Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Seksueel grensoverschrijdend gedrag jongeren: feiten en cijfers

Seksueel grensoverschrijdend gedrag online

Kinderen en jongeren gebruiken nieuwe media om vriendschappen en relaties te beleven. Ze kunnen dus ook online te maken krijgen met SGG of zelf SGG stellen. Uit een recent Europees onderzoek bij kinderen en jongeren (9-16 jaar) bleek dat 17% van de respondenten iets vervelends waren tegengekomen op internet, voor België alleen is dat 9% (Mascheroni & Ólafsson, 2014).

Cyberpesten

Cyberpesten of pesten met gebruik van nieuwe media kan vele vormen aannemen, maar het ongewenst delen van seksuele content zien we vaak terugkomen. Het gaat vooral over kwetsende seksuele opmerkingen of boodschappen, beelden en foto's (ongewenste sexting). Meisjes worden vaker gepest (26%) en zijn meer van streek (20%) dan jongens. 13-14 jarigen worden het vaakst gepest (26%) maar het zijn de jongste kinderen (21%) die er het meest schade van ondervinden (Mascheroni & Ólafsson, 2014).

Misbruik van privacy

Misbruik van privacy en persoonlijke informatie wordt door 5% van de jongeren gerapporteerd. Privacy is echter de kern van andere probleemervaringen zoals ongewenste seksuele sollicitatie, ongepast delen van beelden en data. Agressie, seksuele communicatie, privacy en misbruik van persoonlijke data zijn met elkaar verbonden (Mascheroni & Ólafsson, 2014). Mobiele toestellen faciliteren het stellen van privacy-risicogedrag.

Seksueel getinte beelden of boodschappen sturen (sexting)

Kinderen zijn vooral ongerust over het risico van sexting of het sturen van seksueel getinte beelden, boodschappen of naaktbeelden via internet. Wellicht krijgen gemiddeld 11% jongeren van 11 tot 16 jaar seksueel suggestieve of naaktbeelden en heeft 4% deze beelden ooit zelf eens doorgestuurd (van zichzelf of iemand anders). Jonge tieners en meisjes zijn het meest kwetsbaar. Meisjes liggen vooral wakker van de risico's van sexting(link is external) en de negatieve gevolgen die dat zou kunnen hebben voor hun imago. Jongeren hebben het gevoel dat mobiele toestellen het risico op misbruik verhogen (Mascheroni & Ólafsson, 2014).

Confrontatie met seksueel expliciet internetmateriaal (SEIM) gebeurt voor 28% van de (Europese) jongeren tussen de leeftijd van 9 tot 16 jaar. 6% was heel ontdaan, 7% een beetje en 15% helemaal niet. Seksuele beelden op het internet is door 17% van de jongeren gezien.

Porno en grensoverschrijdend gedrag

Over de invloed van het kijken van porno is reeds veel geschreven, en het is duidelijk dat er geen eenduidig verband is met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Jongeren die reeds SGG hebben vertoond, zien in porno wel een bevestiging of aanmoediging (Owens, 2012). Bij het kijken naar gewelddadige porno zien we wel een effect met seksuele agressie: jongeren die in een onderzoek blootgesteld werden aan gewelddadige porno waren 6 keer meer seksueel agressief, dan jongeren die niet-gewelddadige porno keken (Owens, 2012).

Online benaderen van kinderen en jongeren (grooming)

Online grooming is het online benaderen van kinderen en jongeren om seksuele handelingen te stellen (online of offline). 26% van de Europese kinderen heeft online contact met iemand die ze nooit ontmoet hebben. Voor Belgische kinderen is dat 19%. Die contacten zijn niet noodzakelijk gevaarlijk, vaak gaat het om vrienden van vrienden (Mascheroni & Ólafsson, 2014). Recente cijfers over effectieve gevallen van seksueel misbruik die verband houden met online grooming ontbreken (Webster, 2012). Wel is er recente wetgeving om grooming beter te omschrijven in de strafwet (Wetsvoorstel Senaat 5-1823, 2012). Dit wetsvoorstel zou ertoe leiden dat online grooming strafbaar wordt vanaf de communicatiefase, ongeacht of dat effectief tot seksueel contact leidt.