Als medewerker van een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) is praten over seksuele gezondheid een deel van je takenpakket.

Maar je kan drempels ervaren om het gesprek te voeren: drempels bij jou als hulpverlener, bij de jongere of in het beleid van de school.

De Onder 4 Ogen gespreksmethodiek helpt je om als hulpverlener te praten over seksuele gezondheid. We spelen vooral in op de drempels bij de jongere en de hulpverlener.

  • Als je relaties en seksualiteit aankaart en toestemming vraagt, geef je een duidelijk signaal aan de jongere: het is oké om hierover te praten.  
  • Als CLB-medewerker kan je seksualiteit en relaties aankaarten vanuit een basisaanbod, maar ook in individuele begeleiding. 
  • Omdat je werkt binnen het beroepsgeheim, kan je op individueel niveau gevoelige thema's bespreken. 
  • Je kan in algemene termen noden signaleren aan de school. 

Stap 1: Breng seksuele gezondheid zelf ter sprake

Zorg voor voldoende veiligheid

Voor elke jongere is het belangrijk dat je voldoende vertrouwen en veiligheid schept, zodat jongeren hun verhaal kunnen doen. Wees eerlijk en transparant en geef de jongere voldoende keuzevrijheid.

Stel jezelf voor en creëer realistische verwachtingen over het verdere verloop van het gesprek: je zal niet alles kunnen oplossen, maar je wil wel mee nadenken. Als de jongere weinig zegt, is het uiteraard zinvoller om te polsen naar de reden waarom, dan om je eigen agenda door te drukken.

Het belangrijkste is dat je voldoende veiligheid biedt, zodat ook jongeren die op het moment zelf weinig zeggen, nadien naar jou durven komen. 

Vertel wie je bent en wat jouw job inhoudt

Dit doe je normaal gezien al elke dag. Bijvoorbeeld:

“Ik ben An, ik werk hier op het CLB als … . Weet je wat een … doet?” 

“Leerlingen kunnen met mij over alles praten: zaken waarover ze vragen hebben, die hen bezighouden en waarover ze zich misschien ook zorgen maken. Wij proberen altijd goed te luisteren naar wat jongeren ons willen vertellen, dat is heel belangrijk voor ons. Als ik iets niet goed begrijp mag je dat steeds zeggen. Wat het ook is, ik wil ernaar luisteren en samen met jou bekijken wat we kunnen doen.”

Benadruk de keuzevrijheid van de leerling

Bijvoorbeeld:

“Als jongeren en kinderen naar hier komen, kiezen ze zelf wat ze vertellen. Je mag zelf kiezen over welk onderwerp je wil praten en wat je daar wel of niet over wil zeggen. Je hoeft op geen enkele vraag te antwoorden als je dat niet wil, maar ik kan je enkel helpen als ik weet hoe het met jou gaat.”

Leg je beroepsgeheim uit én de grenzen ervan

Dit doe je normaal gezien al elke dag. Bijvoorbeeld:

“Ik heb beroepsgeheim. Dat wil zeggen dat wat er hier besproken wordt binnen deze vier muren blijft. Ik ga hier dus ook niets van doorvertellen aan je ouders, leraren, vrienden of andere mensen, tenzij je dat wil." 

"Misschien moet ik dingen bespreken met mijn team om jou goed te kunnen helpen, maar zij mogen dat dan ook niet aan anderen doorvertellen.”

“Het is mogelijk dat we dingen bespreken waarvoor ik toch hulp moet inroepen van buitenaf. Bijvoorbeeld als het duidelijk wordt dat jij of iemand anders ernstig gevaar loopt, dan moet ik verdere hulp inschakelen. Maar ik zal dit nooit doen zonder dat jij hier eerst van op de hoogte bent. Is dit duidelijk voor jou?”

Open het gesprek naar relaties en seksualiteit

Ongeacht de manier van aanmelden is het nuttig om seksuele onderwerpen te vermelden als mogelijk gespreksonderwerp. Dit is misschien wat onwennig, maar hoe normaler je er als professional over praat, hoe normaler dat voor de jongere zal zijn.

Praten over seksualiteit bij een systematisch contactmoment

Laat de jongere zelf kiezen waarover het gesprek zal gaan, maar haal expliciet de verschillende mogelijkheden aan. Zo weten jongeren dat ze ook over bijvoorbeeld relaties en seksualiteit bij jou terecht kunnen.

Vertrek vanuit je functie als CLB-medewerker of het doel van het systematisch contact om de verschillende onderwerpen aan te kaarten.

Bijvoorbeeld:

“Als CLB-medewerker is het mijn taak om met jongeren te praten over heel wat zaken. Meestal zijn dat zaken die ze extra belangrijk vinden, zoals hun familie, hun vrienden, hun lief, seksualiteit, hun studies, hun job, geldzorgen … Soms vertellen jongeren mij ook dingen die ze niet leuk vinden of waar ze het moeilijk mee hebben. Dat kan gaan over ruzies, over mensen die je pijn doen, of dingen waar je je zorgen over maakt.”

“Het CLB-gesprek is er voor jou. Het gaat over jou en je gezondheid. Er verandert heel wat op jouw leeftijd, zowel in je lichaam als in je manier van denken en je relaties met anderen. Heel wat jongeren hebben vragen of maken zich zorgen. Als je wil kan je dit met mij bespreken en dan zoek ik samen met jou naar antwoorden of oplossingen. Vaak stellen jongeren me vragen over hun lichaam, over hoe ze zich voelen, over verliefdheid of seks. Waarover wil jij het vandaag hebben?”

Er zijn ook hulpmiddelen die jongeren het signaal geven dat ze over seks mogen praten. Zo kan je bijvoorbeeld folders, magazines, brochures of condooms in de wachtruimte leggen. Of je kan een poster of woordwolk ophangen. Veel CLB’s laten ook een vragenlijst invullen vóór de jongeren een gesprek hebben. 

Ook hier kan je vragen over seksuele gezondheid stellen. Let wel op: dit is niet voldoende, je moet zelf ook actief toestemming geven tijdens het gesprek om erover te praten.


Praten over seksualiteit naar aanleiding van een hulpvraag over een ander thema

Open bij een gesprek over een ander onderwerp ook de deur naar een gesprek over relaties en seksualiteit. Als je dit niet doet lijkt het onderwerp van tafel geveegd. Je kan verwijzen naar andere anonieme of fictieve jongeren.

Bijvoorbeeld:

“Je bent niet de enige die vragen heeft over... Ik krijg af en toe zulke vragen.” 

“Heel wat jongeren of kinderen hebben vragen of maken zich zorgen over hoe hun lichaam verandert, hoe ze zich daarbij voelen, hoe ze om kunnen gaan met verliefdheid of seks, of over een heleboel andere dingen… hoe is dat bij jou? Waarover gaan jouw zorgen of vragen?”

Vermijd vragen zoals “Heb je al seks gehad?” Die zijn nogal heftig, en dat is ook niet wat je echt wil weten. Je wil weten of ze bepaalde vragen hebben of bepaalde risico’s lopen.

Gebruik eerder: “Jongeren die al seks gehad hebben, hebben vaak nog extra vragen, bijvoorbeeld over wat ze moeten doen als ze hun pil vergeten, wat ze moeten zeggen als hun lief geen condoom wil gebruiken, hoe ze minder snel kunnen klaarkomen, hoe ze hun erectie kunnen behouden tijdens de seks, vragen over dronken seks, over de invloed van drugs op seks. Hoe is dat bij jou? Heb je hier vragen over?"

Je kan vertrekken vanuit je functie als CLB-medewerker om de verschillende onderwerpen aan te kaarten tijdens bijvoorbeeld de intake van een diagnostisch traject.

Bijvoorbeeld:

“Om goed op je (hulp)vraag te kunnen antwoorden, is het belangrijk dat ik niet enkel aandacht heb voor de vraag waarmee je hier komt. Ik wil graag ook wat meer algemene vragen stellen om je beter te leren kennen en zo samen te kunnen zoeken hoe je geholpen kan worden."

Omdat het een belangrijk onderdeel is van de ontwikkeling, geef ik leerlingen graag de kans om over relaties en seksualiteit te praten. Als het voor jou oké is, wil ik daar ook met jou even over praten. Je mag natuurlijk zelf ook vragen stellen, graag zelfs. Ik wil gewoon zeker zijn dat je ook met je relatie of je seksualiteit geholpen wordt als je daar vragen of zorgen over zou hebben. Als je op bepaalde vragen liever niet antwoordt of je hebt vragen voor mij, dan zeg je dat gewoon. Zullen we dat afspreken?”

Praten over seksualiteit bij gesprek in het kader van een hulpvraag over seksuele gezondheid

Wees transparant over de info die je reeds gekregen hebt. Bijvoorbeeld:

“Je leerkracht vertelde mij dat je vragen had over, je zorgen maakte over … en stelde voor dat jij en ik hier eens over praten. Is dat oké voor jou?”

“Je leerkracht vertelde me dat je… Klopt dit?”

Maak drempels bespreekbaar

Als de jongere weinig actief meewerkt, verken dan de reden van de aarzeling of weigering en blijf een aanbod formuleren. Bijvoorbeeld:

“Ik heb het gevoel dat ik nogal veel aan het praten ben, terwijl ik eigenlijk wil begrijpen hoe jij erover denkt en hoe jij dit bekijkt. Zie je het zitten om me hierover iets te vertellen?" (laat voldoende stilte)

“Wat maakt dat je hier liever niet over praat?”

“Het is niet altijd gemakkelijk om te praten over persoonlijke dingen of dingen die je lastig vindt. Vind je dit een lastig gesprek? (jongere knikt) Kan ik helpen om dit gemakkelijker voor je te maken? (jongere zegt nee) Oké, jij beslist waarover we het hebben en ik begrijp dat je nu zegt dat je het hier niet over wil hebben.”

“Ik begrijp dat je nu geen zin hebt in een gesprek. Klopt dit? Als je later nog vragen zou hebben mag je altijd langskomen of je vraag stellen via CLBch@t. Die vragen kunnen over van alles gaan: je situatie thuis, je lief, je vrienden, geld, religie, seksualiteit.

Stap 2: Stimuleer de jongere om zelf te vertellen

  • Stel vragen. Deze vragen zetten jongeren aan om hun verhaal te vertellen, en dragen bij tot de vertrouwensrelatie. 
  • Gebruik gespreksmodellen: het ICE-gespreksmodel en/of het biopsychosociaal model om je vragen te structureren. 

ICE-model: ideeën, bezorgdheden en verwachtingen

De afkorting ICE verwijst naar drie basisvragen die peilen naar de ideeën (Ideas), bezorgdheden (Concerns) en verwachtingen (Expectations) van de jongere. Deze vragen zetten jongeren aan hun verhaal te vertellen, en dragen bij tot de vertrouwensrelatie.

  • Bevraag ideeën: “Waarmee heeft het volgens jou te maken dat jullie uit elkaar zijn gegroeid?” "Hoe komt het denk je dat je zo moeilijk klaarkomt?” “Waarom keuren je ouders je lief niet goed, denk je?”
  • Bevraag zorgen: “Waar maak je je (het meeste) zorgen over als het gaat over de eerste keer seks?” "Vind je je lichaamsgewicht zelf een probleem?"
  • Bevraag verwachtingen: “Waar hoop je op? Wat verwacht je dat er verandert aan de relatie tussen jou en je lief?” “Wat als ik je ouders een keer uitnodig voor een gesprek, zou dat helpen?”

Lees meer over het ICE model

Bio-psychosociaal model (BPS)

Je kan de jongere stimuleren verder te vertellen door bijvragen te stellen met het bio-psychosociaal model (BPS) als vragenkapstok. Dit model benadrukt dat (seksuele) gezondheid een integratie is van zowel biologische, psychologische als sociale componenten.

Doorvragen naar de impact van de seksuele zorgen op deze drie velden, zorgt ervoor dat je weet op welke factoren je allemaal kan inspelen.

  • Bevraag biologische zaken: Heb je ook fysiek last van je angsten? Doet het soms pijn als je masturbeert of vrijt? Heb je het gevoel dat je vagina voldoende nat wordt voor de penetratie?
  • Bevraag psychologische zaken: Hoe voel je je daarbij? Welke impact heeft dit op jou? Hoe ga je om met je liefdesverdriet?
  • Bevraag sociale zaken: Vindt je lief ook dat je te snel/moeilijk klaarkomt? Hoe reageren je ouders op je nieuwe lief?

Lees meer over het biopsychosociaal model

Probeer om foutieve informatie of foutieve verbanden naar boven te krijgen. Daar kan je dan in stap 4 mee aan de slag. Bijvoorbeeld: “Ik moet foto’s doorsturen, anders word ik gepest”, of “Ik ben te dik, niemand vindt mij aantrekkelijk.” 

ICE-model en bio-psychosociaal samen gebruiken

De ICE-methode en het bio-psychosociaal model zijn twee brillen die je kan opzetten, maar die in een gesprek automatisch door elkaar lopen.

Bijvoorbeeld:

“Waar maak je je het meest zorgen over (zorgen)? Je hebt mij verteld dat je onzeker bent over hoe je er uitziet (psychologisch). Waar ben je dan precies bang voor (zorgen/verwachtingen)? Wat zie jij als mogelijke oplossingen (ideeën)? Hoe kan ik hierbij helpen (verwachtingen)? Wat als we tegen je ouders zouden vertellen hoe je je voelt, hoe zouden zij daarmee omgaan denk je? (verwachtingen, sociaal)”

“Je hebt mij verteld dat het gedaan is met je liefje (sociaal) en dat je dat erg vindt (psychologisch). Kan je mij wat meer vertellen over wat je juist zo erg vindt (zorgen)? Waarom denk je dat je lief hier zo slecht mee omgaat (ideeën)? Hoe zou je willen dat jullie verder gaan (verwachtingen)? Wat als we hem een keer uitnodigen om hierover te praten, denk je dat hij daar zou op ingaan (verwachtingen, sociaal)?"

“Je hebt mij verteld dat je ouders je relatie niet oké vinden (sociaal). Hoe voel je je daarbij (psychologisch, zorgen)? Waarom keuren ze je vriendin niet goed, denk je (ideeën)? Waarom reageren ze daar zo op (ideeën)? Hoe zou je willen dat je vriendin en je ouders met elkaar omgaan (verwachtingen)? Lijkt het je 
een goed idee om ze samen rond tafel te brengen (verwachtingen)?"

“Zijn er zaken waarover je je zorgen maakt op seksueel vlak (zorgen)? Je hebt me verteld dat je te snel klaarkomt (biologisch, psychologisch, sociaal) en dat je je hier onzeker door voelt (psychologisch). Hoe komt dit volgens jou (ideeën)? Wat hoop je dat er verandert (verwachtingen)? Als ik je zou doorsturen naar een seksuoloog, zou je daar dan alleen naar willen/durven toegaan (verwachtingen)?”

Specifiek over seksueel grensoverschrijdend gedrag kan je nog deze bijvragen stellen, om voor jezelf in te schatten of er een ernstig en dreigend gevaar voor de psychische of fysieke integriteit van de jongere of een derde is. Dit speelt mee in de overweging om je beroepsgeheim te doorbreken. Geef zeker mee dat het misbruik of de ervaring niet de schuld van de jongere is.

“Je hebt mij verteld dat… Wanneer is dat gebeurd? Wanneer is dat de laatste keer gebeurd?”

“Waar maak je je het meest zorgen over?”

“Ben je bang dat dit nog eens gaat gebeuren?”

Luister eerst, formuleer niet meteen een oplossing

Luisteren helpt. Jongeren zijn vaak niet meteen op zoek naar oplossingen, maar willen een keer hun verhaal doen, zich begrepen voelen.

Doe dus nog niet meteen een voorstel voor een oplossing, maar vat eerst samen.

Stap 3: Vat samen wat de jongere vertelt

  • Een goede samenvatting toont de jongere dat je goed geluisterd hebt.
  • Je kan bepaalde aspecten eruit lichten of benadrukken.

Een goede samenvatting toont de leerling dat je geluisterd hebt, dat is extra belangrijk bij jongeren die wantrouwig staan tegenover volwassenen. Herhaal dus alles wat je hebt gehoord, niet enkel de zaken waar jij iets mee kan doen, dat komt later.

Het geeft je de mogelijkheid om het gesprek terug in handen te nemen, van richting te veranderen of af te ronden. En het geeft je de mogelijkheid om bepaalde aspecten die de jongere vertelde te benadrukken of uit te lichten. Herhaal ook de verwachtingen van de jongere.

Bijvoorbeeld:

“Als ik je goed begrepen heb, maak je je zorgen over … en … Klopt dit?”

“En je hoopt dat … je verwacht van mij… Klopt dat?"

Stap 4: Formuleer een aanbod

  • Formuleer een verder aanbod op maat als dat nodig is.
  • Of verwijs door naar extern hulpaanbod.

Bekijk de doorverwijsadressen

Bekijk de doorverwijsadressen

Algemene info over relaties en seks

Info over gender en seksuele diversiteit

Info over echte lichaamsbeelden

Seksueel grensoverschrijdend gedrag, sexting, tienerpooiers

Soa’s

Anticonceptie

Ondersteuning tienermoeders

Laat geen losse eindjes hangen

Sluit aan bij de verwachting van de jongere (zie stap 2) en stel de verwachtingen bij indien nodig: wat kan je wel aanbieden en wat niet? Leg kort uit waarom niet.

Valt een thema buiten je expertise? Bespreek met de jongere wat jullie daar verder mee doen. Indien nodig kan je doorverwijzen. Niet elk gesprek heeft opvolging of zelfs een oplossing nodig. 

De meeste jongeren voelen zich al voldoende ondersteund door een eerste gesprek, als ze de toestemming krijgen om te praten over wat hen dwarszit en er goed geluisterd wordt. Als dat niet volstaat kan je hen beperkte informatie geven en hen tonen waar ze nog meer informatie kunnen vinden.

Als je het gevoel hebt dat er uitgebreidere informatie nodig is, vraag dan aan de school om dit in de lessen te verwerken. Je kan nog een stap verder gaan en specifieke suggesties voor oplossingen geven. Hiervoor ga je een hulpverleningstraject opstarten met de jongere, zodat je de situatie kan opvolgen.

Als je merkt dat de situatie meer of specialistische hulp vereist, verwijs dan goed door. Een aanbod kan dus zijn:

Verder luisteren

Dit heb je in de vorige stappen al goed gedaan. Vraag na of het voldoende was.

“Ik moet helaas afronden. We hebben al heel wat besproken. Heb je het gevoel dat je nu verder kan?”

“Ik heb het gevoel dat je nog veel wil vertellen. Klopt dat? Zullen we nog een gesprek hiervoor inplannen? Of vraag je het liever online via CLBch@t?” Leg uit wat CLBch@t is.

“De tijd zit er nu op, maar ik heb het gevoel dat we nog veel te bespreken hebben. Zullen we dit gesprek volgende week verder zetten?”

“Ik merk dat je vandaag niet veel zin hebt om erover te praten. Je mag altijd een nieuwe afspraak maken als je er toch iets over kwijt wil. Je kan ook anoniem chatten via CLBch@t of AWEL. Naar AWEL kan je zelfs gratis bellen via 102.”

Informatie op maat geven

Speel in op de (foutieve) ideeën die de jongere verteld heeft over het probleem in stap 2. Het gaat hier over beperkte info, je hoeft geen hele les seksuele opvoeding te geven. Als je het antwoord zelf niet goed weet, zoek het dan samen met de jongere op.

“Veel meisjes maken zich zorgen over hun schaamlippen. Maar hier op Allesoverseks.be zie je dat het normaal is dat je binnenste schaamlippen uitsteken.”

Advies en suggesties op maat geven

Je kan enkele oplossingen voor het probleem aftoetsen bij de jongere, bijvoorbeeld een gedragssuggestie, reflectieoefening, een gesprek met ouders bij organiseren, met het lief erbij. Start een hulpverleningstraject op.

Je kan hiervoor ‘Wat als’-toekomstpaden verkennen, bijvoorbeeld: "Wat als je het tegen je ouders zou zeggen? Wat als je de zwangerschap uitdraagt?"

"Als je wil kunnen we samen eens met je lief praten over je nieuwe relatie. Denk je dat dat zou helpen?"


Doorverwijzen en opvolging indien nodig of ernstig

Bespreek met de jongere samen waarom je dit doet, koppel terug naar wat je zei over beroepsgeheim en mogelijke schending.

“Voor de pijn bij het vrijen kan ik je niet helpen. Een seksuoloog kan je hier misschien wel bij helpen. Weet je wat een seksuoloog doet?”

“Wil je met mijn telefoon een afspraak maken bij de huisarts?”

“Ik weet momenteel niet goed hoe ik je kan helpen. Weet jij wat je nog zou helpen?

"Ik ga het eens met mijn collega’s bespreken. Zullen we volgende week samen de opties overlopen?”

Door de voorgaande stappen heb je een beter zicht op de vraag van het kind of de jongere.

Wat doen bij verontrusting?

Vermoed je dat iemand slachtoffer is van misbruik of een andere inbreuk op de integriteit, maar wil de jongere er echt niets over vertellen? Via Nupraatikerover.be (chatten) of 1712 (bellen, chatten, mailen) kunnen jongeren anoniem hun verhaal kwijt.

“Ik merk dat het niet evident is om hierover te praten. Weet dat ik in de toekomst altijd aanspreekbaar ben. Indien je dingen niet fijn vindt en je wil dit toch aan iemand anders kwijt, kan je erover chatten via nupraatikerover.be of bellen via 1712.be”

Verontrusting en beroepsgeheim

Handel zoals voorgeschreven door het beroepsgeheim en de afspraken binnen Integrale Jeugdhulp, in samenspraak met je team. Binnen je centrum of je permanente ondersteuningscel (POC) kan je uitgewerkte stappenplannen terugvinden. Die helpen je om op een goede manier met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en verontrusting om te gaan.

Maak afspraken over wat er verder gaat gebeuren

Wat zijn de volgende stappen? Wil de leerling nog iets vragen of vertellen? Wees zo eerlijk mogelijk als je vragen beantwoordt en koppel terug over de beperkingen van geheimhouding. Bespreek ook wat er in het dossier van de leerling terechtkomt en wie dat dossier kan inkijken.

“Ik heb je eerder al verteld dat ik soms dingen in het team bespreek omdat zij mee helpen nadenken over wat we kunnen doen opdat jij je beter zou voelen, ik ga dat nu ook doen”.

“Ik zal geen verdere stappen zetten zonder jou daarover in te lichten.”

“Als je in gevaar bent, dan moet ik anderen contacteren. Ik zal dat dan ook tegen jou (en je ouders bij -12-jarigen) zeggen.” 

“Ik zal in je dossier noteren dat je je down voelt doordat je lief het heeft uitgemaakt. En dat we hebben afgesproken dat je nog een keer aan hem gaat vragen waarom hij het heeft uitgemaakt. Is dat goed voor jou?”

Bevraag hoe het contact met de ouders kan versterkt worden. Jongeren vanaf de leeftijd van 12 jaar hebben het recht om te kiezen om al dan niet hun ouders te informeren. Tenzij geoordeeld wordt dat de jongere niet in staat is om de gevolgen in te schatten, en dus niet bekwaam is.

“Ik hoor je zeggen dat het niet evident is om dit te vertellen aan je ouders. Wat zou je kunnen helpen om dit te vertellen?” 

“Ik ga je ouders niet contacteren zonder dat jij op de hoogte bent (-12j)” 

“Ik ga je ouders niet contacteren zonder dat jij hier toestemming voor geeft (+12j).” 

Vraag een vorming op maat aan of bekijk de online lesmodule

Veelgestelde vragen

Breng ik leerlingen niet op ideeën als ik over seks begin?

Jongeren hebben al ideeën over seks, bijvoorbeeld over wie ze knap en leuk vinden, over of ze een relatie willen, of hun relatie gezond of ongezond is voor hen, wiens schuld dit is.

Soms maken ze denkfouten die hen kopzorgen opleveren. Je kan helpen om die te doorprikken. Ook als je niets zegt over seksualiteit geef je trouwens impliciet een boodschap.

Riskeer ik om leerlingen te bruuskeren als ik over seks  begin?

De meeste jongeren zijn niet gewend om op een ernstige manier over seksualiteit te praten. Omdat er in hun omgeving niet over gepraat wordt, of vooral op een ontwijkende of afkeurende manier.

Aangezien een gesprek bij het CLB meestal geen business as usual is voor de leerlingen, beseffen vaak wel dat er net iets andere regels gelden in de veilige context van een CLB.

Door het gesprek in een veilige, anonieme context open te trekken naar seksualiteit creëer je misschien de enige veilige haven om hierover te praten. Zelfs al wil de leerling er niet over praten, dan heb je het onderwerp toch al wat genormaliseerd. En uiteraard hoeven leerlingen niet over seks te praten als zij dat niet willen.

Jullie geven tips over 'vragen stellen'. Mag ik dan geen advies geven?

Natuurlijk mag je advies geven. We raden je wel aan om eerst toestemming te geven, goed te luisteren en de zorgen of problemen voldoende te exploreren voor je advies geeft.

Ik werk veel met anderstalige leerlingen. Is er ondersteunend materiaal met afbeeldingen?

Voor anderstalige leerlingen is er Zanzu.be, een meertalige website over seksuele gezondheid. Je kan de pagina’s direct vertalen of laten voorlezen. Je vindt er aangepaste tekeningen voor deze doelgroep.

Gebruik ik jongerentaal om met leerlingen over seksualiteit te praten?

Dat mag, als je je daar comfortabel bij voelt. Als dit niet je stijl is, forceer het dan ook niet. Je kan altijd neutrale woorden gebruiken of woorden waar je je wel goed bij voelt.

Als je merkt dat het taalgebruik van een leerling respectloos is, kan je overwegen om die hierop aan te spreken, als dit je relatie niet hypothekeert.

Hoe praat ik met ouders van jonge kinderen over een seksueel getint onderwerp?

Je moet bijvoorbeeld met de ouders van een kleuter praten over masturbatie, omdat de kleuter dit gedrag vaak stelt in de klas. Je wil natuurlijk niet dat de ouders in paniek slaan.

Hoewel kleuters zoekende zijn naar hoe het lichaam werkt en daarbij heel wat experimenteren, zien veel mensen dit niet als seksueel gedrag. Het is dan ook niet gericht op erotische fantasieën, maar op nieuwsgierigheid, een goed gevoel of stressbeheersing.

Bij het gebruik van woorden zoals ‘seksualiteit’ of 'masturbatie' leggen veel ouders de link met een volwassen invulling van deze woorden, met paniekreacties 
tot gevolg. De rest van je boodschap dringt dan niet meer door. Je kan er dus zeker voor kiezen om deze woorden te vervangen. Een kleuter ‘masturbeert’ dan niet, maar ‘probeert zichzelf te ontspannen’.

Kader het ook als deel van de seksuele ontwikkeling. De normatieve lijst kan je helpen om in te schatten welk gedrag vaak voorkomt op een bepaalde leeftijd.

Als ik een poster ophang in de wachtruimte, dan weten leerlingen toch dat ze seks ter sprake mogen brengen?

Een poster in de wachtkamer helpt jongeren om na te denken over wat ze voelen of denken over seksualiteit, of met welke zorgen ze zitten. Ik wil het onderwerp niet opdringen.

Maar zelfs dan is het nog een drempel voor de leerling om in een nieuwe context, met een (onbekende) volwassene, zelf het gesprek te sturen naar een gevoelig of zelfs taboe-thema als seksualiteit.

Blijf dus zelf actief seksualiteit vermelden als een gewoon onderwerp, waar veel jongeren vragen of zorgen rond hebben. Je hoeft daarbij niets te forceren of op te dringen, gewoon de optie aanbieden om het erover te hebben is al voldoende.

Een jongere geeft sociaal wenselijke antwoorden. Hoe reageren?

Je hoeft geen sociaal onwenselijke antwoorden uit te lokken. De echtheid van de antwoorden van de jongere in twijfel trekken, kan ook het vertrouwen schaden. Als jongeren sociaal wenselijk antwoorden en zich ernaar gedragen is dit soms al veel vooruitgang, ongeacht hoe ze er dan echt over denken.

Je bent niet verantwoordelijk voor wat ze uiteindelijk denken of doen, wel voor jouw inspanning om het bespreekbaar te maken, in te spelen op leernoden, toezicht te voorzien indien nodig.

Hoe registreer ik dit in LARS?  

Hierover maak je best afspraken met je collega’s. Heel het gesprek uitschrijven in het LARS (Leerlingen Activiteiten en Registratie Systeem) is misschien wat gevoelig voor de jongere. Je kan het thema van de vraag/nood/zorg noteren en aanvullen met de volgende stap die jullie hebben afgesproken.

Uitweiden over wat de precieze vraag was is niet altijd noodzakelijk. Voorbeeld: "Obaidullah had een vraag over seksuele oriëntatie. Er is beperkte info gegeven tijdens het gesprek. Hij gaat eens kijken op Allesoverseks en Lumi om meer te leren.”

Je kan ook aan de jongere zelf vragen wat die in het dossier zou zetten. Bij gevallen van ernstige grensoverschrijding kan een uitgebreider verslag wel nodig zijn.