Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Soa-consult: aanbevelingen voor de huisarts en gynaecoloog

Kernboodschappen

Chlamydia is de meest gediagnosticeerde soa in België, vooral in de leeftijdsgroep 15-35 jaar. Kort op elkaar volgende monogame relaties (seriële monogamie) waarbij het condoom wordt weggelaten zonder zich voorafgaand te laten testen, is wellicht de belangrijkste oorzaak. Chlamydia verloopt vaak asymptomatisch en kan ernstige gevolgen hebben.

  • Er gebeuren weinig soa-diagnoses door de huisarts in vergelijking met andere beroepsgroepen. Dat terwijl de huisarts vaak het eerste aanspreekpunt is. Huisartsen spelen een belangrijke rol in de opsporing van soa’s.
  • Vraag in een soa-consult altijd naar klachten én seksueel gedrag (risicofactoren).
  • Bied seksueel actieve mannen en vrouwen tussen 15 en 35 jaar een chlamydia-test aan. Ook als er geen symptomen en/of seksueel risicogedrag zijn. Door het verhoogd risico op een chlamydia-infectie in deze doelgroep is opportunistische screening aangeraden. Bijvoorbeeld bij soa-gerelateerde vragen, zoals een uitstrijkje of verzoek om anticonceptie of als er sprake is van een nieuwe partner in de laatste 6 maanden.
  • Bied een hiv-test aan bij mensen uit hiv-endemische gebieden (Sub-Saharaans Afrika) en bij mannen die seks hebben met mannen. Bespreek ook vaccinatie op hepatitis B en HPV (genitale wratten).
  • Plaats van staalafname(s) wordt bepaald door het seksueel gedrag (orale, vaginale of anale seks). Neem op indicatie ook tests af van andere mogelijke besmettingsplaatsen dan de genitaliën (rectum of keel).
  • Counseling over veilig vrijen en partnerwaarschuwing zijn belangrijke aspecten van een soa-consult.

Anamnese

Onderstaande vragen dienen om na te gaan of de patiënt, en de eventuele partner, een soa kunnen hebben en welke diagnostiek er in dat geval moet plaatsvinden. Op deze risico-inschatting berust het verdere testbeleid. 

  • Heeft de patiënt seks met mannen, vrouwen of beiden?
  • Om welk soort seksueel contact (oraal, vaginaal, anaal) gaat het?
  • Heeft de patiënt wisselende seksuele contacten (2 of meer in de afgelopen zes maanden)? Waren deze contacten beschermd of onbeschermd?
  • Heeft de patiënt een nieuwe partner (gehad) in de afgelopen zes maanden? Werd het condoom weggelaten?
  • Heeft de patiënt een reeds gediagnosticeerde soa (gehad)? Zo ja, welke?
  • Heeft de patiënt klachten die kunnen wijzen op een soa? Zijn er nog seksuele contacten geweest na het ontstaan van de klachten?
  • Waar komen patiënt en partner vandaan? Uit endemische gebieden waar soa (zoals hiv, hepatitis B en C) vaker voorkomen, zoals Sub-Saharaans Afrika?
  • Is er sprake van intraveneus druggebruik door de patiënt?
  • Is er bij de patiënt of de partner sprake van seks tegen betaling (prostituees en prostituanten)?
  • Is er sprake van groepsseks (swingers)?
  • Welke anticonceptie gebruikt de patiënt?

Risicostratificatie

Op basis van klachten en seksueel gedrag (risicofactoren) worden patiënten ingedeeld in "groot risico” en “zeer groot risico” op ernstige, moeilijk te behandelen soa's. 

  • "Groot risico" vormen bijvoorbeeld patiënten met een nieuwe partner in de laatste 6 maanden (seriële monogamie).
  • "Zeer groot risico" vormen bijvoorbeeld patiënten met frequent wisselende sekspartners, homomannen, personen afkomstig uit hiv-endemisch gebied zoals Sub-Saharaans Afrika en intraveneuze druggebruikers.

Dit onderscheid bepaalt of een beperkte (op chlamydia, gonorroe en eventueel syfilis) of uitgebreide (op chlamydia, gonorroe, syfilis, hepatitis B, hiv en eventueel hepatitis C) set aan testen aangewezen is

Alertheid van de huisarts op soa’s is bij deze groepen van groot belang. Ook bij patiënten die niet komen met een vraag over soa, of bij wie initieel geen sprake is van seksueel risicogedrag. Voor meer info: zie het LOK-pakket SOA van Domus Medica en bijhorende handleiding. 

Counseling

Bij positief testresultaat

  • Informeer de patiënt over de besmettelijkheid en mogelijke complicaties van de soa.
  • Besteed aandacht aan aspecten als psychische klachten en alcohol- en drugsgebruik omdat deze mede van invloed kunnen zijn op de therapietrouw van de patiënt.
  • Bespreek ook de seksuele beleving van de patiënt: is het mogelijk om geen seks te hebben zolang de behandeling duurt, hoe goed lukt het om een condoom te gebruiken, welke impact valt te verwachten op de seksuele relatie met de partner...
  • Geef voorlichting over de behandeling en het controlebeleid en het testadvies voor de eventuele partner. Kan de partner zich bijvoorbeeld laten vaccineren?
  • Verwijs door naar gespecialiseerde hulpverlening/medische opvolging voor hiv.
  • Breng partnerwaarschuwing ter sprake. Als de patiënt het moeilijk vindt om contact op te nemen met de partner(s), kan u hiervoor schriftelijk materiaal meegeven.

Veilig vrijen advies

Het testen op soa’s is een belangrijk onderdeel in de preventie. Het is echter geen alternatief voor veilig vrijen:

  • Veilig vrijen kan door onbeschermd seksueel contact (oraal, vaginaal en anaal) en bloedcontact te vermijden en door condooms te gebruiken.
  • Adviseer patiënten met een nieuwe partner condooms te gebruiken, en om zich te laten testen op soa’s (patiënt en partner) bij het weglaten van het condoom. 
  • Bespreek vaccinatie op hepatitis B en HPV.

Achtergrondinformatie

Alle informatie over de campagne 'Share love, geen soa'

Praktijkinformatie

Patiënteninformatie over seksuele gezondheid

Cijfers over soa’s in Vlaanderen

Bronnen

Deze informatie is gebaseerd op het soa-werkmodel dat binnenkort op www.domusmedica.be beschikbaar zal zijn. Dit dossier werd opgesteld in samenspraak met Domus Medica. Hierbij werd gebruik gemaakt van volgende bronnen:

  • Smets K. (2015). Seksueel Overdraagbare Infecties in de Huisartsenpraktijk. Handleiding voor de moderator. Antwerpen: Domus Medica (Handleidingen voor Kwaliteitsbevordering).
  • Van Bergen J.E.A.M. e.a. (2013). NGH-standaard 'Het soa-consult' (eerste herziening). In: Huisarts Wet, 56(9), pp.450-463.