Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Monitoring rapport 2014-2015 Hiv-Plan

Het Hiv-Plan voor België 2014-2019 bevat 58 acties om de volgende doelstellingen te realiseren:

  • Het aantal nieuwe gevallen van hiv-infecties verminderen, waarbij de omstandigheden voor een verantwoorde en bevredigende seksualiteit worden bevorderd;
  • De toegang bevorderen tot diensten en programma’s gespecialiseerd in hiv die instaan voor preventie, opsporing, zorg en kwaliteitsvolle begeleiding, binnen een kader van universele toegang tot gezondheid;
  • Alle vormen van stigmatisering en discriminatie verminderen, in het bijzonder als ze gebaseerd zijn op het serologische statuut of de gezondheidstoestand.

Actie 54 vermeldt de oprichting van een permanente structuur om de voortgang van het Plan op te volgen. Deze bestaat onder de vorm van het Monitoring Comité. Via een formeel schrijven benoemde Minister van Volksgezondheid (Mevr. Onkelinckx) in september 2014 de coördinatoren per pijler van het Hiv Plan. Voor pijler 1 ‘Primaire Preventie’ betreft dit Myriam Dieleman (Observatoire du sida et des sexualités, Université Saint-Louis) en Sandra Van den Eynde (Sensoa) met plaatsvervangers Thierry Martin (Plateforme Prévention Sida) en Christiana Nöstlinger (HIV-SAM, Instituut voor Tropische Geneeskunde). Voor pijler 2 ‘Opsporing en Toegang tot behandeling’ betreft het Françoise Lequarré (Centre Hospitalier Universitaire de Liège) en Katrien Fransen (Aids Referentie Laboratoria, Instituut voor Tropische Geneeskunde) en plaatsvervanger Joëlle Defourny (SidaSOL). Voor pijler 3 ‘Behandeling van mensen met hiv’ betreft het Dirk Vogelaers (Universitair Ziekenhuis Gent) en Stéphane De Wit (Centre Hospitalier Universitaire Saint Pierre). Voor pijler 4 ‘Kwaliteit van leven van mensen met hiv’ zijn de coördinatoren Koen Block (European Aids Treatment Group)en Maureen Louhenapessy (SidAids Migrants - Siréas) met plaatsvervangers Ria Koeck (Sensoa) en Nathalie Moyersoen (Plateforme Prévention Sida). De Positieve Raad wordt vertegenwoordigd door Arnaud R., Grâce Ntunzwenimana en Patrick Reyntiens. Tevens wordt het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid in het Monitoring Comité vertegenwoordigd door André Sasse met plaatsvervanger Jessika Deblonde.

Een van de taken van het Monitoring Comité bestaat erin om Monitoringrapporten aan te leveren. In dit Monitoringrapport worden de resultaten beschreven behaald op de prioritaire acties vermeld in het Hiv Plan voor 2014-2015. Tevens wordt afgesloten met de opsomming van prioritaire acties van het Hiv Plan, alsook voor de Positieve Raad, waarin de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid een cruciale rol kan spelen. 

Epidemiologie: stand van zaken 2014  

Bij het opstellen van het Monitoring Rapport waren de recentste epidemiologische cijfers over de stand van zaken met betrekking tot hiv in 2014 nog niet vrijgegeven door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid.

De hiv epidemie in België treft hoofdzakelijk twee populaties: mannen die seks hebben met mannen (MSM), vooral met de Belgische of een andere Europese nationaliteit, en mannen en vrouwen die het virus hebben opgelopen via heteroseksuele betrekkingen en die vooral afkomstig zijn uit Sub-Saharaans Afrikaanse landen.

In 2013 werden 1115 nieuwe hiv infecties gediagnosticeerd, wat overeenstemt met 101 nieuwe diagnoses per miljoen inwoners of gemiddeld 3,1 nieuwe diagnoses per dag. Het aantal gediagnosticeerde hiv infecties in 2013 daalde met 9% in vergelijking met 2012. 

De afgelopen vijftien jaar wordt een aanzienlijke en gestage stijging waargenomen van het aantal hiv diagnoses bij MSM. In 2013 was er een stijging met 5% in vergelijking met het voorgaande jaar. Deze diagnoses vertegenwoordigden 51% (N= 415) van de nieuw geregistreerde hiv infecties waarvan de overdrachtswijze gekend is.

De overdracht bij MSM werd vooral gerapporteerd bij Belgen; zij vertegenwoordigden 65% (N= 269) van de hiv diagnoses bij MSM. Dit was een lichte daling in vergelijking met 2012. Na een forse toename in de loop van de jaren 2000 lijkt het aantal nieuwe hiv diagnoses bij Belgische MSM een plateau bereikt te hebben.

In 2013 werd 19% (N=79) van de nieuwe hiv diagnoses bij MSM vastgesteld bij personen met een andere Europese nationaliteit; dit was een stijging met 30% in vergelijking met 2012. De Nederlandse, Franse en Spaanse nationaliteiten waren het sterkst vertegenwoordigd. In de periode 2000-2012 schommelde het aantal vastgestelde hiv infecties via heteroseksuele overdracht tussen de 400 en 500 per jaar. In 2013 was er een daling van deze hiv diagnoses met 19% in vergelijking met 2012; ze vertegenwoordigden 45% (N=372) van de nieuw geregistreerde hiv infecties waarvan de overdrachtswijze gekend is. 

De overdracht van hiv via heteroseksuele contacten werd vooral gerapporteerd bij mensen afkomstig van Sub-Saharaans Afrika; zij vertegenwoordigden 53% (N=193) van het aantal vastgestelde hiv infecties via heteroseksuele overdracht. Dit was een daling van 26% in vergelijking met 2012. Twee derde van deze hiv diagnoses werd vastgesteld bij vrouwen. 

Dertig procent van de nieuwe diagnoses via heteroseksuele contacten werd vastgesteld bij mensen met de Belgische nationaliteit (N=108), waarvan 66 mannen en 42 vrouwen. Dit was een lichte daling in vergelijking met 2012.