Screenen voor hiv is belangrijk voor de patiënt en de volksgezondheid. In België wordt 33% van de hiv-patiënten te laat gediagnosticeerd.

Ben je arts of huisarts? Stel de hiv-test proactief voor.

  • Bij patiënten met een verhoogd risico.
  • Bij specifieke aandoeningen die kunnen wijzen op hiv.

Maak de hiv-test bespreekbaar met de Onder 4 Ogen gespreksmethode.

Wat is Onder 4 Ogen? 

De Onder 4 Ogen methode is een hulpmiddel om een gesprek te voeren over seksuele gezondheid met jouw patiënt. In 4 eenvoudige stappen.

De stappen bouwen verder op gekende vaardigheden. Je leert ze toepassen met concrete voorbeelden uit de artsenpraktijk.

Sensoa ontwikkelde deze methode in samenwerking met Domus Medica, de Vlaamse Vereniging voor Seksuologen en de Sensoa artsenstuurgroep met onder meer vaardigheidsteams.

Stap 1: Breng de hiv-test proactief ter sprake 

Hoe breng je de hiv-test proactief ter sprake?

Leg uit waarom je een hiv-test voorstelt en maak de introductie onpersoonlijk

  • Deze eerste stap is erop gericht om de hiv-test op een algemeen niveau te introduceren.
  • Door uit te leggen waarom je dit thema ter sprake brengt, expliciteer je de professionele intentie om dit gesprek te voeren.

Bij welke patiënten moet ik de test proactief voorstellen?

Je stelt de hiv-test proactief voor bij patiënten met een verhoogd risico, of specifieke en onverklaarde aandoeningen. Volg de richtlijnen:

Verhoogd risico 

Jouw patiënt heeft een verhoogd risico om met hiv in contact te komen als die:

  • Een man is die seks heeft met andere mannen.
  • Afkomstig is uit Sub-Saharaans Afrika of uit een ander gebied waar veel hiv voorkomt.
  • Drugs inspuit.
  • Seksueel contact heeft met iemand uit de voorgaande groepen.

Specifieke aandoeningen

Deze aandoeningen kunnen indicatief zijn voor hiv. Het gaat over

  • Soa’s en acute of chronische hepatitis B of C.
  • Dysplasie van de baarmoederhals.
  • Herpes zoster
  • Seborrhoïsche dermatitis of exantheem die langdurig en terugkerend optreedt.
  • Onverklaarde hoge koorts, herhaaldelijk gemeten zonder aanwijsbare oorzaak na 1 week.
  • Onverklaarde leukocytopenie of trombocytopenie die langer dan 4 weken aansleept.

Onverklaarde aandoeningen

Deze aandoeningen kunnen indicatief zijn voor hiv wanneer ze onverklaard blijven:

  • Gewichtsverlies
  • Lymfadenopathie
  • Orale candidiasis
  • Chronische diarree
  • Ernstige of atypische psoriasis.
  • Perifere neuropathie en terugkerende longontsteking.

Benoem seksuele gezondheid als een onderdeel van gezondheid en als een onderdeel van jouw taak.

Voorbeeld 1

'We weten uit onderzoek dat bepaalde mensen meer risico lopen om met hiv in contact te komen dan anderen. Omdat u seks heeft met andere mannen, of omdat u uit een gebied afkomstig bent waar veel hiv voorkomt, loopt u een verhoogd risico. Als arts is het mijn taak om de gezondheid van mijn patiënten goed op te volgen en lijkt het me belangrijk om ook voor hiv een test uit te voeren. Is dat oké voor u?'

Voorbeeld 2

'Er werd bij u dysplasie van de baarmoeder vastgesteld, we hebben daar behandeling en opvolging reeds voor afgesproken. We weten uit onderzoek dat deze klachten en symptomen gelinkt kunnen zijn aan hiv. Om uw gezondheid zo goed mogelijk op te volgen, lijkt het me aangewezen om bijkomend ook een hiv test uit te voeren. Is dat oké voor u?'

Voorbeeld 3

'Als arts willen we de gezondheid van onze patiënten zo goed mogelijk opvolgen. U heeft last van chronische diarree. We weten dat dit kan voorkomen bij een hiv-infectie. Het is daarom belangrijk dat ik nog enkele vragen stel om te kijken of het zinvol is om een hiv-test af te nemen. Is dat oké voor u?'

Bevraag gedrag in plaats van identiteit

Ook heteroseksuele mannen hebben wel eens seks met mannen. Vraag je alleen naar de seksuele identiteit dan mis je een groep mannen die wel seks heeft met mannen, maar zichzelf niet als homoseksueel identificeert. 

Een gelijkaardige redenering geldt voor drugs. Vraag of iemand al eens drugs ingespoten heeft, in plaats van te vragen of iemand een druggebruiker of drugsverslaafde is.  

Taaltips over hiv en seksuele gezondheid | Sensoa

Voorbeelden

'Heeft u ooit al seksueel contact gehad met een andere man?'

'Heeft u ooit al eens drugs gebruikt? Heeft u ooit al eens drugs ingespoten?'

'Heeft u ooit seksueel contact gehad met iemand die (benoem patiënten met verhoogd risico)?'

Bevraag afkomst in plaats van nationaliteit

Maak eventueel gebruik van de kaart ‘Hiv-prevalentie in de wereld’ in het hiv-screening advies voor huisartsen.

Hiv-screening advies voor huisartsen (PDF)

Voorbeelden

'In sommige landen en gemeenschappen komt hiv veel vaker voor dan in andere, en is de kans om met hiv in contact te komen dus groter. Om de inschatting zo goed mogelijk te maken, is het belangrijk te weten van welk land u afkomstig bent. Het maakt op zich niet veel uit of u daar al dan niet geboren bent. Kan u mij zeggen van welk land u afkomstig bent?'

Ga uit van een vermoeden

  • Je vermoedt dat er een (verhoogd) risico is op hiv bij deze patiënt.
  • De patiënt toont bezorgdheid.
  • Je weet dat bepaalde aandoeningen en levensfasen een impact hebben op de seksualiteitsbeleving van patiënten.

Geef een vrijblijvende introductie zonder dat de patiënt moet vertellen of die tot één van de groepen behoort.  

Voorbeeld

'Ik zou het tot slot met jou even willen hebben over hiv en hiv-testen. We weten uit onderzoek dat bepaalde mensen meer risico lopen om met hiv in contact te komen dan anderen. Mannen die seks hebben met andere mannen bijvoorbeeld, mensen uit Sub-Saharaans Afrika of andere gebieden waar veel hiv voorkomt (het maakt niet uit of je al dan niet in België bent geboren), mensen die (ooit) drugs gebruikten, of als je ooit seks hebt gehad met iemand uit deze groepen.'

'Als jij tot één van deze groepen behoort, dan stel ik voor om een hiv test uit te voeren, zodat we jouw gezondheid zo goed mogelijk monitoren. Zullen we een test uitvoeren?'

Bevraag het gedrag van de patiënt

Check bij je patiënt of je vermoeden klopt of niet. Dat is diagnostisch en naar opvolging interessant. Onafhankelijk van de aan- of afwezigheid van indicatieve aandoeningen, kan je gedrag van je patiënt bevragen:

Voorbeeld 1

'Als arts is het mijn taak om uw gezondheid zo goed mogelijk op te volgen. Relationele en seksuele gezondheid horen daar ook bij, bijvoorbeeld om te kijken wanneer we een soa- of hiv-test moeten uitvoeren. Ik zie in mijn dossier dat er nog bepaalde gegevens ontbreken. Is het goed als ik hierover nu wat vragen stel?'

Voorbeeld 2

'We weten dat bepaalde mensen een groter risico lopen om in contact komen met hiv dan anderen, daarom deze vragen. Heeft u als man ooit seksueel contact gehad met een andere man, heeft u ooit al eens drugs gebruikt, heeft u ooit al eens drugs ingespoten, heeft u ooit seksueel contact gehad met iemand die (benoem patiënten met verhoogd risico)?'

Verwijs naar kennis

Depersonaliseer het vermoeden. Dat kan door seksuele gezondheid te linken aan kennis en/of ervaringen.

Voorbeeld

'Hiv is vandaag de dag een chronische ziekte, die goed onder controle te houden is als we die op tijd vaststellen. Met de juiste medicatie en opvolging, kan je hiv zelfs niet meer doorgeven. Jammer genoeg zien we dat in België nog te veel mensen te laat hun diagnose kennen. Dat is natuurlijk niet goed voor hun gezondheid. Daarom dat ik dit als arts mee ter sprake wil brengen.'

In bovenstaande voorbeeld vermeld je de voordelen van snelle diagnose en hiv-behandeling: persoonlijke gezondheid en voorkomen van transmissie.

Het uitzoomen naar België geeft een duidelijk signaal dat de situatie in ons land qua screening kan verbeterd worden. Het benadrukt impliciet waarom je het ter sprake brengt als arts. Bovendien helpt het benoemen van hiv als een chronische ziekte foutieve ideeën over hiv te corrigeren.  

Verwijs naar ervaringen van andere patiënten

Gebruik hiervoor het meervoud. 'Ik hoor van verschillende patiënten... Andere patiënten met deze aandoening zeggen wel eens...'

Voorbeeld 1

'Ik hoor van patiënten dat ze soms ook buiten hun relatie sekscontacten hebben. Het is voor mij als arts belangrijk dat te weten, omdat ik mee je gezondheid opvolg. Het is dan belangrijk om regelmatig een soa-test af te nemen. Is het goed als we het hier even over hebben?'

Voorbeeld 2

'Ik hoor van patiënten dat ze het condoom wel eens achterwege laten, en ook geen PrEP gebruiken ter bescherming tegen hiv. Dan is het belangrijk om je regelmatig te laten testen. Hoe zit dat bij jou?'

Vraag toestemming 

Eindig de gedepersonaliseerde introductie met een vraag naar toelating om het gesprek verder te zetten. Je verhoogt zo de betrokkenheid en het gevoel van controle bij de patiënt. Die geeft immers zelf de toestemming om het gesprek op een persoonlijk niveau verder te zetten. 

Voorbeeld

'Is het oké voor jou? Zullen we hier even verder over praten?'

Wil je patiënt verder praten over seksuele gezondheid? Ga over naar stap 2.

Onderbouwing van stap 1

Praten over seksuele gezondheid is voor artsen niet altijd evident.1, 2, 3, 4 Toch verwachten patiënten dat een arts proactief vragen stelt naar hun seksuele gezondheid.5, 6, 7

Daardoor blijven heel wat seksuele vragen en bezorgdheden onbesproken.

Ook in Vlaanderen geraken patiënten niet tot bij de juiste hulpverlening. 85% van de mensen met een verstoorde seksuele functie heeft nog nooit contact gehad met een zorgverstrekker. Ze weten niet bij wie ze terechtkunnen, denken dat hun probleem normaal is, of durven geen hulp zoeken omwille van een schaamtegevoel.8

De Wereldgezondheidsorganisatie benadrukt: seksualiteit is een essentieel onderdeel van gezondheid. Er niet over praten, doet afbreuk aan iemands algemene gezondheid. In de eerste stap wordt met concrete tips uitgelegd hoe dit op een laagdrempelige manier kan. 

 

Stap 2: Stimuleer de patiënt om zelf te vertellen 

  • Exploreer de unieke beleving en situatie van de patiënt.
  • Laat de patiënt zoveel mogelijk zelf aan het woord over hun beleving. Hoe ervaart deze unieke patiënt hun seksuele gezondheid?

Je krijgt zo zicht op de hindernissen die je patiënt moet overwinnen en op welke informatietekorten, bezorgdheden en vragen er eventueel zijn.

Hoe stimuleer je de patiënt om zelf te vertellen?

Stel een overgangsvraag

Een beginvraag kan helpen om vanuit het algemene introductieniveau af te zakken naar dit persoonlijke patiëntenniveau. Dit is afhankelijk van de patiënt en jouw toelatingsvraag op het einde van stap 1.

Voorbeelden

'Wat maakt dat je twijfelt om een hiv-test af te nemen?'

'Wat houdt je tegen om nu een hiv-test uit te voeren?'

'Waar maak je je zorgen over?'

'Wat zijn de redenen om het nu niet te doen? '

Gebruik de ICE-bevraging als kapstok

Het acroniem ICE verwijst naar 3 basisvragen die peilen naar ideeën, bezorgdheden, verwachtingen van de patiënt.1

Deze vragen nodigen de patiënt uit hun unieke verhaal te vertellen. Dat komt de relatie tussen arts en patiënt ten goede. Het leidt tot een betere afstemming en dat maakt meer juiste diagnoses mogelijk.2

Bevraag ideeën (Ideas)

'Waarmee heeft dit volgens jou te maken?'

'Hoe komt dit denk je?'

'Je hebt al een tijd last van diarree en je bent ook al wat kilo's afgevallen. Waarmee denk jij dat dit te maken heeft?'

Bevraag zorgen (Concerns)

'Waar maak jij je zorgen over?'

'Waar maak jij je het meest zorgen over?'

Bevraag verwachtingen (Expectations)

'Hoe verwacht je dat dit verder gaat?'

'Hoe zou je reageren als de test positief is?'

'Wat denk je dat er gaat gebeuren als blijkt dat je hiv hebt?'

'Waar hoop je op?' 

Je kan ook peilen naar de verwachting die de patiënt heeft naar jou als arts.

Gebruik de Bio-Psychosociale exploratie 

Het Bio-Psychosociaal Model (BPS) benadrukt dat gezondheid een integratie is van biologische, psychologische en sociale of relationele componenten. 3

Als arts kan je de patiënt stimuleren om verder te vertellen. Gebruik het BPS-model als kapstok om open vragen te stellen:

  • De patiënt wordt gestimuleerd zijn verhaal te vertellen.
  • Jij verzamelt de diagnostische informatie over de individuele situatie van de patiënt.
  • Je komt eventueel tot een correcte doorverwijzing.

Door naar de impact van de seksuele zorgen op deze 3 componenten te vragen kom je tot een beter behandelplan. 

Bevraag biologische of lichamelijke impact

'Heeft u ergens fysiek last van?'

'Heeft u ergens pijn?'

'Heb je gevoel dat dit ook een impact heeft op je lichaam, zo ja op welke manier?'

Bevraag psychologisch of mentale impact

'Hoe gaat u hier zelf mee om?'

'Wat doet dit met jou als persoon?'

'Hoe zou je reageren als de test positief is?'

'Wat denk je dat er gaat gebeuren als blijkt dat je hiv hebt?'

Bevraag sociale of relationele impact

'Hoe gaat je partner hiermee om?'

'Hoe is dat voor je partner?'

'Heeft dit een impact op jullie relatie?'

'Op welke manier kan je hier steun voor vinden bij je omgeving?'

'Hoe reageert je familie hierop?'

'Hoe is dat binnen jouw geloof?'

Rond af en pols naar positieve aspecten

Ter volledigheid kan je als arts ook naar positieve aspecten van seksualiteitsbeleving polsen. Zo kom je niet in een eenzijdig probleemgericht verhaal terecht.

Onderbouwing van stap 2

Het belang om de patiënt de mogelijkheid (permission) te geven om hun verhaal te vertellen, werd vanaf de jaren ’70 door het PLISSIT model benadrukt.1 

Patiënten die de toelating krijgen om te praten over hun seksuele zorgen hebben soms geen bijkomende behandeling meer nodig. De patiënt krijgt de kans om hun seksuele zorgen en vragen te delen met een professional. Soms voor de eerste keer. Door hierover te praten, normaliseer je en kan je erkenning geven voor de last die de patiënt ervaart.

Voor heel wat patiënten is deze erkenning en normalisering voldoende om verder te kunnen. De eventuele schuld- en schaamtegevoelens worden hierdoor verminderd. Praten over seksuele zorgen is dus een essentieel -maar vaak onderschat- onderdeel van het behandelen.

Stap 3: Vat samen wat de patiënt vertelt 

Vat samen wat er tijdens het gesprek gezegd is. Dit doe je op basis van de antwoorden die de patiënt gaf op de ICE-vragen. 

Hoe geef je een goede samenvatting?

  • Gebruik de antwoorden die de patiënt gaft op de ICE- en BioPsychosociale bevraging als basis.
  • Check of jouw samenvatting correct is door een gesloten vraag te stellen, zoals 'klopt dit?'

Gebruik een gesloten vraag

In deze fase wil je niet verder exploreren. Geef de patiënt wel de kans om eventueel aanvullingen of correcties te geven.1

Voorbeeld

'Als ik je goed begrepen heb, aarzel/weiger je om nu een hiv-test af te nemen omdat… en…  Je denkt dat dit vooral te maken heeft met... en je hoopt dat… Klopt dat?'

Onderbouwing van stap 3

Een goede samenvatting toont de patiënt dat je echt geluisterd hebt. Het geeft je de mogelijkheid bepaalde aspecten die de patiënt vertelde te benadrukken. En om het gesprek terug in handen te nemen, van richting te veranderen of af te ronden.1

Stap 4: Formuleer een aanbod 

In deze laatste stap wordt de cirkel rond gemaakt. Na de samenvatting weet de patiënt dat jij hen als arts gehoord hebt, maar de vraag hoe het nu verder moet is hierdoor niet beantwoord.

Uit de vraag naar verwachtingen zal wellicht al duidelijk worden waarop er prioritair kan ingezet worden. Je kan jouw behandelvoorstel aanvullen met het geven van informatie vanuit jouw medische expertise, of een vervolgafspraak plannen. Als dat nodig is, verwijs je door.  

Doe een behandelvoorstel

Doe een behandelvoorstel vanuit eigen expertise. Voer een gerichte anamnese uit, aangevuld met gerichte lichamelijke of technische onderzoeken. Die zijn noodzakelijk om tot diagnosestelling te komen. Als arts bied je een medisch behandelvoorstel aan.

Voorbeeld

'Ik zou je het volgende willen voorstellen.'

'Voor de fysieke klachten kunnen we deze onderzoeken uitvoeren.'

Bied praktische informatie aan over het verloop van de hiv-test, de mogelijkheden voor sneltests en speekseltests en de opvolging daarna. 

Geef medische info

Corrigeer foute informatie. Slechte of foute informatie kan aan de oorsprong liggen van seksuele zorgen, moeilijkheden of problemen.

Informatie aanreiken kan voor de patiënt al voldoende zijn. Dat betekent niet dat je als arts elke vraag over seksuele gezondheid moet beantwoorden.

Voorbeeld

'Ik hoorde je zeggen dat je denkt dat… , dat lijkt me erg onwaarschijnlijk want...'

Verwijs gerust door

Toeleiden naar accurate informatiekanalen kan voldoende zijn. Bijvoorbeeld naar

  • Allesoverseks.be: informatie over leven met hiv, soa-test...
  • Zanzu.be: informatie over seksualiteit en seksuele gezondheid in 14 talen. Met vertaal- en voorleesfunctie.
  • All Together For Sexual Health: preventie, zorg en materialen voor Afrikaanse en andere gemeenschappen met migratieachtergrond.
Voorbeeld

'Correcte en up-to-date info over hiv kan je op deze site vinden.'

Sommige seksuele zorgen hebben nood aan behandeling buiten jouw praktijk

Misschien is de patiënt gebaat met de opstart van een therapeutisch proces bij een seksuoloog. Klinisch seksuologen werken vanuit een bio-psychosociale invalshoek. Je vind een klinisch seksuoloog via de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie

Specifieke hulpverlening voor mensen met hiv:

Hoe kan ik de Onder 4 Ogen methode leren?

In een opleiding op maat

Ben je huisarts? Sensoa en VIVEL maken seksuele gezondheid bespreekbaar:

Beeldmateriaal Onder 4 Ogen methode

Wil je de methode aan een collega tonen, een afbeelding gebruiken als geheugensteun voor jezelf, of de theorie ondersteunen met een afbeelding? 

Download beeldmateriaal van Onder 4 Ogen

Andere toepassingen van de Onder 4 Ogen methode

Ik wil de online cursus volgen

Ik wil een opleiding volgen

Contact

Meer informatie over de Onder 4 Ogen gespreksmethode? Contacteer Svenja Vergauwen, beleidsmedewerker seksueel welbevinden bij Sensoa: Svenja.Vergauwen@sensoa.be