Lesgeven over relaties en seksualiteit aan onthaalklassen anderstalige nieuwkomers vraagt om een specifieke aanpak. Lees meer over de context, vind tips voor je lesvoorbereiding en aanpak in de klas.
Snel naar
Waarom is seksuele opvoeding in OKAN-klassen anders?
Relationele en seksuele vorming in OKAN-klassen gebeurt in een heel specifieke context:
Voorkennis bij de nieuwkomers is heel divers
Leerlingen in onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers hebben heel verschillende achtergronden. Onder elkaar verschillen ze vaak sterk in voorkennis en ervaringen met relationele en seksuele vorming:
- Sommige jongeren hebben nog nooit informatie gekregen over hun lichaam of over het lichaam van anderen. Sommige jongeren hebben nog nooit een afbeelding gezien van een geslachtsdeel.
- Begrippen als toestemming, weerbaarheid, grenzen aangeven zijn vaak heel abstract voor deze jongeren.
- Andere jongeren hebben wel wat ervaring met relationele en seksuele vorming. We weten bijvoorbeeld dat er in sommige vluchtelingenkampen wel degelijk aandacht wordt besteed aan deze thema’s, maar zeker niet overal.
OKAN-leerlingen stromen doorheen het hele schooljaar in
Daarnaast botsen we in OKAN-klassen ook op praktische uitdagingen. Zo raden we normaal aan om seksuele opvoeding pas in het voorjaar te geven. Dan voelt de klasgroep al wat veiliger aan en is er meer vertrouwen opgebouwd tussen de leerlingen.
In de OKAN-context is dat anders, omdat er doorheen het hele schooljaar nieuwe leerlingen instromen. In sommige scholen is dat op vaste momenten, in andere scholen tot wekelijks. Er is dus zelden sprake van een volledig 'stabiele' of langdurig opgebouwde veilige klasgroep zoals in reguliere klassen.
Daarom vraagt seksuele opvoeding in OKAN-klassen een andere aanpak:
- Ga er niet vanuit dat leerlingen zich al veilig voelen in de groep of de andere leerlingen al kennen.
- Zet daarom veel bewuster en explicieter in op het creëren van veiligheid tijdens de les zelf.
- Werk aan veiligheid tijdens het hele schooljaar.
Hoe doe je dat? Vind concrete tips en werkvormen verder op deze pagina.
Leerlingen maakten mogelijk al seksueel grensoverschrijdend gedrag mee
Een andere belangrijke reden om zo sterk en voortdurend in te zetten op veiligheid, zijn de mogelijke ervaringen van leerlingen.
Wat weten we uit onderzoek? Een zeer groot percentage van de verzoekers om internationale bescherming maakte zelf al seksueel grensoverschrijdend gedrag. In recent Europees onderzoek ging het om meer dan 84% van de respondenten tussen 18 en 61 jaar. Bij 61% gebeurde dat het afgelopen jaar, toen ze dus al in Europa of België waren. Lees meer hierover in de UN-MENAMAIS-studie (2021).
Ook opvallend in deze cijfers uit 2021: er zijn duidelijk meer mannelijke slachtoffers dan in de algemene bevolking en het gaat vaker om verkrachting.
De kans is dus groter dat leerlingen zelf al seksueel grensoverschrijdend meemaakten. En dat er intergenerationeel trauma is rond seksuele grenzen in hun familie. Dat kan hun referentiekader en noden beïnvloeden. Dat onderstreept nog eens hoe belangrijk het is om in deze context bijzonder zorgvuldig en traumasensitief te werken.
Leerlingen hebben verschillende denkkaders en normen
Leerlingen hebben niet alleen verschillende niveaus van kennis, maar vertrekken ook vanuit verschillende denkkaders.
Wat in België of Vlaanderen vanzelfsprekend is, kan in andere landen helemaal anders zijn. Zowel op vlak van wetgeving als op vlak van sociale normen rond relaties en seksualiteit.
Dat betekent dat ook daar tijd en ruimte voor nodig is binnen het leerproces. Leerlingen moeten de kans krijgen om die verschillen te leren kennen en te begrijpen, en om zich daartoe te verhouden. Stel daarin niet te snel verwachtingen, maar bouw dit rustig en met een open blik op.
Tip: de socratische gesprekstechniek
Vertrekken vanuit nieuwsgierigheid kan hierbij helpen: 'Wat bedoel je precies?'. Stel vragen in plaats van argumenten voor te leggen. Probeer dieper in te gaan op wat de jongere bedoelt en welk gevoel die wil uiten, in plaats van te spreken over wie gelijk heeft.
Je uiteindelijke doel mag hier niet zijn om de andere te overtuigen van jouw mening of kennis, wel om nieuwe inzichten mee te geven en een zaadje te planten.
Handige inzichten bij je voorbereiding
Wat is het kader 'comfort, stretch, panic'?
Het kader ‘comfort, stretch, panic’ kan je helpen bij je voorbereiding en je aanpak in de klas.
- In de comfortzone zit wat leerlingen al kennen.
- De stretch zone is de zone waarin leren mogelijk is.
- De panic zone is te overweldigend, waardoor leren niet meer lukt.
Als leerkracht is het de uitdaging om voortdurend te bewegen tussen comfort en stretch. Keer regelmatig terug naar de comfortzone om veiligheid en leerbaarheid te behouden.
Die terugkeer naar de comfortzone kan ook via kleine momenten van ontlading: even iets luchtigs vertellen, een bewegingstussendoortje of een doe-opdracht. Zulke pauzes helpen om spanning te reguleren.
Hoe hou je feiten en meningen uit elkaar?
Eén van de centrale doelen van seksuele opvoeding is dat jongeren hun eigen mening leren vormen. Het is niet de bedoeling om hun mening te sturen of te veranderen. Tegelijk wil je ook duidelijke kaders aanbieden. Hoe doe je dat?
- Laat idealiserende en normerende boodschappen achterwege. Die verhogen de drempels. Je kan er gesprekken door afbreken in plaats van te openen.
- Grijp terug naar duidelijke kaders zoals wetgeving om houvast te bieden. Dat biedt een helder en gedeeld referentiepunt, los van persoonlijke meningen.
Zo leren leerlingen om feiten en meningen van elkaar te onderscheiden en laat je ruimte voor verschillende perspectieven.
Enkele voorbeelden:
Zeg niet 'In België accepteren wij holebi's'. Die stelling is niet voor iedereen waar, legt een hoge standaard en laat geen gesprek of ruimte over. Zeg wel: 'Discriminatie op basis van genderidentiteit of seksuele oriëntatie is in België verboden' en leg uit wat hiermee bedoeld wordt.
Je kan het ook hebben over nafluiten. Veel jongeren zullen dat geen probleem vinden, maar wettelijk gezien is het strafbaar als je iemand vernedert omwille van diens geslacht en iemands waardigheid ernstig aantast. Zaken zoals iemand seksistisch beledigen, achtervolgen of ongevraagd seksuele voorstellen doen zijn dus wel strafbaar. Ongewenste aanrakingen uiteraard ook.
Waarom gebruik je beter casussen in je lesvoorbereiding?
Vermijd om in oefeningen rechtstreeks naar persoonlijke ervaringen van leerlingen te vragen. Bereid je les dus voor met casussen, personages of afbeeldingen.
Door te vertrekken van situaties buiten henzelf, creëer je meer afstand en dus meer veiligheid. Zo kunnen thema’s wel besproken worden, zonder dat leerlingen zich verplicht voelen om persoonlijke informatie te delen.
Toon bijvoorbeeld prenten waarop situaties te zien zijn, bijvoorbeeld van een koppel dat kust in het park. Vraag de jongeren wat ze zien. Wat denken ze dat hier gebeurt? Is dit volgens hen oké? Wat vinden ze wel of niet oké in het openbaar en waar de grens ligt volgens hen?
Ook hier kan je het gesprek afsluiten door terug te grijpen naar wat de wet zegt. Dat staat namelijk los van een persoonlijke mening.
Hoe bouw je stap voor stap op?
- Hou rekening met de beginsituatie van de leerlingen. Begin bij de basis, let extra op veiligheid en werk traumasensitief.
- Weet dat de kennis over het lichaam, soa's, anticonceptie en andere thema's meestal heel beperkt is.
- Bewaak het tempo waarop je bepaalde thema's aanbrengt: probeer niet te snel te veel onderwerpen te behandelen.
- Ga niet te snel naar extra gevoelige of complexe thema's. Begin bij vriendschap, liefde, je eigen lichaam.
8 tips voor seksuele voorlichting in de OKAN-klas
Tip 1: overweeg om je groep op te splitsen
Relationele en seksuele vorming geef je bij voorkeur in gemengde groepen. Maar in OKAN is dat niet altijd de beste keuze. Maak als leerkracht zelf de inschatting.
Is het volgens jouw oordeel veiliger om je groep op te splitsen in jongens en meisjes? Dan is die keuze te verdedigen. Zorg er wel voor dat iedereen dezelfde informatie krijgt en voorzie ook een gezamenlijk moment, bijvoorbeeld een terugkom-moment.
Weet wel: waar alle leeftijden in één klas zitten, is opsplitsen op leeftijd veel belangrijker. Zo kan je gerichter inspelen op de leeftijdsspecifieke noden.
Tip 2: zorg voor een veilige klasopstelling
Werk bij voorkeur in een (halve) cirkel, zodat iedereen elkaar kan zien. Tafels kunnen extra veiligheid bieden als natuurlijke barrière. Tafels maken het ook makkelijker om materiaal centraal te leggen.
Bekijk ook de algemene tips voor een veilige klassfeer.
Tip 3: illustraties: hoe toon je ze?
Toon afbeeldingen niet in het groot op het bord of via projectie. Leg ze liever zichtbaar in het midden. Zo kunnen leerlingen zelf kiezen of en hoelang ze ernaar kijken.
Geef materiaal niet verplicht door.
Ontstaat er ongemak? Zorg voor duidelijke afspraken over hoe de leerlingen dat mogen uiten. Geef er ook niet te veel aandacht aan. Dat maakt het ongemak alleen maar groter.
Tip 4: blijf bij de basis
Stel jezelf regelmatig de vraag: is dit onderwerp op dit moment echt nodig? In één jaar OKAN is het niet haalbaar of noodzakelijk om alle thema’s uitgebreid te behandelen.
Leg de focus op het meegeven van een stevige basis. Dat kan ook betekenen dat je soms een stap terugzet in plaats van vooruit.
Tip 5: bespreek het thema ook buiten de les
Gebruik concrete situaties uit het dagelijks leven als aanknopingspunt om thema’s kort aan te halen tijdens andere lessen.
Door in te spelen op wat er gebeurt in de school, in de klas of in de actualiteit, maak je het onderwerp toegankelijker en veiliger.
Dat kan gaan over een zwangere leerkracht of iets dat in het nieuws is gekomen. Zo wordt seksuele opvoeding iets dat leeft en bespreekbaar is. Je zorgt voor gewenning om erover te praten.
Tip 6: foute antwoorden? Corrigeer niet meteen
Corrigeer niet meteen foute antwoorden. Laat leerlingen eerst uitleggen, stel vragen, wees nieuwsgierig en denk mee. Verduidelijk en verbeter pas nadien.
Zo zorg je voor meer veiligheid. En de leerlingen krijgen meer inzicht in waar de misvatting juist over gaat.
Tip 7: ondersteun met dichtbij en concreet hulpaanbod
Blijf na de les aanspreekbaar en verwijs vooral naar steunpunten binnen of dicht bij de school. Vermijd een te abstract of veraf hulpaanbod.
Hou er rekening mee dat de stap naar hulp voor deze jongeren vaak groter is door taaldrempels, het ontbreken van een huisarts en/of verblijfspapieren, of onbekendheid met het Belgische zorgsysteem. Niet alle hulpkanalen zijn vlot toegankelijk voor jonge anderstalige nieuwkomers. Net daarom is een laagdrempelig aanspreekpunt op school zo waardevol.
Tip 8: spreek vanuit de ik-vorm
Stimuleer iedereen om vanuit de ik-vorm te spreken, in plaats van vanuit een veralgemenend ‘wij’. Spreek dus niet namens een groep, cultuur of religie, zoals ‘bij ons is dat zo’, maar vanuit de eigen persoon: ‘ik denk…’, ‘voor mij is…’.
Dit is belangrijk voor cultuursensitief werken:
- Je voorkomt dat er algemene uitspraken gedaan worden over wat binnen een cultuur of religie wel of niet zou mogen.
- Je laat ruimte voor individuele verschillen en nuance.
Voorbeeld
Spreekt een leerling namens een hele groep, bijvoorbeeld door te zeggen: 'Je mag enkel trouwen met iemand van je eigen geloof'? Zeg hen dan dat het moeilijk is om voor iedereen te spreken. Zijn we wel zeker dat dit voor iedereen klopt?
Vraag hen dit opnieuw te verwoorden. Dit kan zeker een mening zijn, maar verwoordt het dan als een mening van jezelf, 'Ik wil enkel trouwen met iemand die hetzelfde geloof heeft.'
Lesmateriaal voor OKAN
Vormingen over OKAN
Sensoa geeft regelmatig opleidingen over lesgeven aan OKAN-klassen. Meer weten?