Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Seksuele gezondheid van volwassenen in Vlaanderen: feiten en cijfers

Cijfers anticonceptie

Uit de Gezondheidsenquête 2013 (Charafeddine, 2014) blijkt dat drie vierde (74%) van de seksueel actieve vrouwen tussen 15 en 54 jaar in het Vlaams Gewest in de afgelopen 12 maanden een voorbehoedsmiddel gebruikte.

Pil vaakst gebruikt

  • De pil wordt het meest gebruikt (50%), gevolgd door het (hormonaal of koper-)spiraaltje (21%), sterilisatie (11%), barrièremethodes zoals condoom, diafragma, zaaddodende middelen of een spons (9%), de pleister of vaginale ring (4%) en implantaat of prikpil (1%).
  • 2% geeft periodieke onthouding of zich terugtrekken als voorbehoedsmiddel aan.
  • De noodpil (morning-after-pil) werd door 2% van de vrouwen gebruikt.

Meest_gebruikte_voorbehoedsmiddelen

De Sexpert-studie naar seksuele gezondheid in Vlaanderen (Buysse e.a., 2013) geeft een gelijkaardig beeld: een overgrote meerderheid (84%) van de heteroseksuele, seksueel actieve vrouwen in Vlaanderen zonder kinderwens en van reproductieve leeftijd (tussen 14 en 49 jaar) gebruikt anticonceptie.

  • De pil is de meest gebruikte methode (38%). 1 op 10 vrouwen die de pil gebruiken, ervaart deze methode als eerder moeilijk.
  • Het 2e meest gebruikte anticonceptiemiddel is het hormonaal spiraaltje (14%), gevolgd door vrouwelijke sterilisatie (10%).
  • Bijna alle vrouwen kennen de noodpil (93%), één vijfde daarvan heeft die minstens één keer gebruikt. Vrouwen die de morning after pil al gebruikten, deden dat meestal 1 keer (Elaut e.a., 2015).

Leeftijdsverschillen in anticonceptiegebruik

Het percentage Vlaamse vrouwen dat anticonceptie gebruikt, daalt (globaal bekeken) significant met de leeftijd: van 96% in de leeftijdsgroep 15-24 jaar tot 54% in de leeftijdsgroep 45-54 jaar (Charafeddine, 2014). 

Leeftijdsverschillen_in_anticonceptiegebruik

Uit de Belgische gegevens blijkt dat ook het gekozen middel varieert in functie van de leeftijd. Het pilgebruik daalt met de leeftijd en de populariteit van het hormonaal spiraaltje neem toe (Charafeddine, 2014): 

  • De pil is de meest gekozen methode bij jonge vrouwen: 82% in de groep 15-24 jarigen gebruikt de pil. De populariteit van de pil begint te dalen vanaf de leeftijdsgroep 25-34 jaar (56%). In de groep 35-44 jarigen zakt het gebruik van de pil onder de 50% en bij de 45-54 jarigen is dat iets boven de 40%.
  • De pleister en de ring worden vooral in de groep 25-34 jarigen gebruikt (9%).
  • Vanaf de leeftijd van 35 jaar is het gebruik van het spiraaltje wijdverspreid (31% in de groep 35-44 jarigen en 26% in de groep 45-54 jarigen).
  • Sterilisatie is populair vanaf de leeftijd van 45 jaar (24%).
  • De noodpil wordt vooral gebruikt door de groep 15-34 jarigen: 6% bij de groep jonger dan 35 jaar en 0% bij vrouwen van 35 jaar en ouder.

Anticonceptiegebruik en socio-economische achtergrond

Vlaamse vrouwen met een diploma hoger onderwijs (80%) gebruiken significant meer frequent anticonceptie dan lager opgeleide vrouwen (tussen 41% en 67%). Er zijn ook verschillen in gebruik van de verschillende methoden tussen beide groepen (Charafeddine, 2014):

  • Enkel het gebruik van het spiraaltje is significant verschillend in functie van het opleidingsniveau.
  • Hoger opgeleide vrouwen gebruiken relatief meer het spiraaltje (25%) in vergelijking met lager opgeleide vrouwen (3% lager onderwijs – 8% lager secundair onderwijs). 

Migranten van Turkse afkomst

Het Sexpert II-onderzoek (Buysse e.a., 2014) bracht o.m. de seksuele gezondheid van Turkse etnische minderheden (met rijksregisternummer) in Vlaanderen in kaart. We mogen ervan uitgaan dat het bij deze resultaten vooral gaat om 2e of 3e generatie Turkse migranten, die vaak ook al de Belgische nationaliteit hebben. 

Zij vertonen een gelijkaardig anticonceptiegebruik. Het overgrote deel (86%) van de ondervraagde vrouwen van Turkse afkomst tussen 14 en 49 jaar gebruikt een vorm van anticonceptie, waarbij de hormonale pil de meest populaire methode bleek (37%), gevolgd door vrouwelijke sterilisatie (19%) en de hormonaal spiraal (11%) (Elaut e.a., 2015).

Vrouwen van Turkse afkomst hebben wel minder kennis van de noodpil dan Vlaamse vrouwen. 93% van de Vlaamse vrouwen zegt de noodpil te kennen tegenover 51% van de vrouwen van Turkse afkomst. Ondanks het verschil in kennis tussen beide groepen is het verschil in gebruik van de noodpil overeenkomstig (Elaut e.a., 2015).