Geen enkel recht is absoluut, een recht stopt daar waar je een andere partij schade toebrengt. Die redenering dringt zich ook op als het gaat over ‘reproductieve rechten’. Internationale verdragen, die ook door België zijn ondertekend, bepalen dat iedereen het recht heeft om zelf te beslissen om al dan niet kinderen te hebben, hoeveel en wanneer.

Maar daar tegenover staan de rechten van het kind. Kinderen hebben recht op een gedegen opvoeding in een veilige omgeving. Beide rechten sluiten aan op de fundamentele en universele rechten van de mens en staan in sommige gevallen op gespannen voet met elkaar.

John Crombez gooide de kwestie opnieuw op tafel: er bestaan uitzonderlijke, specifieke situaties waarin de vraag kan gesteld worden of het niet opportuun is om mensen tijdelijk te beletten kinderen te krijgen. 

‘Verplichte anticonceptie’, the word is out en het roept meteen een hoop weerstanden en vragen op: “Wie zou verplicht worden?”, “Wie gaat daarover beslissen?”, “Is dat tijdelijk en zo ja voor hoe lang?” zijn er maar enkele van. Kortom, een pak hellende vlakken waarvan het makkelijk afschuiven is.

Vanuit Sensoa pleiten wij in de eerste plaats om samen met de betrokkene tot een beslissing rond gezinsplanning en anticonceptie te komen. Daarvoor ontwikkelden we het ‘Onder Vier Ogen’-stappenplan. Dat biedt ondersteuning aan (huis)artsen, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en andere hulpverleners om anticonceptie en gezinsplanning proactief bespreekbaar te maken met cliënten.  

Daarnaast is er Zanzu.be, een meertalige en bijzonder laagdrempelige website die hulpverleners kan helpen om het over anticonceptie te hebben met hun anderstalige of laaggeletterde cliënten. Of het verlengstuk ervan, het pilootproject Zanzu lokal. Daarin brachten we op wijkniveau hulpverleners en gezondheidsprofessionals samen om hun aanpak op elkaar af te stemmen als het over dit thema ging.

Ten slotte pleit Sensoa voor de terugbetaling van anticonceptie aan mensen met een verhoogde tegemoetkoming. Vaak is immers anticonceptie met een langdurige werking financieel niet haalbaar voor hen.

In een aantal Nederlandse steden loopt het project ‘Nu Niet Zwanger’. Dat is een preventieprogramma gericht op (potentiële) ouders met een verhoogde kwetsbaarheid door veelal een combinatie van psychiatrische problemen, verslaving, dakloosheid, schulden, een verstandelijke beperking, problemen met tienerpooiers of illegaliteit. Het doel is te verhinderen dat zij in deze fase van hun leven een kind krijgen. Dit gebeurt op vrijwillige basis met een persoonlijke benadering en maatwerk.  Sleutelfrases zijn ‘intensieve begeleiding’, ‘(meerdere) hulpverleners’, ‘aansluiten bij hun leefwereld’ en ‘samen kijken naar hun vragen, behoeften, barrières en mogelijkheden.’

De tijd lijkt ons rijp voor een breed, genuanceerd debat, met meerdere spelers (waaronder hulpverleners) waarin de verschillende standpunten aan bod komen en argumenten tegen elkaar afgewogen worden. Bedoeling is te komen tot een aantal werkwijzes en procedures, die doordacht zijn en waarvoor een breed draagvlak bestaat. Daar is iedereen mee gebaat. ‘Potentiële’ ouders, even ‘potentiële’ kinderen, hulpverleners en onze samenleving.