Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Seksuele gezondheid van volwassenen in Vlaanderen: feiten en cijfers

Inleiding

Deze Feiten & cijfers beschrijft de seksuele gezondheid van volwassenen vanaf 25 jaar in Vlaanderen. Deze groep bestaat voor het Vlaamse en het Brusselse hoofdstedelijk gewest uit ruim 5,3 miljoen personen (FOD Economie, 2014). De gegevens komen uit wetenschappelijk onderzoek en uit registratiegegevens van overheidsinstanties.

Onderzoek en registratiegegegevens

  • Tussen februari 2011 en februari 2012 vroegen onderzoekers aan 1.832 personen tussen 14 en 80 jaar uit het Vlaams gewest hoe tevreden ze waren over hun seksueel functioneren, of ze reeds seksueel geweld meemaakten, wat hun ervaringen waren met zwangerschap en anticonceptie, hoe jong ze seksueel actief werden enz. Dat is het zogenaamde Sexpert-onderzoek (Buysse e.a., 2013).
  • De gezondheidsenquête 2013 (Charafeddine, 2014) bevraagt 10.000 personen in België, waarvan 3.500 personen in het Vlaams Gewest.

Leeftijd en herkomst

  • Ruim 36% van de Vlaamse bevolking is ouder dan 50 jaar (FOD Economie, 2014). 
  • Begin 2012 woonden er in het Vlaams Gewest 453.399 personen met een niet-Belgische nationaliteit ('vreemdelingen'), of 7% van de Vlaamse bevolking. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaat het om 371.041 personen met een niet-Belgische nationaliteit, of 33% van de Brusselse bevolking. Deze aantallen zijn tegenover begin jaren 2000 duidelijk gestegen. 
  • Daarnaast vind je ook cijfers over de 'personen van vreemde herkomst'. Dat zijn niet alleen personen met een niet-Belgische nationaliteit, maar ook personen die de afgelopen jaren de Belgische nationaliteit hebben verworven en hun kinderen. In het Vlaams Gewest gaat het begin 2012 om 1.114.792 personen of 17,5% van de bevolking. 1 op 6 Vlamingen is dus van vreemde herkomst (Vlaamse migratie- en integratiemonitor, 2013).
  • Het leeftijdsprofiel van de niet-Belgen verschilt duidelijk van dat van de Belgische bevolking. De leeftijdsgroepen van 25 tot 49 jaar zijn opvallend meer vertegenwoordigd bij de niet-Belgen. Bij de leeftijdsgroepen vanaf 50 jaar is het net omgekeerd. Het aandeel 60-plussers ligt bij de Belgische bevolking (26%) dubbel zo hoog als bij de niet-Belgen (13%) (Vlaamse migratie- en integratiemonitor, 2013). 

Armoede

15,3% van de Belgische bevolking leeft onder de armoedegrens, waarvan 9,8% in het Vlaamse Gewest (Dierckx e.a., 2013). Het betreft vooral leefloners, werklozen, ouderen en eenoudergezinnen.

Cijfers en aanbevelingen

In deze Feiten & cijfers vind je cijfers en beleidsaanbevelingen over:

  • (on)geplande zwangerschap;
  • seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) en hiv;
  • seksueel grensoverschrijdend gedrag;
  • en de seksualiteitsbeleving van volwassen Vlamingen.

Definities

Seksuele gezondheid

De meest recente definitie van seksuele gezondheid van de Wereldgezondheidsorganisatie klinkt als volgt: 

‘Seksuele gezondheid is een staat van lichamelijk, emotioneel, mentaal en sociaal welzijn op het vlak van seksualiteit. Het is meer dan de afwezigheid van ziekte, disfunctie of gebrek. Seksuele gezondheid vereist zowel een positieve en respectvolle benadering van seksualiteit en seksuele relaties, als de mogelijkheid om positieve en veilige seksuele ervaringen te hebben, vrij van dwang, discriminatie en geweld. Om seksuele gezondheid te bereiken en te handhaven, moeten ieders seksuele rechten worden gerespecteerd, beschermd en gerealiseerd (WHO, 2006)’.

Ongeplande versus onbedoelde  zwangerschap

Niet elke zwangerschap is ‘bedoeld’. Een onbedoelde zwangerschap kan 2 dingen betekenen die los van elkaar of samen kunnen voorkomen: ofwel dat iemand de zwangerschap niet had voorbereid, of dat men de zwangerschap als negatief beleeft. In de literatuur worden deze situaties respectievelijk ‘ongeplande’ en ‘ongewenste’ zwangerschap genoemd (Buysse e.a., 2013).

Een ongeplande zwangerschap wordt omschreven als een zwangerschap die zich voordoet wanneer de vrouw (en haar partner) geen kinderwens hebben of wanneer een kind op dat moment niet mogelijk is. 

Seksuele functiestoornis versus seksuele disfunctie

Bij een seksuele functiestoornis is het seksueel functioneren in één van de fasen van de seksuele responscyclus verstoord. Het gaat bijvoorbeeld om orgasmestoornissen, erectiestoornissen of voortijdige ejaculatie. 

Bij een seksuele disfunctie wordt deze verstoring door de persoon bovendien als een probleem of als lastig ervaren (Buysse e.a., 2013). 

Cijfers seksueel gedrag en beleving

Het Sexpert-onderzoek (Buysse e.a., 2013) bevraagt 1.832 personen tussen 14 en 80 jaar uit het Vlaams Gewest. Uit dit onderzoek blijkt dat 93% van de respondenten ervaring heeft met seks (verschillende handelingen) en 89% met geslachtsgemeenschap (penetratie). Van de seksueel ervaren respondenten was de meerderheid (79%) ook seksueel actief tijdens de voorbije 6 maanden, met uitzondering van de 65-plussers, waarbij 57% van de mannen en 36% van de vrouwen seksueel actief waren. 

Gemiddeld genomen hebben Vlaamse mannen en vrouwen 1,2 keer per week seks.

Aantal sekspartners

Hun hele leven door hebben Vlaamse mannen in alle leeftijdsgroepen systematisch meer sekspartners gehad dan hun vrouwelijke leeftijdsgenoten, met uitzondering van de oudste groep (65-plussers). Bij vrouwen is het aantal sekspartners eerder gelijk in alle leeftijdsgroepen (gemiddeld een 5-tal). De variatie in het aantal partners is bij mannen ook groter dan bij vrouwen. 

De groep mannelijke dertigers en 50- tot 64- jarige mannen heeft gemiddeld genomen het hoogste aantal sekspartners gehad (gemiddeld 13). Tot slot duiden jongvolwassenen (18-29 jaar), zowel mannen als vrouwen, het hoogste gemiddelde aantal sekspartners tijdens het voorbije half jaar aan.

14% van de mannen bezocht ooit een prostitué(e), vooral dertigers en veertigers. Ontrouw binnen de partnerrelatie komt voor bij 1 op 4 mannen en 1 op 5 vrouwen (Buysse e.a., 2013).

Belang van seks voor mannen en vrouwen

Mannen vinden seks iets belangrijker dan vrouwen. Het belang dat mensen hechten aan seks werd gemeten op een vijfpuntenschaal (1 = heel onbelangrijk tot 5 = heel belangrijk). Mannen scoren gemiddeld 3,8 en vrouwen 3,5 op 5 op die schaal. Seks is voor de oudste groep mannen en vrouwen (65-80) minder belangrijk dan voor de andere leeftijdsgroepen (Buysse e.a., 2013).

Hoe vaak een orgasme?

Mannen (90%) ervaren vaker dan vrouwen (48%) (bijna) altijd een orgasme tijdens seks. Vooral oudere mannen (vanaf 50 jaar) en vrouwen (65-80 jaar) beleven minder frequent een orgasme. Mannen en vrouwen die frequenter seks hebben, rapporteren ook vaker een orgasme te ervaren. 14,5% van de vrouwen (ten opzichte van 2,6% van de mannen) geeft aan nooit een orgasme te hebben ervaren tijdens seks (Buysse e.a., 2013).

Orgasme_bij_manne

Orgasme_bij_vrouwen

Seksuele tevredenheid

Het Sexpert onderzoek (Buysse e.a., 2013) wijst uit dat de Vlaming over het algemeen tevreden is over zijn of haar seksleven: gemiddeld geven mannen een score van 3,6 en vrouwen 3,5 op 5. 

Er is een verschil tussen seksueel ervaren respondenten die de afgelopen 6 maanden wel of niet seksueel actief waren. Respondenten uit de niet-actieve groep zijn gemiddeld minder seksueel tevreden dan de actieve groep. Verder zijn mannen in de oudste groep (65-80) en vrouwen boven de 50 jaar minder seksueel tevreden. Ook zijn mannen en vrouwen die aangeven bijna altijd of altijd een orgasme te bereiken meer tevreden.

Factoren die voor een positieve seksbeleving zorgen zijn (voor mannen en vrouwen met een vaste partnerrelatie): een romantische sfeer, weg van huis zijn en tijd vrij maken. Stress, ruzie met de partner en zorg voor de kinderen hinderen een positieve seksbeleving.

Holebiseksualiteit

In Vlaanderen identificeert 3,3% zich als holebi (homo, lesbisch of biseksueel). Er zijn 3 dimensies aan seksuele orîëntatie: hoe je jezelf benoemt, over wie je seksuele fantasieën koestert en met wie je seks hebt. Rekening houdend met die 3 dimensies gaat het om 3,9% homo- en biseksuele mannen en 9,8% lesbische en biseksuele vrouwen (Buysse e.a., 2013).

Cijfers anticonceptie

Uit de Gezondheidsenquête 2013 (Charafeddine, 2014) blijkt dat drie vierde (74%) van de seksueel actieve vrouwen tussen 15 en 54 jaar in het Vlaams Gewest in de afgelopen 12 maanden een voorbehoedsmiddel gebruikte.

Pil vaakst gebruikt

  • De pil wordt het meest gebruikt (50%), gevolgd door het (hormonaal of koper-)spiraaltje (21%), sterilisatie (11%), barrièremethodes zoals condoom, diafragma, zaaddodende middelen of een spons (9%), de pleister of vaginale ring (4%) en implantaat of prikpil (1%).
  • 2% geeft periodieke onthouding of zich terugtrekken als voorbehoedsmiddel aan.
  • De noodpil (morning-after-pil) werd door 2% van de vrouwen gebruikt.

Meest_gebruikte_voorbehoedsmiddelen

De Sexpert-studie naar seksuele gezondheid in Vlaanderen (Buysse e.a., 2013) geeft een gelijkaardig beeld: een overgrote meerderheid (84%) van de heteroseksuele, seksueel actieve vrouwen in Vlaanderen zonder kinderwens en van reproductieve leeftijd (tussen 14 en 49 jaar) gebruikt anticonceptie.

  • De pil is de meest gebruikte methode (38%). 1 op 10 vrouwen die de pil gebruiken, ervaart deze methode als eerder moeilijk.
  • Het 2e meest gebruikte anticonceptiemiddel is het hormonaal spiraaltje (14%), gevolgd door vrouwelijke sterilisatie (10%).
  • Bijna alle vrouwen kennen de noodpil (93%), één vijfde daarvan heeft die minstens één keer gebruikt. Vrouwen die de morning after pil al gebruikten, deden dat meestal 1 keer (Elaut e.a., 2015).

Leeftijdsverschillen in anticonceptiegebruik

Het percentage Vlaamse vrouwen dat anticonceptie gebruikt, daalt (globaal bekeken) significant met de leeftijd: van 96% in de leeftijdsgroep 15-24 jaar tot 54% in de leeftijdsgroep 45-54 jaar (Charafeddine, 2014). 

Leeftijdsverschillen_in_anticonceptiegebruik

Uit de Belgische gegevens blijkt dat ook het gekozen middel varieert in functie van de leeftijd. Het pilgebruik daalt met de leeftijd en de populariteit van het hormonaal spiraaltje neem toe (Charafeddine, 2014): 

  • De pil is de meest gekozen methode bij jonge vrouwen: 82% in de groep 15-24 jarigen gebruikt de pil. De populariteit van de pil begint te dalen vanaf de leeftijdsgroep 25-34 jaar (56%). In de groep 35-44 jarigen zakt het gebruik van de pil onder de 50% en bij de 45-54 jarigen is dat iets boven de 40%.
  • De pleister en de ring worden vooral in de groep 25-34 jarigen gebruikt (9%).
  • Vanaf de leeftijd van 35 jaar is het gebruik van het spiraaltje wijdverspreid (31% in de groep 35-44 jarigen en 26% in de groep 45-54 jarigen).
  • Sterilisatie is populair vanaf de leeftijd van 45 jaar (24%).
  • De noodpil wordt vooral gebruikt door de groep 15-34 jarigen: 6% bij de groep jonger dan 35 jaar en 0% bij vrouwen van 35 jaar en ouder.

Anticonceptiegebruik en socio-economische achtergrond

Vlaamse vrouwen met een diploma hoger onderwijs (80%) gebruiken significant meer frequent anticonceptie dan lager opgeleide vrouwen (tussen 41% en 67%). Er zijn ook verschillen in gebruik van de verschillende methoden tussen beide groepen (Charafeddine, 2014):

  • Enkel het gebruik van het spiraaltje is significant verschillend in functie van het opleidingsniveau.
  • Hoger opgeleide vrouwen gebruiken relatief meer het spiraaltje (25%) in vergelijking met lager opgeleide vrouwen (3% lager onderwijs – 8% lager secundair onderwijs). 

Migranten van Turkse afkomst

Het Sexpert II-onderzoek (Buysse e.a., 2014) bracht o.m. de seksuele gezondheid van Turkse etnische minderheden (met rijksregisternummer) in Vlaanderen in kaart. We mogen ervan uitgaan dat het bij deze resultaten vooral gaat om 2e of 3e generatie Turkse migranten, die vaak ook al de Belgische nationaliteit hebben. 

Zij vertonen een gelijkaardig anticonceptiegebruik. Het overgrote deel (86%) van de ondervraagde vrouwen van Turkse afkomst tussen 14 en 49 jaar gebruikt een vorm van anticonceptie, waarbij de hormonale pil de meest populaire methode bleek (37%), gevolgd door vrouwelijke sterilisatie (19%) en de hormonaal spiraal (11%) (Elaut e.a., 2015).

Vrouwen van Turkse afkomst hebben wel minder kennis van de noodpil dan Vlaamse vrouwen. 93% van de Vlaamse vrouwen zegt de noodpil te kennen tegenover 51% van de vrouwen van Turkse afkomst. Ondanks het verschil in kennis tussen beide groepen is het verschil in gebruik van de noodpil overeenkomstig (Elaut e.a., 2015).

(Ongeplande) zwangerschap en abortus

In de Sexpert-studie (Buysse e.a., 2013) werd aan zowel Vlaamse mannen als vrouwen per zwangerschap die ze ooit hebben meegemaakt, gevraagd of die gepland en gewenst was en hoe die afgelopen is.

1 op 4 zwangerschappen ongepland

Als we kijken naar de zwangerschappen die de laatste 10 jaar plaatsvonden, blijkt dat 1 op 4 van de zwangerschappen als ongepland benoemd wordt

Ongepland is echter niet altijd ongewenst: 1 op 3 ongeplande zwangerschappen is in het begin niet gepland, maar wordt wel als gewenst beleefd. Eén derde van die ongeplande zwangerschappen wordt retrospectief nog altijd als ongewenst beschouwd. Ongeveer 6 op 10 (58%) werd geaborteerd, een aanzienlijk deel (24%) wordt op een andere manier afgebroken (miskraam of medisch geïndiceerde afbreking). Een kleine 6% van deze zwangerschappen wordt uitgedragen.

Ongeplande_en_ongewenste_zwangerschap

Een ongeplande zwangerschap komt gemiddeld vaker voor op jongere leeftijd. De kans op een ongeplande zwangerschap is het grootst in de jongste (-18) én de oudste (+40) leeftijdsgroep.

Een ongeplande zwangerschap komt gemiddeld ook vaker voor bij vrouwen die voordien reeds meerdere zwangerschappen hebben meegemaakt. Een 2e zwangerschap is de vaakst geplande zwangerschap, gevolgd door de 1e. Vanaf de 3e zwangerschap is er een daling in het aantal geplande zwangerschappen (Buysse e.a., 2013).

Abortus

In 2011 werden in België 19.578 abortussen geregistreerd, dat betekent ongeveer 9 abortussen op 1.000 vrouwen van reproductieve leeftijd (van 15 tot 44 jaar). In Vlaanderen werden in 2011 8.205 abortussen verricht. In Wallonië waren dat er 6.487. 

Het merendeel van de abortussen gebeurt bij vrouwen tussen 20 en 29 jaar, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. In Vlaanderen werden 3.914 abortussen verricht bij vrouwen tussen 20 en 29 jaar, of bijna 48% van alle abortussen. Dat komt neer op ongeveer 10 abortussen op 1.000 vrouwen tussen 20 en 29 jaar. Ongeveer 10% van de zwangerschappen binnen die groep eindigde in een abortus. In de groep 30-39 jarigen waren er 2.838 abortussen in 2011 (Nationale Evaluatiecommissie, 2012).

Wie ooit een ongewenste zwangerschap heeft geaborteerd, voelt zich mentaal niet slechter dan wie nog nooit een ongewenste zwangerschap heeft meegemaakt (Buysse e.a., 2013).

Migranten van Turkse afkomst

Gelijkaardig met de Vlaamse resultaten, bedraagt in het Sexpert II-onderzoek het aantal ongeplande zwangerschappen bij respondenten van Turkse origine 1 op 4 en is 1 op 3 van de ongeplande zwangerschappen dadelijk gewenst. Wel is er een verschil in het percentage ongeplande zwangerschappen dat eindigt in een abortus. Dat ligt lager bij de respondenten van Turkse origine (7,6% versus 21,7%) (Buysse e.a. 2014).

Fertiliteit bij Vlaamse vrouwen

Het Sexpert-onderzoek toonde aan dat 1 op 8 (13,1%) Vlaamse vrouwen ooit een vruchtbaarheidsprobleem heeft ervaren. Vrouwen rapporteren het vaakst ooit problemen te hebben gehad om tot een zwangerschap te komen. Een probleem is voor mannen waarschijnlijk vaak maar aanwezig wanneer er ook een diagnose werd gesteld. Wie ooit een vruchtbaarheidsprobleem ervaren heeft, voelt zich zowel fysiek als mentaal iets slechter. Wie daarvoor (nog) nooit een diagnose kreeg voelt zich het slechtst (Buysse e.a., 2013).

Cijfers seksueel grensoverschrijdend gedrag

Cijfers over seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) moet je met enige voorzichtigheid interpreteren. Er kan sprake zijn van onderrapportage (niet iedereen doet aangifte of zoekt hulp) en de gehanteerde definitie verschilt naargelang het onderzoek. De Sexpert-studie (Buysse e.a., 2013) bevraagt verschillende vormen van SGG.

Voor de leeftijd van 18 jaar 

Het Vlaamse Sexpert-onderzoek (Buysse et al., 2013) toont aan dat 22,3% van de vrouwen en 10,7% van de mannen op jonge leeftijd (voor 18 jaar) minimaal één vorm van SGG heeft meegemaakt. 

Slachtoffers die voor de leeftijd van 18 jaar SGG meemaakten, beschouwen hun fysieke en mentale gezondheid als minder goed dan respondenten die geen SGG meemaakten. Zij lopen ook een groter risico om opnieuw slachtoffer te worden na de leeftijd van 18 jaar (Buysse e.a., 2013).

In het Sexpert-onderzoek rapporteerden volwassenen verschillende vormen van SGG vóór hun 18 jaar:

  • seksueel kwetsende opmerkingen (14%);
  • op een seksueel kwetsende manier aangeraakt of vastgepakt worden (13,6%);
  • gedwongen worden om naakt te zijn (5%);
  • gedwongen worden om naar seksuele beelden te kijken (2,2%);
  • gedwongen worden tot masturbatie (2,5%);
  • gedwongen worden om orale seks uit te voeren of toe te staan (3%);
  • poging tot verkrachting (3,9%);
  • verkrachting (2,3%).

Meer over SGG van en tegenover jongeren vind je in de Feiten en cijfers seksueel grensoverschrijdend gedrag jongeren

Na de leeftijd van 18 jaar 

Ook rapporteerde 13,8% van de vrouwen en 2,4% van de mannen dat hij of zij seksueel grensoverschrijdend gedrag had meegemaakt na 18 jaar. Respondenten rapporteren in Sexpert ervaring met volgende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag:

  • seksueel kwetsende opmerkingen (10%);
  • op een seksueel kwetsende manier aangeraakt of vastgepakt worden (7%);
  • gedwongen worden om naakt te zijn (2%);
  • gedwongen worden om naar seksuele beelden te kijken (1,2%);
  • gedwongen worden tot masturbatie (1,4%);
  • gedwongen worden om orale seks uit te voeren of toe te staan (4,8%);
  • poging tot verkrachting (2,6%);
  • verkrachting (2%).

Bij misbruik bij volwassenen is de gemiddelde leeftijd 23 jaar. Bij misbruik op volwassen leeftijd praat ongeveer de helft van de slachtoffers (55%) erover met anderen (Buysse e.a., 2013).

Vaak een bekende

De pleger is dikwijls één persoon en een bekende van het slachtoffer, meestal de partner of ex-partner. Bij volwassenen mannelijke slachtoffers betreft het bij 3 op 4 mannen een eenmalig feit, bij volwassen vrouwelijke slachtoffers komt herhaling vaker voor (43%) (Buysse e.a., 2013).

Vaker misbruik bij holebi’s

Uit vragen over holebi’s binnen het Sexpert onderzoek (Buysse e.a., 2014) blijkt dat seksueel grensoverschrijdend gedrag vaker voorkomt bij holebi’s dan bij het heteropubliek: 27% van de ondervraagden (meer vrouwen dan mannen) geeft aan minstens 1 vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt vóór de leeftijd van 18 jaar. Ook na 18 jaar ligt het percentage hoger dan bij de heterobevolking (15% in verhouding tot 8,1%).

Seksueel_geweld_meerderjarige_holebi

Seksueel_geweld_volwassen_hetero

Migranten van Turkse afkomst

Slechts weinig respondenten van Turkse afkomst rapporteren in het Sexpert II-onderzoek seksueel grensoverschrijdend gedrag. 6% van de vrouwen rapporteerde seksueel grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt voor de leeftijd van 18 jaar en 2% van de mannen. 2% van de vrouwen en ook 2% van de mannen rapporteerde dit na de leeftijd van 18 jaar (Buysse e.a., 2014). 

Politiestatistieken

De (federale) politiële criminaliteitsstatistieken melden 10.354 geregistreerde zedenmisdrijven in 2013. Het gaat daarbij om verkrachting, aanranding eerbaarheid, (kinder)pornografie, aanzetting tot ontucht, uitbuiting van iemands ontucht en openbare zedenschennis. Daarnaast is er sprake van 101 feiten van seksueel intrafamiliaal geweld binnen het koppel (Federale Politie – CGOP, 2014).

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) en hiv

Het jaarlijkse Soa-rapport van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) rapporteert de soa-registraties van ongeveer 60% van de peillaboratoria. Dit rapport geeft dus geen absolute aantallen of incidentiecijfers, maar schetst wel de tendensen. Gedetailleerde gegevens en duiding vind je in de Feiten en cijfers ‘Seksueel overdraagbare aandoeningen’.

Chlamydia, gonorroe en syfilis

De meest voorkomende soa's in Vlaanderen en België zijn chlamydia, gonorroe en syfilis (Verbrugge e.a., 2014 en 2015).

  • Chlamydia is de meest frequent gerapporteerde soa in Vlaanderen (3.356 registraties in 2014). De meeste infecties gebeuren bij vrouwen tussen 15 en 34 jaar en bij mannen tussen 20 en 40 jaar. 
  • De meeste gonorroe-infecties gebeuren bij mannen: 655 registraties in Vlaanderen in 2014. In 2014 werd gonorroe voornamelijk vastgesteld bij mannen tussen 20 en 39 jaar. 
  • 2 op 3 vrouwelijke patiënten met chlamydia of gonorroe werden gediagnosticeerd zonder klacht of symptoom. Deze vaststelling onderlijnt het asymptomatisch verloop van de infecties en het risico op complicaties, zoals vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen.
  • Syfilis (859 registraties in 2014 in Vlaanderen) wordt voornamelijk vastgesteld bij mannen in alle leeftijdsgroepen boven 20 jaar. 

Bovenstaande 3 soa’s worden (in dalende volgorde) vooral gezien bij jonge en jongvolwassen heteroseksuele mannen en vrouwen, homomannen en hiv-positieve homomannen.

Hiv

In 2013 werden 1.115 nieuwe diagnoses met hiv gesteld in België. De hiv-epidemie treft voornamelijk 2 bevolkingsgroepen (Verbrugge e.a., 2014): 

  • mannen die seks hebben met mannen (MSM), vooral met de Belgische nationaliteit; 
  • mannen en vrouwen die het virus hebben opgelopen via heteroseksuele betrekkingen. Zij zijn vooral afkomstig uit sub-Saharaans Afrika. 

Gedetailleerde gegevens en duiding vind je in de Feiten en cijfers ‘Hiv-diagnoses in België’.

Testgedrag

Uit het Sexpert-onderzoek (Buysse e.a., 2013) blijkt dat 13,1% van de seksueel ervaren respondenten zich ooit heeft laten testen op soa’s en 29,9% op hiv. Van diegenen die zich ooit lieten testen op een soa was 3,6% gediagnosticeerd met minstens één soa.

Soa_en_hivtesten

Van de Turkse respondenten in het Sexpert II-onderzoek liet slechts 8% zich ooit testen op soa’s en 13% op hiv. Bij een kwart daarvan werd een soa vastgesteld (Buysse e.a. 2014).

Condoomgebruik bij volwassenen

Uit Sexpert onderzoek (Buysse e.a., 2013) blijkt dat 8,6% aangeeft een condoom te hebben gebruikt tijdens het laatste seksueel contact. De jongste leeftijdsgroep (18-29 jaar) gebruikte beduidend vaker (18%) een condoom dan oudere respondenten. Ook een relatief grote groep veertigers (8,6%) gaf aan een condoom te hebben gebruikt. Globaal gezien gebruiken (vooral jongere) mannen vaker een condoom dan vrouwen. 

Het onderzoek concludeert dat bij een brede definitie van veiligheid (condoom gebruikt of men is zeker dat er geen risico op besmetting met hiv/soa’s is) 4% van het laatste seksuele contact onveilig was. Bij deze brede definitie rapporteren de jongvolwassenen (18-29 jaar) en dertigers meer onveilige contacten. 

Volgens een enge definitie van veiligheid (een condoom gebruikt of geen condoom gebruikt maar wel helemaal zeker dat er geen risico op besmetting met hiv/soa’s is) was 14% van de contacten onveilig (Buysse e.a., 2013).

Seksuele disfuncties

43% van de (seksueel actieve) vrouwen en 35% van de mannen rapporteert minstens één seksuele functiestoornis.

Seksuele_functiestoornissen-mannen-vrouwen

Een deel van hen ondervindt daar last van: 22% van de vrouwen en 12% van de mannen rapporteert minstens één seksuele disfunctie (Buysse e.a., 2013).

  • Vrouwen hebben vooral last van orgasmestoornissen, stoornissen in het verlaagd seksueel verlangen en lubricatiestoornissen.
  • Mannen melden vooral een teveel aan seksueel verlangen, premature ejaculatie en erectiestoornissen.
  • Disfuncties verbonden aan lichamelijke effecten van het verouderingsproces (erectie en lubricatie) zijn duidelijk verbonden met leeftijd (vanaf 50 jaar).

Seksuele_functiestoornissen_mannen_vrouwen

Minderheid zoekt hulp

Vaak wordt een seksuele disfunctie al verschillende jaren ervaren. Maar slechts een minderheid - 1 op 8 mannen en 1 op 5 vrouwen - zoekt professionele hulp.

Turkse respondenten

In het Sexpert II-onderzoek rapporteert 12% van de Turkse respondenten minstens één seksuele disfunctie. Dat stemt overeen met de prevalentie in de algemene bevolking. Bij de respondenten van Turkse afkomst is er echter geen significant verschil tussen mannen en vrouwen (Buysse e.a., 2014).

Vergelijking met vorige jaren

Anticonceptiegebruik 

Wat betreft het gebruik van anticonceptie is tussen 2001 (71%) en 2013 (74%) het percentage seksueel actieve Vlaamse vrouwen dat een anticonceptiemiddel gebruikt licht gestegen (Charafeddine, 2014). In de Gezondheidsenquête wordt gevraagd aan seksueel actieve vrouwen of zij of hun partner het afgelopen jaar een voorbehoedsmiddel gebruikt hebben. Van diegenen die geen anticonceptie gebruiken weten we niet of zij een kinderwens hebben. De lichte toename van anticonceptie doorheen de jaren kan dus ook te maken hebben met een verandering in kinderwens.

Type voorbehoedsmiddel

  • Het gebruik van de pil in Vlaanderen is gedaald van 61% in 2001 naar 50% in 2013.
  • Het gebruik van de spiraal is daarentegen substantieel toegenomen van 7% in 2001 tot 21% in 2013.
  • Het gebruik van de pleister en ring is ook licht toegenomen van 2% in 2004 tot 4% in 2013.
  • Er is een vermindering in het gebruik van sterilisatie: van 20% in 2001 tot 11% in 2013 (Charafeddine, 2014).  

(Ongeplande) zwangerschap en abortus

  • Ongeplande zwangerschappen zijn in Vlaanderen over de jaren heen minder frequent geworden. Het aantal ongewenste zwangerschappen is gelijk gebleven. Jonge mensen die ongepland zwanger worden beschouwen deze zwangerschap sneller als ongewenst dan oudere mensen (Buysse e.a., 2013).
  • Het aantal abortussen is in België stabiel gebleven voor de periode 2001-2008 (Nationale Evaluatiecommissie, 2012).

Fertiliteit

  • Vlaamse mannen stapten over de jaren heen vaker (mee) naar een hulpverlener bij een mogelijk vruchtbaarheidsprobleem (Buysse e.a., 2013).

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Het aantal geregistreerde zedenmisdrijven (10.354 in 2013) is in België vrij stabiel gebleven de laatste +/- 10 jaar (10.940 in 2000) (Federale Politie – CGOP, 2014). Meer cijfers vind je in de Feiten & cijfers ‘Seksueel grensoverschrijdend gedrag’.

Seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv

Sinds het begin van de registratie in 2002 is het aantal diagnoses van de seksueel overdraagbare aandoeningen chlamydia, gonorroe en syfilis gestegen. In de periode 2002-2013 steeg de gemiddelde jaarlijkse incidentie van chlamydia met 16%, van gonorroe met 13% en van syfilis met 25% (Verbrugge e.a., 2014). Maar ook het aantal tests steeg in deze periode. Bovendien slaagt men er, zeker bij chlamydia, beter in de juiste doelgroepen te overtuigen zich te laten testen. Dat zorgt dus voor meer positieve testresultaten. Meer cijfers met duiding kan je vinden in de Feiten & cijfers ‘Seksueel overdraagbare aandoeningen’

Tussen 1997 en 2012 is het aantal nieuwe diagnoses van hiv gestegen met 75% (Verbrugge e.a., 2014). In vergelijking met het totaal aantal nieuwe diagnoses in 2012 zien we een daling met 9%. Meer cijfers met duiding kan je vinden in de Feiten & cijfers ‘Hiv-doagnoses in België’.

Vergelijking met buurlanden: seksuele gezondheid in Nederland

Het bevolkingsonderzoek ‘Seksuele gezondheid in Nederland 2011’ geeft een beeld van de seksuele gezondheid in Nederland (Wijsen & de Haas, 2012). Meer dan 8.000 mannen en vrouwen tussen de 15 en 70 jaar deden mee aan de Monitor Seksuele Gezondheid 2012.

De resultaten hiervan zijn vrij gelijklopend met de bevindingen voor Vlaanderen. Enkele conclusies:

Seksueel gedrag en beleving

Ongeveer 17% van de mannen en 22% van de vrouwen heeft het laatste half jaar geen seks gehad. De meerderheid van hen zou liever vaker seks hebben (de Graaf, 2012). Deze cijfers zijn vergelijkbaar met Vlaanderen (respectievelijk 17% en 25%) (Buysse e.a., 2013).

Ook blijkt uit dit onderzoek dat Nederlandse vrouwen veel minder vaak genieten van seks dan mannen. Het gebrek aan seksueel plezier wordt gerapporteerd door 4 op de 10 vrouwen (de Graaf, 2012).  

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Een derde van de vrouwen en 1 op 20 mannen tussen 15 en 70 jaar rapporteert ooit in haar/zijn leven seksueel geweld meegemaakt te hebben. 12% van de vrouwen en bijna 3% van de mannen werd ooit verkracht (Bakker e.a., 2009). 

Seksueel overdraagbare aandoeningen

  • Maar liefst 48% van de mannen en 60% van de vrouwen had onbeschermde vaginale seks met de laatste losse partner. Daarnaast is bij 9% van de vaginale sekscontacten sprake van incorrect condoomgebruik doordat de man al met de penis in de vagina is geweest, voordat een condoom wordt omgedaan (Goenee e.a., 2012).
  • Van de Nederlanders die ooit seks hebben gehad, hebben vrouwen zich gedurende hun leven iets vaker ooit op soa’s (32%) en hiv (24%) laten testen dan mannen (respectievelijk 28% en 19%) (Goenee e.a., 2012). Vlaamse mannen en vrouwen laten zich dus minder vaak testen op soa’s naast hiv. 

Ongeplande zwangerschap en abortus

  • 1 op de 5 vrouwen is ooit onbedoeld zwanger geworden (Picavet, 2012). Dit cijfer is vergelijkbaar met Vlaanderen, waar 1 op 4 zwangerschappen ongepland wordt benoemd (Buysse e.a., 2013).
  • België behoort tot de landen met de laagste abortuscijfers binnen Europa (Eurostat). 

Seksuele disfuncties

  • De prevalentie van seksuele functiestoornissen en disfuncties in Vlaanderen komt overeen met wat in de internationale literatuur gevonden wordt, hoewel vergelijken moeilijk is door methodologische verschillen (Buysse e.a., 2013).
  • In totaal heeft 19% van de Nederlandse mannen en 27% van de vrouwen één of meerdere seksuele disfuncties (Kedde, 2012). In Vlaanderen liggen de cijfers iets lager met respectievelijk 12% en 22% (Buysse e.a., 2013). 

Beleidsaanbevelingen

Sensoa onderschrijft de aanbevelingen die de stakeholders binnen het Sexpert-onderzoek opstelden (Buysse e.a., 2014): bevorder de deskundigheid van intermediairs en informeer en sensibiliseer het algemene publiek rond seksuele gezondheidsthema's. 

Seksueel grensoverschrijdend gedrag

  • Creëer meer maatschappelijk bewustzijn rond de mildere vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
  • Neem roldoorbrekende boodschappen op in campagnes (ook mannen zijn slachtoffer en vrouwen dader).

Ongeplande/ongewenste zwangerschap

  • Normaliseer het idee dat niet alle zwangerschappen gepland (moeten of kunnen) zijn.
  • Werk het taboe op een ongeplande zwangerschap weg: geef de boodschap dat mensen en anticonceptiemethoden kunnen falen.
  • Verspreid een realistisch beeld over zwangerschap (geen eenzijdig positief 'rozewolkbeeld').

Seksuele functieproblemen en disfuncties

  • Formuleer boodschappen die seksuele functieproblemen/disfuncties en vragen om advies en hulp normaliseren. Doe dat op een laagdrempelige manier.
  • Stem boodschappen en communicatiestrategieën af op de achtergrond van de doelgroepen, rekening houdend met leeftijd, gender, etnisch culturele achtergrond, sociaal-economische status en de specifieke gezondheidstoestand (bijvoorbeeld chronische ziektes).
  • Bied doelgroepspecifieke informatie aan en voer een selectieve en geïndiceerde preventie (bijvoorbeeld rond lubricatie- en erectieproblemen bij oudere groepen).
  • Maak het bestaand hulpverleningsaanbod beter bekend en toegankelijk.

Seksueel overdraagbare aandoeningen

  • Promoot soa-testen gerichter en bied ze aan bij de leeftijdsgroep van mannen en vrouwen tot 39 jaar ongeacht de seksuele oriëntatie. 
  • Evalueer de terugbetalingscriteria van de HPV-vaccinatie bij andere leeftijds- en bevolkingsgroepen.
  • Actualiseer de kennis van de hulpverleners over soa- en hiv-detectie en behandeling.

Aanbevelingen uit het Hiv-plan

Sensoa onderschrijft ook de beleidsaanbevelingen naar de algemene bevolking uit het nationaal Hiv-plan:

  • ACTIE 10: De vaardigheden van psycho-medisch-sociale actoren versterken. 
  • ACTIE 11: Campagnes, instrumenten en beleidsmaatregelen opzetten die bijdragen tot het ontwikkelen van een niet-discriminerende en niet-stigmatiserende omgeving binnen de samenleving voor mensen met hiv, holebi’s/transgenders en migranten. 
  • ACTIE 12: Sensibiliseren voor het gebruik van het condoom, de barrières hiervoor wegnemen en stimulansen voor dit gebruik ontwikkelen. 
  • ACTIE 13: De barrières en stimulansen voor het gebruik van het condoom bestuderen. 

 

Wat doet Sensoa?

Sensoa informeert en sensibiliseert volwassenen over diverse aspecten van seksuele gezondheid. Sensoa normaliseert ook seksuele problemen, zodat zowel hulpverleners als mensen die hulp nodig hebben problemen durven en kunnen bespreken. Sensoa ijvert er eveneens voor om de hulpverlening toegankelijk te maken. 

Seksualiteit.be 

Seksualiteit.be is hét medium waarmee Sensoa de algemene bevolking bereikt voor het aanbieden van seksuele gezondheidsinformatie. De site biedt informatie over soa's en hiv, anticonceptie en (on)geplande zwangerschap, seksueel grensoverschrijdend gedrag, seksuele disfuncties, seksuele voorlichting en lichamelijke en relationele aspecten van seksualiteit. Daarnaast bundelt een rubriek 'Hulp' relevante doorverwijzingen en adressen. 

De informatie op Seksualiteit.be wil seksueel gedrag normaliseren (en deproblematiseren), aanzetten tot communicatie over seksualiteit, verwijzen naar hulp- en begeleidingsmogelijkheden en respect bevorderen. 

Huisartsenproject

Sensoa wil dat huisartsen over de nodige competenties beschikken om seksuele gezondheid te bespreken met hun patiënten. Dat houdt in dat zij:

  • diverse thema’s bespreekbaar kunnen maken;
  • weten om te gaan met seksuele problemen;
  • voorlichting en advies op maat kunnen geven;
  • kunnen doorverwijzen naar andere instanties en hulpverleners.

Daarom maakt Sensoa in samenwerking met artsen verschillende lespakketten aan rond seksuele gezondheid. Zowel voor huisartsen in opleiding als voor praktiserende artsen.

Bronnen

Buysse, A. e.a. (Red.). (2013). Sexpert: seksuele gezondheid in Vlaanderen. Gent: Academia.

Buysse, A. e.a. (Red.). (2014). Sexpert: seksuele gezondheid in Vlaanderen. Valorisatierapport. Gent: Academia.

Charafeddine, R. (2014). Seksuele gezondheid. In: Gisle, L. & Demarest, S. (2014). Gezondheidsenquête 2013. Rapport 2: Gezondheidsgedrag en leefstijl. Brussel: WIV.

De Graaf, H. (2012). Seksueel gedrag en seksuele beleving in Nederland. Tijdschrift voor seksuologie, 36, nr. 2, p. 83-86. Beknopte resultaten zijn ook te vinden op RutgersWPF.nl (geraadpleegd op 02/12/2014). 

De Haas, S. (2012). Seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jongeren en volwassenen in Nederland. Tijdschrift voor seksuologie, 36, nr. 2, p. 83-86. Beknopte resultaten zijn ook te vinden op RutgersWPF.nl (geraadpleegd op 02/12/2014). 

Dierckx, D. e.a. (2013). Jaarboek armoede en sociale uitsluiting. Leuven, Acco.

Elaut, E. e.a. (2015) Contraceptive use in Flanders (Belgium):  comparison between a general population sample and a Turkish ethnic minoraty sample.  The European Journal of Contraception and Reproductive Health Care (manuscript).

Federale politie – CGOP (2014). Politiële criminaliteitsstatistieken België 2000-2013. Geregistreerde criminaliteit op het nationaal niveau. Geraadpleegd op 20/01/2015 via www.polfed-fedpol.be

FOD Economie (2014). Cijfers bevolking 2010-2014. Geraadpleegd op 20/01/2015 via http://statbel.fgov.be

Goenee, M., Kedde, H. & Picavet, C. (2012). Condoomgebruik en testgedrag in Nederland. Tijdschrift voor seksuologie, 36, nr. 2, p. 83-86. Beknopte resultaten zijn ook te vinden op RutgersWPF.nl (geraadpleegd op 02/12/2014). 

Kedde, H. (2012). Seksuele disfuncties in Nederland: prevalentie en samenhangende factoren. Tijdschrift voor seksuologie, 36, nr. 2, p. 83-86. Beknopte resultaten zijn ook te vinden op RutgersWPF.nl (geraadpleegd op 02/12/2014). 

Kuyper, L. (2012). Transgenders in Nederland: prevalentie en attitudes. Tijdschrift voor seksuologie, 36, nr. 2, p. 83-86. Beknopte resultaten zijn ook te vinden op RutgersWPF.nl (geraadpleegd op 02/12/2014). 

Nationale Evaluatiecommissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking. Verslag ten behoeve van het Parlement: 1 januari 2010-31 december 2011. Brussel: 2012. Geraadpleegd op 1 juli 2014 via http://www.ieb-eib.org

Picavet, C. (2012). Zwangerschap en anticonceptie in Nederland. Tijdschrift voor seksuologie, 36, nr. 2, p. 83-86. Beknopte resultaten zijn ook te vinden op RutgersWPF.nl (geraadpleegd op 02/12/2014).

Vanduynslage, L. e.a. (2013). Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor 2013. Brussel: Steunpunt Inburgering en Integratie.

Verbrugge R., Crucitti, T. & Quoilin S. (2014). Seksueel overdraagbare aandoeningen bij de algemene bevolking: gegevens van 2013 voor België en de 3 regio’s. WIV-ISP, Brussel.

Verbrugge, R. Crucitti, T. (2015). 

Wijsen, C. & de Haas, S. (2012). Seksuele gezondheid in Nederland 2011: achtergronden en samenstelling van een representatieve steekproef voor een bevolkingsonderzoek. Tijdschrift voor seksuologie, 36, nr. 2, p. 83-86. Beknopte resultaten zijn ook te vinden op RutgersWPF.nl (geraadpleegd op 02/12/2014). 

WHO (2006). Defining sexual health. Report of a technical consultation on sexual health, 28–31 January 2002, Geneva. Geraadpleegd op 02/12/2014 via http://www.who.int