sensoa Zanzu.be, de 13-talige website voor migranten met informatie over seksuele gezondheid.

Over welke bevolkingsgroepen gaat het? 

Wie zijn 'kwetsbare migranten', 'kwetsbare nieuwkomers', 'asielzoekers' en 'mensen zonder wettig verblijf'?

Kwetsbare migranten

De term ‘kwetsbare migranten’ betreft een afbakening binnen de grotere groep van migranten en Belgen van vreemde origine in België. Onder de groep kwetsbare migranten begrijpen wij de eerste generatie migranten die op basis van sociale, economische of culturele redenen kwetsbaarder zijn voor seksuele gezondheidsrisico’s. De samenstelling van deze groep beschrijven we als volgt:

  • kwetsbare nieuwkomers;
  • asielzoekers;
  • mensen zonder wettig verblijf;
  • kwetsbare migranten uit andere EU-landen.

Kwetsbare nieuwkomers

Dat zijn migranten die recent in ons land zijn en een inburgeringstraject volgen. In 2011 startten 20.824 nieuwkomers een inburgeringstraject:

  • 78% werd daartoe verplicht;
  • 22% nam vrijwillig deel;
  • 10% van hen was niet-gealfabetiseerd. 

In 2012 daalde het totale aantal naar 17.210 deelnemers en in 2013 bedroeg hun aantal nog 16.832. Er zijn nog geen cijfers beschikbaar over 2014.

Deze kwetsbare nieuwkomers zijn mensen die een verblijfsvergunning kregen als erkend politiek vluchteling op basis van de subsidiaire bescherming, in het kader van familiehereniging of op basis van een specifiek statuut zoals slachtoffers van mensenhandel. Meer informatie over deze doelgroep vind je op Inburgering.be.

Asielzoekers

Sinds de zomer van 2015 is er een toename van het aantal asielaanvragen. In totaal vroegen in 2015 35.476 personen asiel aan. Dit is te vergelijken met het aantal aanvragen in 2000. Toen waren er in totaal 42.691 aanvragen.

Dit staat in contrast met de evolutie van 2011 tot 2013, toen de cijfers daalden van 25.479 tot 15.840.

Meer cijfers over asielzoekers vind je bij Fedasil en bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen

Mensen zonder wettig verblijf

Hun aantal is moeilijk te bepalen. Volgens Kruispunt Migratie Integratie verblijven minstens 100.000 personen in Vlaanderen en Brussel zonder wettig verblijf. De Koning Boudewijnstichting schat de jaarlijkse in- en uitstroom op 70.000 personen.

Migranten uit andere EU-landen kunnen kwetsbaar zijn door hun socio-economische situatie, zoals Roma en migranten uit Oost- en Centraal Europa. In Vlaanderen en Brussel verblijven tussen 15.000 en 20.000 Roma (Kruispunt Migratie Integratie, 2014).


Cijfers over seksuele gezondheid

De doelgroep 'kwetsbare migranten’ is heterogeen samengesteld, ook op het vlak van verblijfsstatuut en nationaliteit. 

Data over seksuele gezondheid die enkel op 'kwetsbare migranten' betrekking hebben zijn bijna niet beschikbaar, op een paar specifieke studies na. We beschikken meestal enkel over data op basis van nationaliteit.

Nationaliteit als criterium voor gezondheidsinformatie

Bij registratie van gezondheidsinformatie wordt meestal nationaliteit gebruikt als criterium. Dat heeft het voordeel objectief te zijn en de diversiteit van de belgische bevolking te erkennen. Het maakt ook een vergelijking mogelijk over verschillende bronnen.

Een groot aantal migranten heeft de Belgische nationaliteit aangenomen. Zij worden bijgevolg geregistreerd als Belg. Bij 75% van de Turken, 67% van de Marokkanen en 64% van de Congolezen is dat het geval.

Als we enkel naar nationaliteit kijken zien we dat 9% van de Belgische bevolking de nationaliteit van een niet-EU land had bij geboorte. Meer dan de helft van deze personen nam de Belgische nationaliteit aan. In totaal heeft slechts 3,6 % van de bevolking een nationaliteit van een land buiten de EU (Interfederaal Gelijke Kansen Centrum, 2013). Voor verschillende seksuele gezondheidsproblemen, zoals hiv en soa's vertegenwoordigen ze echter een veel grotere proportie. 

De gedetailleerde gegevens vind je op Diversiteit.be.

Landen van herkomst

Uit welke landen zijn niet-Belgen van buiten de EU vooral afkomstig? De grootste groepen komen uit

  • Marokko (7,4% van alle niet-Belgen);
  • Sub-Saharaans Afrika (6,3% van alle niet-Belgen);
  • en Azië (6,9% van alle niet-Belgen);

Een kleinere groep uit

  • Turkije (3,4% van alle niet-Belgen);
  • Europese landen buiten de EU (4,5% van alle niet-Belgen).

en de kleinste groep uit

  • Noord- en Zuid-Amerika (2,9% van alle niet-Belgen);
  • en andere Noord-Afrikaanse landen dan Marokko (1,6% van alle niet-Belgen).

Ten slotte is het ook moeilijk in te schatten hoeveel geregistreerde personen geen verblijfsstatuut hebben. Het is ook moeilijk in te schatten hoe ze zich verhouden tot de totale groep migranten zonder verblijfsstatuut, waarover we uiteraard geen data hebben.

Cijfers hiv bij kwetsbare migranten

Van de 1.039 hiv-diagnoses die in 2014 werden vastgesteld, is voor 757 personen (73%) de nationaliteit gekend:

  • 47% heeft de Belgische nationaliteit.
  • 15% heeft een andere Europese nationaliteit
  • 29% heeft een Afrikaanse nationaliteit.
  • De overige 9% heeft een andere dan de bovengenoemde nationaliteiten.

Het aantal nieuwe hiv-diagnoses bij personen afkomstig van Sub-Saharaans Afrika daalde in 2014 met 11% in vergelijking met 2013 en met 30% in vergelijking 2012.

Sub-Saharaans Afrikanen belangrijkste groep

Als we naar de doelgroep 'kwetsbare migranten' kijken zien we dus dat mensen afkomstig uit Sub-Saharaans Afrika de belangrijkste groep zijn. Heteroseksueel contact is de voornaamste overdrachtswijze voor migranten uit Sub-Saharaans Afrika. Dat is een groot verschil met Belgen en andere Europeanen (voornamelijk homoseksuele overdracht).

  • Bij de Belgen bijvoorbeeld waren 70,1% van de nieuwe diagnoses mannen die seks hebben met mannen.
  • Bij Sub-Saharanen zijn bij 85% heteroseksuele contacten de overdrachtswijze.

Er zijn ook belangrijke verschillen in de man-vrouw verhouding. Bij Sub-Saharanen zijn er tweemaal zoveel vrouwen als mannen besmet. Bij Belgen zijn er 8,7 keer zoveel mannen als vrouwen gediagnosticeerd.

'Together' studie Instituut voor Tropische Geneeskunde

Het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) voerde voor het Together-project een onderzoek uit naar de prevalentie van hiv en de risicofactoren bij Sub-Saharaanse migranten (SAM) in Antwerpen stad (Loos e.a., 2014).

Voor dit onderzoek werden 725 Subsaharaans-Afrikanen in gemeenschapssettings (cafés, kerken, feesten, enz.) bevraagd door community researchers. Dat zijn leden van de doelgroep die werden opgeleid als interviewer. Alle deelnemers aan het onderzoek werden gevraagd een vragenlijst in te vullen en een speekselstaaltje af te staan. Die werden in het labo getest op hiv. Dit gebeurde volledig anoniem, deelnemers kregen een code.

Indien ze dat wilden konden de deelnemers via deze code achteraf hun hiv-testresultaat opvragen. 6,1% van de vrouwen en 3% van de mannen was besmet met het hiv-virus. 

Meestal partners in eigen gemeenschap

De meerderheid van de deelnemers was afkomstig uit Nigeria, Democratische Republiek Congo, Ghana en Kameroen. Dat is in lijn met de grootste gemeenschappen die in Antwerpen stad wonen. Ze hebben meestal partners in hun eigen gemeenschap: 76% gaf aan dat hun laatste partner van Afrikaanse origine was.

De mediaan voor het aantal seksuele partners in het voorbije jaar is 1. Toch gaf 32% van de personen in een vaste relatie aan dat ze in het voorbije jaar ook seks hadden met iemand anders. Dat kwam meer voor bij mannen dan bij vrouwen. Van de singles had 20% meer dan 3 seksuele partners gehad in het voorbije jaar. Ook hier waren meer mannen dan vrouwen in deze situatie (Loos e.a., 2014).

Waar vond overdracht van hiv plaats?

De vraag die vaak gesteld worden als het over migranten gaat is of de overdracht gebeurde voor of na aankomst in België. Het is moeilijk om te weten waar iemand geïnfecteerd werd. Public Health England heeft een nieuwe methode ontwikkeld om beter te kunnen inschatten waar overdracht plaatsvond (Rice, 2014).

De voorlopige resultaten voor het Verenigd Koninkrijk (VK) tonen aan dat in 2013 overdracht in 51% van de gevallen plaats vond na aankomst in het VK. Dit is veel meer dan het gerapporteerde aantal bij de diagnose: 22% (Rice, 2014). De voorlopige resultaten voor België geven aan dat in 2011 overdracht in 28% van de gevallen na de immigratie plaats vond. Dit cijfer schommelde de laatste 10 jaar tussen 22% en 30% (Rice, 2014).

Cijfers soa's bij kwetsbare migranten

Van 976 van de 1.013 geregistreerde patiënten van het soa-peilnetwerk is de afkomst bekend (Verbrugge e.a., 2014).

66% had de Belgische nationaliteit en 14,6% was afkomstig uit een ander EU-land. 15,9% had een Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse of Aziatische nationaliteit. Hiervan vormden de migranten uit Sub-Saharaans Afrika de grootste groep, namelijk 6,7% van alle soa-diagnoses (Verbrugge e.a., 2014).

Sub-Subsaharaans Afrikanen verdienen speciale aandacht

Het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid wijst er in haar laatste soa-rapport wel op dat ondanks het lage percentage in deze cijfers Sub-Saharaans Afrikaanse migranten toch bijzondere aandacht verdienen. 38% van de nieuwe hiv-besmettingen zijn immers personen afkomstig uit Sub-Saharaans Afrika. Hiv en soa's hebben dezelfde transmissieweg (Verbrugge e.a., 2014).

In de Together studie van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) gaf 11% van de mannen aan een soa te hebben gehad in het voorbije jaar. Bij vrouwen lagen die cijfers aanzienlijk lager: 9% en 6% (Loos et al., 2014). Ook deze cijfers liggen veel hoger dan de cijfers van het soa-peilnetwerk.

Cijfers ongeplande zwangerschap bij kwetsbare migranten

Over ongeplande zwangerschap bij migranten zijn weinig recente gegevens beschikbaar, onder meer omdat etnische afkomst niet verplicht is bij de registratie voor de Nationale Evaluatiecommissie.

Onderzoek uit 2004 wees uit dat 40% van de vrouwen die een abortus liet uitvoeren in een van de Nederlandstalige abortuscentra in Vlaanderen, van vreemde origine was. 80% van deze groep waren nieuwkomers (Vissers, 2004).

Vergelijking met Nederlandse vrouwen van vreemde herkomst

Cijfers uit Nederland voor 2013 tonen aan dat slechts 36,4% van de vrouwen die om abortus vragen van Nederlandse afkomst is. Zij noteren de hoogste cijfers bij vrouwen uit de Antillen (43,1 per 1.000), Suriname (31,2) en Afrika (30,2).

Sinds 2004 nam de diversiteit in de Belgische samenleving toe. Cijfers uit de Vlaamse migratie en integratiemonitor 2013 geven een stijging 60% van de bevolking van vreemde afkomst, tussen 2002 en 2012 (Vanduynslager et al., 2013). Wellicht liggen de cijfers in Vlaanderen daarom nu een stuk hoger dan in 2004.

Cijfers seksueel grensoverschrijdend gedrag bij kwetsbare migranten

Lees het dossier Vlaggensysteem voor de definiëring van seksueel misbruik en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Cijfers over seksueel misbruik bij volwassenen en bij jongeren van je in de andere Feiten & cijfers op deze site. 

Seksueel geweld bij vluchtelingen

Het International Centre for Reproductive Health (ICRH) publiceerde in 2008 de resultaten van het onderzoeksproject ‘Hidden Violence is a silent rape’, een onderzoek naar seksueel geweld bij vluchtelingen op basis van 223 interviews. In deze gesprekken werd melding gemaakt van 332 gevallen van geweld. In 75% van de gevallen was de geïnterviewde zelf slachtoffer (57% seksueel geweld, 33% verkrachting) en in 25% van de gevallen was het slachtoffer iemand die de geïnterviewde persoonlijk kende (Keygnaert, 2014).

Cijfers uit de 'Together' studie van het Instituuut voor Tropische geneeskunde

De 'Together' studie van het ITG bij Sub-Saharanen in Antwerpen geeft volgende cijfers in verband met seksueel geweld in een relatie:

  • 17% van de ondervraagde vrouwen en 12,2% van de mannen had ooit ervaring met partnergeweld;
  • 8,8% van de vrouwen en 6,0% van de mannen had ervaring met partnergeweld in het voorbije jaar;
  • 12,9% van de vrouwen en 4,3% van de mannen had ooit ervaring met gedwongen seks;
  • 3,4 % van de vrouwen en 2,0% van de mannen had ervaring met gedwongen seks in het laatste jaar.

Sociaaleconomische levensomstandigheden hebben een grote invloed op seksueel grensoverschrijdend gedrag. 34% van alle ondervraagden leefde in een precaire situatie en van die groep had 53,3% ervaring met partnergeweld in het laatste jaar. 59,5% onder hen had ervaring met gedwongen seks in het laatste jaar (Loos et al., 2014).

Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV)

De Wereldgezondheidsorganisatie definieert vrouwelijke genitale verminking (VGV) als 'ingrepen die leiden tot een gedeeltelijke of volledige verwijdering van de externe geslachtsdelen van de vrouw en/of andere verwondingen van de vrouwelijke geslachtsdelen die niet het gevolg zijn van therapeutische ingrepen' (WHO, 2008).

Op de website van Intact vinden we de laatste cijfers over VGV in Vlaanderen en Europa. Het aantal vrouwen en meisjes dat slachtoffer is van VGV en in Europa woont, werd in een rapport van het Europees Parlement geschat op 500.000. Bovendien zouden er per jaar zo'n 180.000 meisjes en vrouwen het risico om besneden te worden (Report on combatting FGM in the EU, 16 februari 2009).

Ook in België

Ook België wordt getroffen door deze problematiek. Een recente studie in opdracht van de FOD Volksgezondheid schat dat 13.112 vrouwen en meisjes in België zeer waarschijnlijk besneden zijn en dat zo'n 4.084 meisjes het risico lopen te worden besneden.

Het Vlaams Gewest heeft de hoogste cijfers van meisjes of vrouwen die reeds besneden zijn of het risico lopen te worden besneden (6.761), gevolgd door het Brussel Hoofdstedelijk Gewest (5.831) en het Waals Gewest (3.303) (Dubourg e.a., 2014).

Vergelijking met vorige jaren

Enkel voor hiv beschikken we over voldoende data om een vergelijking met de laatste 10 jaar mogelijk te maken.

Sinds 2001 is het jaarlijkse aantal infecties gediagnosticeerd bij personen afkomstig van Sub-Saharaans Afrika gedaald met 41%.


Beleidsaanbeveling

Om de kwetsbaarheid van migranten voor seksuele gezondheidsproblemen te verlagen doet Sensoa volgende aanbevelingen :

  • armoede, sociale uitsluiting en discriminatie van kwetsbare migranten verminderen. 
  • toegang tot gezondheidszorg, hiv- en soa-testen en preventie verbeteren.
  • toegang tot basis informatie over seksualiteit, het eigen lichaam en seksuele gezondheidsrisico's voor anderstalige kwetsbare migranten verhogen.
  • stigmatisering van mensen met hiv verminderen.
  • de vaardigheden en kennis van intermediairs om te praten met kwetsbare migranten over seksuele gezondheid verhogen.
  • goede en gebruiksvriendelijke educatieve materialen ter beschikking stellen van intermediairs die werken met kwetsbare migranten.
  • uitwisseling van methodieken, kennis en onderzoek tussen intermediairs en organisaties verbeteren.

Wat doet Sensoa? 

Om deze aanbevelingen te realiseren levert Sensoa volgende bijdragen.

Toegang tot informatie verbeteren

  • Sensoa ontwikkelde samen met BZgA de nieuwe website Zanzu.be. Dit is een 13-talige website met basisinformatie over seksuele gezondheid, seksualiteit, relaties en seksuele rechten. De website is zowel een informatiebron voor migranten als een ondersteuningsmiddel voor professionals.
  • Sensoa biedt brochures aan voor mensen met hiv in het Frans en Engels.

Educatief materiaal ontwikkelen en aanbieden

Sensoa ontwikkelde een educatief pakket voor voorlichting over seksuele gezondheid aan kwetsbare migranten. Deze 'Idriss-koffer' kan je ontlenen in de Leermiddelenbank. De centrale methodiek uit de koffer wordt nu vervangen door Tussen de lakens

Zanzu.be kan gebruikt worden als een educatief instrument en als een hulpmiddel voor counseling.

Competentie van intermediairs verhogen

Sensoa biedt vorming op maat aan over seksuele vorming in multiculturele groepen. In 2016 ontwikkelt Sensoa samen met het Agentschap Integratie en Inburgering een nieuw vormingsaanbod voor hun medewerkers.

Samen met de stad Antwerpen wordt er een wijkgericht project gestart om gesprekken over gezinsplanning door intermediairs in Deurne Noord te bevorderen.

Uitwisseling bevorderen

Kwetsbaarheid verminderen en toegang tot zorg en preventie verhogen

Sensoa is, samen met externe partners, actief op het vlak van advocacy naar de overheid. Dit houdt onder andere in dat we pleiten voor meer aandacht voor seksuele gezondheid binnen het inburgeringsbeleid en binnen de opvang van asielzoekers. We pleiten ook voor betere toegang tot anticonceptie, tot hiv- en soa-testing en vaccinatie en voor kwaliteitsvolle seksuele gezondheidszorg (inclusief hiv-behandeling en zorg) voor mensen zonder papieren.

Ten slotte staat ook de bescherming tegen uitwijzing van hiv-positieve migranten indien de continuering van de zorg niet is gegarandeerd op deze agenda. In al deze dossiers beperkt onze rol zich meestal tot het ondersteunen van acties die externe partners hierrond ontwikkelen.

Bronnen

Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (2010). Jaarverslag Migratie 2009. Brussel : Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.

Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (2014). Statistisch en demografisch verslag 2013. Brussel : Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.

Crul, M., Schneider, J. & Lelie, F. (2013). Superdiversiteit, een nieuwe visie op integratie. Amsterdam : VU University press.

Decat, P., Deman, J., De Meyer, S., Demyttenaere, T., De Wulf, I., Keygnaert, I., Loos, J., Roseboom, M. (2011). Dossier Ronde Tafel Kwetsbare Migranten. Antwerpen: Sensoa.

Derluyn, I., Lorant, V., Dauvrin, V., Coune, I.& Verrept, H. Naar een interculturele gezondheidszorg: Aanbevelingen van de ETHEALTH-groep voor een gelijkwaardige gezondheid en gezondheidszorg voor migranten en etnische minderheden  (2011). Sint Lambert Woluwe: Institut de Recherche Santé et Société Université catholique de Louvain.

Dokters van de Wereld & RIZIV (2014). Groenboek over de toegankelijkheid van de gezondheidszorg in België. Waterloo: Wolters Kluwer Belgium SA.

Dokters van de Wereld & RIZIV (2014). Witboek over de toegankelijkheid van de gezondheidszorg in België. Brussel: RIZIV.

Dubourg D. & Richard F. (2014). Studie over de prevalentie van en het risico op vrouwelijke genitale verminking in België, Brussel: FOD. Geraadpleegd op 05/06/2015 via IVGM België. 

Dubourg D., & Richard F. (2014). Studie over de prevalentie van en het risico op vrouwelijke genitale verminking in België. Brussel: Federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en leefmilieu.

Federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel (2014). Jaarverslag Migratie 2013. Brussel: Federaal migratiecentrum. 

Geldof, D. (2014). Superdiversiteit als nieuwe realiteit, oog voor veranderende integratiedynamieken. Petrovic M. et al (red). (2014). Migratiemaatschappij, 20 stemmen over samenleven in diversiteit. Leuven: Acco.

Keygnaert, I. e.a. (2008). Hidden Violence is a silent rape: Prevention of Sexual and Gender Based Violence against Refugees and Asylum Seekers. Gent: ICRH, Universiteit Gent. 

Keygnaert, I. (2014). Sexual violence and sexual health in refugees, asylum seekers and undocumented migrants in Europe and the European neighbourhood: determinants and desirable prevention. Ghent : International Centre for Reproductive Health Ghent University.

Lodewijckx, E. (2013). Recente Migranten in Vlaanderen. Wie zijn ze? Brussel : Studiedienst van de Vlaamse Regering.

Loos, J. e.a. (2010). Vrijwillig hiv counselen en testen (VCT) in Afrikaanse gemeenschapssettings. Antwerpen: Instituut voor Tropische Geneeskunde. Geraadpleegd op 18/08/2015  via ITG.be. 

Loos, J. e.a. (2014). HIV-prevalence and risk factors among Sub-Saharan African migrants in Antwerp, results of the Together project. Powerpoint presentation at 3rd Breach Conference, 21 Nov. 2014. Antwerp : Institute for Tropical Medecine.

Noppe J. & Lodewijck E. (2012). De gekleurde samenleving. Personen van vreemde herkomst in Vlaanderen. Brussel : Studiedienst van de Vlaamse Regering.

Petrovic M., Ravijts F., Roger E. (red.) (2014). Migratiemaatschappij, 20 stemmen over samenleven en diversiteit. Leuven/Den Haag: Acco.

Rice, B. (2014). Estimating probable place of HIV infection among persons born abroad. Powerpoint presentation at 3rd Breach Conference, 21 Nov. 2014. London: Public Health England.

Sasse, A., Deblonde, J., Van Beckhoven, D. (2014). Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, toestand op 31 december 2013. Brussel: Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid – Dienst epidemiologie.

Sasse, A., Deblonde, J., Van Beckhoven, D. (2015). Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, toestand op 31 december 2013. Brussel: Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid – Dienst epidemiologie.

Soa Aids Nederland, programma etnische minderheden (2012). Fact sheet, Soa’s en hiv bij etnische minderheden in Nederland; Bevolkingscijfers. Amsterdam: Soa Aids Nederland.

Université Catholique de Louvain, Institut IACCHOS, Centre de Recherche en Démographie et Sociétés (DEMO) & Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding (2011). Statistisch en demografisch verslag 2010. Migraties en migrantenpopulaties in België. Brussel: Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.

Van Aar, F. (2014). Sexually transmitted infections including hiv in the Netherlands in 2013. Bilthoven: National Institute for Public Health and the Environment. 

Van Robaeys, B., Perrin N. (2006). Armoede bij personen van vreemde herkomst becijferd, Deelverslag van ‘armoede bij personen van vreemde herkomst’, een onderzoek in opdracht van de Koning Boudewijnstichting. Antwerpen : Oases, Universiteit Antwerpen.

Vanduynslager, L., Wets, J., Noppe J., Doyen G. (2013). Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2013. Brussel : Studiedienst van de Vlaamse Regering.

Verbrugge, R. e.a. (2014). Surveillance van seksueel overdraagbare aandoeningen bij de algemene bevolking, gegevens van 2013 voor België en de 3 regio’s. Brussel: Federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu.