Er is een nieuw wetsvoorstel om de strafwet rond seks aan te passen voor minderjarigen. Is Sensoa tevreden? Lees onze opinie in De Standaard van 16 september 2021.

Seks? Uw identiteitskaart graag! 

De (voorlopig nog huidige) strafwet rond seks is op zijn minst onduidelijk of verwarrend, met allerlei leeftijdsgrenzen, vage terminologie en her en der verspreide bepalingen. Dat besefte ook de wetgever en in het kader van de hervorming van het strafrecht ging die wetgeving op de schop. De Raad van State gaf advies op de nieuwe bepalingen wat geleid heeft tot het huidige wetsvoorstel dat nu voorligt. Sensoa is tevreden dat er werk is gemaakt, al had het wel iets meer mogen zijn. 

Seksuele meerderjarigheid (de leeftijd waarop je kan toestemmen tot seksuele contacten) blijft in de nieuwe wet vastgelegd op zestien jaar. Maar er is deze keer wel gedacht aan de normale seksuele ontwikkeling van jongeren: ‘Een minderjarige die de volle leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, maar niet de volle leeftijd van zestien jaar, kan uit vrije wil toestemmen indien het leeftijdsverschil met de andere persoon niet meer dan twee jaar bedraagt.’ Jongeren worden extra beschermd door er aan toe te voegen dat een minderjarige nooit uit vrije wil kan toestemmen wanneer er sprake is van een incestueuze relatie in de ruime betekenis van het woord of wanneer de dader gebruik maakt van een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed. Een goede zaak.  

Maar terug naar de kern van de zaak. Een veertienjarige op vrijersvoeten kan dus een zestienjarige versieren of omgekeerd, en een zeventien- en vijftienjarige zouden zonder gevaar op inmenging hun prille seks kunnen beleven. Maar ja, wat als een achttienjarige een seksuele relatie aanknoopt met een vijftienjarige, mét onderlinge toestemming? Dan kan die achttienjarige tegen de lamp lopen. Ook een zeventien- en veertienjarige mogen geen seks hebben.   

De wetgever is zich daar enigszins bewust van en geeft in de toelichting bij de wet wat duiding. Een jongere heeft recht op een seksuele ontwikkeling, de wet is bedoeld als bescherming en heeft geenszins de bedoeling om consensuele seksuele handelingen te bestraffen. Als alle betrokkenen de geest van de wet volgen, is er dus geen probleem. Maar ja, er is natuurlijk ook de letter van die wet. Ziet u nu ook al die ouders, opvoeders, leerkrachten, verantwoordelijken van instellingen enzovoort in het haar krabben? ‘Wat moeten we dan doen? Naast hun bed gaan staan en vragen om hun identiteitskaart?’ Om maar te zwijgen van de jongeren zelf: ‘Ho, voor we seksen moet ik eerst weten wanneer je geboren bent.’ Of nog bizarrer: ‘Over twee dagen verjaar je, en dan is er meer dan twee jaar verschil tussen ons. Gedaan met seks.’   

Een wetgeving – met de nadruk op bescherming – is natuurlijk belangrijk, maar is alles behalve een eindpunt. Kinderen en jongeren hebben recht op hun seksuele ontwikkeling en vorming, en ouders en begeleiders spelen daar een belangrijke rol in. Bescherming van kinderen en jongeren doe je in eerste instantie door hen goed te informeren, te vormen en het goede voorbeeld te geven. Vanaf veertien mag men seksuele relaties aanknopen met jongeren van dezelfde leeftijdscategorie, dus daar voorziet men best op tijd ondersteuning voor: wat is belangrijk wat ze weten, kennen, beseffen, kunnen, begrijpen…? Hoe ziet die omkadering eruit als jongeren in een residentiële voorziening verblijven, hoe geeft men die jongeren de nodige ruimte en privacy als ze er vroeg bij zijn?  

Voor jongeren onder de veertien jaar blijft het probleem (voorlopig?) onopgelost. Ook kinderen stellen immers seksuele handelingen en geven blijk van seksuele interesse in leeftijdsgenoten. Wat er ook niet in de (huidige) toelichting staat, is een afbakening van voor wie de wet bedoeld is. Mag men het gedrag van tienjarigen beoordelen via de bepalingen van deze wet, of is het kind altijd een slachtoffer? Als twee 13 jarigen onderling experimenteren, zijn ze dan beiden strafbaar? Wat als een 14 jarige grensoverschrijdend gedrag stelt tegenover zijn of haar lief van 17??   

De wet ligt voor, de dames en heren politici moeten het nog eens worden en hopelijk houden ze rekening met onze opmerkingen. Maar daarna begint het echte werk pas voor heel, heel, heel veel mensen: directies van instellingen voor jongeren, opvoeders, directies van scholen, leerkrachten en ouders. Deze wet zou een stimulans moeten zijn om (nog meer) relationele en seksuele opvoeding te geven. Iedereen wil toch dat zijn of haar nageslacht zo goed mogelijk geïnformeerd en voorbereid is wanneer zij hun eerste stappen zetten in hun intieme belevenissen. Liefst zo liefdevol mogelijk, liefst zo zorgeloos mogelijk, en liefst zonder moeiallen die naar uw identiteitskaart vragen. En uiteraard zonder seksueel misbruik.

Erika Frans is expert seksueel grensoverschrijdend gedrag bij Sensoa.

Feiten en cijfers over de eerste keer seks

Seksuele meerderjarigheid: vanaf welke leeftijd mag ik seks hebben?