Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Ongeplande zwangerschap in België: feiten en cijfers

Samenvatting

Deze Feiten en cijfers geeft een overzicht van de recentste gegevens over abortus en ongeplande zwangerschap in België.

Verplichte registratie

De registratie van abortus is in België verplicht en wordt opgevolgd door de 'Evaluatiecommissie betreffende de zwangerschapsafbreking'. Deze commissie publiceert om de 2 jaar een rapport en brengt daarmee verslag uit aan het parlement. Het laatste rapport dateert van 2012 en geeft de cijfers voor 2010 en 2011.

Lichte stijging

In 2011 werden in België in totaal 19.578 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd. Daarvan zijn 123 behandelingen verricht bij vrouwen die niet in België wonen. Het abortuscijfer (het aantal abortussen per 1000 vrouwen in de reproductieve leeftijd) bedroeg 9,3.

In absolute cijfers merken we een stijging van het aantal abortussen sinds het begin van de registratie (1993). Maar afgewogen tegenover het aantal vruchtbare vrouwen is deze stijging veel kleiner: van 7,5 in 2002 naar 9,3 in 2011. Experts gaan ervan uit dat de stijging vooral te maken heeft met de betere registratie in de ziekenhuizen en abortuscentra.

Cijfers zijn gunstig, registratie kan nog beter

België is bij de 5 landen met het laagste aantal abortussen. In Kroatië, Zwitserland en Nederland zijn de aantallen nog lager.

Sensoa wil het aantal ongeplande zwangerschappen zo laag mogelijk houden. En blijft daarom ijveren voor correcte informatie, seksuele vorming en het recht op veilige abortus en betaalbare anticonceptie. De abortusregistratie kan nog beter: we missen accurater gegevens over nieuwkomers en over het gebruik van anticonceptie. 

Definities

Een ongeplande zwangerschap kan als negatief ervaren worden, maar niet noodzakelijk.

Ongepland 

Niet elke zwangerschap is gepland. Een ongeplande zwangerschap kan betekenen dat

  • een vrouw of koppel niet bewust voor de zwangerschap koos;
  • een vrouw of koppel de zwangerschap als negatief beleeft; 
  • een vrouw of koppel niet bewust voor de zwangerschap koos én die als negatief beleeft.

Ongewenst

Als een vrouw of koppel die zwangerschap als negatief ervaart, spreken we over een ongewenste zwangerschap (Vandamme e.a., 2013).

Uitdragen, adoptie of abortus

Bij een ongeplande zwangerschap heeft een vrouw 3 mogelijkheden:

  • de zwangerschap uitdragen en het kind zelf opvoeden;
  • de zwangerschap uitdragen en het kind afstaan voor adoptie;
  • de zwangerschap beëindigen in een zwangerschapsafbreking.

Abortus en de wet

Abortus is sinds 1990 legaal in België, maar is aan een aantal voorwaarden verbonden. In België kan een zwangerschapsafbreking tot 12 weken na de bevruchting, dat is 14 weken na de eerste dag van de laatste menstruatie. Er bestaan 2 methodes: de abortuspil en de (zuig)curettage. Abortussen worden uitgevoerd in abortuscentra en ziekenhuizen.

Cijfers

In België is de registratie van het aantal zwangerschapsafbrekingen verplicht. Gegevens over het aantal ongeplande zwangerschappen kunnen we enkel afleiden uit wetenschappelijk onderzoek. 

Aantal zwangerschapsafbrekingen in België

De wet verplicht de registratie van het aantal zwangerschapsafbrekingen in België. De verplichte registraties worden opgevolgd door de Nationale Evaluatiecommissie betreffende de zwangerschapsafbreking. Zij publiceert tweejaarlijks een rapport. Het laatste rapport dateert van 2012 en heeft betrekking op 2010 en 2011.

Sexpert peilt naar ongeplande zwangerschappen

In België bestaat geen nadrukkelijke registratie van zwangerschappen. Bij een geboorte wordt niet geregistreerd of de zwangerschap al dan niet gepland was. Het is zelfs de vraag of een dergelijke registratie ethisch verantwoord zou zijn. Het zou een inbreuk zijn op de privacy van de vrouw en haar partner. Gegevens over ongeplande zwangerschap kunnen we enkel afleiden uit wetenschappelijk onderzoek waaraan mannen en vrouwen vrijwillig meewerken.

Het Sexpert-onderzoek (Buysse, 2013) vroeg aan zowel mannen als vrouwen per zwangerschap die ze ooit hebben meegemaakt of die gepland en gewenst was en hoe die afgelopen is. Uit het onderzoek blijkt dat 1 op 4 zwangerschappen ongepland was en dat 1 op 5 werd beleefd als ongewenst bij het begin van de zwangerschap (Vandamme e.a., 2013). Maar: ongepland is niet altijd ongewenst. 1 op 3 ongeplande zwangerschappen wordt later in de zwangerschap toch als gewenst beleefd.

We kunnen dus stellen dat twee derde (68%) van de ongeplande zwangerschappen uiteindelijk wel gewenst is. Bijna één derde van de ongeplande zwangerschappen (30%) wordt als ongewenst beleefd. 6 op 10 van deze zwangerschappen wordt afgebroken.

In 2011 werden in België in totaal 19.578 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd. Hiervan zijn 123 behandelingen verricht bij vrouwen die niet in België wonen.

Abortuscijfer

Het absolute aantal zwangerschapsafbrekingen vertelt ons weinig over de werkelijke betekenis van dit cijfer. Stijgen of dalen de cijfers omdat er werkelijk een trend is of zijn er gewoon meer of minder vruchtbare vrouwen in de populatie? Daarom wordt het aantal abortussen afgewogen tegenover het aantal vrouwen in de reproductieve leeftijd in diezelfde periode. Het abortuscijfer in 2011 is 9,3. Dat betekent dat er in 2011 circa 9 abortussen verricht werden op 1000 vrouwen in de reproductieve leeftijd (15-44 jaar).  

Abortuspercentage

Het abortuspercentage geeft het aantal abortussen weer bij vrouwen in de reproductieve leeftijd op het aantal zwangerschappen. Het Belgische abortuspercentage bedroeg in 2011 0,13. Dat betekent dat in 2011 in België 13% van de zwangerschappen werd afgebroken. Het overgrote deel van de abortussen gebeurt in de abortuscentra (circa 80%). De overige gebeuren in ziekenhuizen.

Vergelijking met vorige jaren

In absolute cijfers zien we een stijging sinds de vorige jaren. Afgewogen tegenover het aantal vrouwen in de reproductieve leeftijd en het aantal zwangerschappen is de stijging kleiner. De stijging is volgens experts vooral gerelateerd aan de betere registratie.

Stijging

In absolute cijfers is er sprake van een stijging. In 2011 werden 483 abortussen meer uitgevoerd dan in 2010, 1.938 meer dan in 2006 en 4.803 meer dan in 2001.

Als we het aantal abortussen afwegen tegenover het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd of het aantal zwangerschappen is deze stijging veel kleiner. Zo is er een lichte stijging van het abortuscijfer van 7,5 in 2002 naar 9,3 in 2011. Ook het abortuspercentage blijft de laatste jaren stabiel: 0,12 in 2005 ten opzichte van 0,13 in 2011.

2002

7,5

2003

8

2004

8,1

2005

8,5

2006

8,7

2007

8,9

2008

9,2

2009

9,2

2010

9,3

2011

9,3

Tabel: Evolutie abortuscijfer België 2002-2011

Betere registratie

Experts gaan ervan uit dat de stijging van de cijfers grotendeels het gevolg is van een betere registratie in de ziekenhuizen en de abortuscentra. Dat zorgt ervoor dat het aantal niet-geregistreerde ingrepen alsmaar kleiner wordt. Vrouwen ervaren ook minder drempels om een abortus te laten uitvoeren als oplossing voor hun ongeplande en ongewenste zwangerschap. Dankzij de wettelijke omkadering, de verbeterde toegankelijkheid, de kwaliteit van de geboden hulpverlening en de terugbetaling van de abortusingreep door het RIZIV sinds 2002 (Crombrugge, 2003).

Vergelijking met buurlanden

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de abortuspercentages in verschillende Europese landen. België ‘scoort’ hier bij de 5 beste landen. Enkel Kroatië en Zwitserland hebben een lager abortusperecentage dan België. Nederland zit niet in dit overzicht. Uit andere cijfers weten we dat het abortuscijfer in België hoger ligt dan dat van Nederland. Voor België is dat in 2011 9,3 en in Nederland 8,7.

Land

Cijfers 2011

België

0,13

Bulgarije

0,31

Kroatië

0,10

Tsjechië

0,18

Estland

0,31

Finland

0,15

Duitsland

0,14

Hongarije

0,30

Ijsland

0,18

Italië

0,00

Letland

0,27

Litouwen

0,17

Portugal

0,15

Roemenië

0,35

Slovakije

0,16

Slovenië

0,00

Spanje

0,20

Zwitserland

0,12

Verenigd Koninkrijk

0,20

Tabel: abortuscijfers (2011) in Europa (Bron: Eurostat)

Leeftijd, woonplaats, origine

Abortus komt zeker niet in de eerste plaats bij zeer jonge vrouwen voor. Brussel-Hoofdstad staat bovenaan wat de regio betreft en 36% van de cliënten heeft de Belgische nationaliteit. 

Leeftijd

In 2011 was de gemiddelde leeftijd van alle abortuscliënten 27,32 jaar. 26% van alle abortussen in 2011 gebeurde bij 20- tot 24-jarige vrouwen. Bijna één vierde (24%) bij de 25- tot 29-jarige vrouwen en bijna één vijfde (19%) bij 30- tot 34-jarige vrouwen. Het beeld dat abortussen vooral voorkomen bij min-20-jarigen klopt dus niet: iets meer dan één op tien (13%) van de vrouwen is tussen de 15 en 19 jaar. 

Woonplaats

In 2011 werden de meeste abortussen uitgevoerd bij vrouwen die in Brussel-Hoofdstad wonen (24%). In Vlaanderen werden de meeste abortussen uitgevoerd bij vrouwen die in de provincies Antwerpen (16%) en Oost-Vlaanderen (9%) wonen. De minste abortussen werden uitgevoerd bij vrouwen die in Limburg wonen (5%).

Origine

Origine wordt voor de officiële registratie van zwangerschapsafbrekingen niet geregistreerd. De LUNA-abortuscentra doen dit recent wel. Op basis van de volgende definitie wordt geregistreerd of iemand een autochtone of allochtone origine heeft. Een cliënte is van allochtone origine als ze een niet-Belgische nationaliteit heeft, als ze de Belgische nationaliteit heeft en in het buitenland geboren is of als minstens één van haar ouders in het buitenland geboren is.

Wat zeggen de cijfers van de LUNA-abortuscentra? Op basis van de gehanteerde definitie is 54% van de cliënten die op vooronderzoek kwam (maar waarvan niet iedereen tot een abortus besloot) van Belgische origine, 37% is van niet-Belgische origine en bij 9% werd de origine niet geregistreerd.

Bij de cliënten met de Belgische nationaliteit is bijna 18% van allochtone origine. Bij de cliënten van allochtone origine heeft bijna 36% de Belgische nationaliteit.

Noodsituaties

‘Momenteel geen kinderwens’ is de reden die in 2011 door bijna een vijfde (18%) van de vrouwen werd ingeroepen. Iets meer dan 1 op 10 vrouwen (11%) geeft aan dat hun gezin voltooid is, nog eens ongeveer 10 procent (11%) voelt zich te jong. Bijna 1 op 10 van de vrouwen (8%) gaf financiële redenen op als reden voor de abortusaanvraag.

Risicofactoren - Beschermende factoren

Anticonceptiegebruik

Van de vrouwen die in 2011 een abortus lieten uitvoeren, gaf ongeveer 4 op 10 (42%) aan dat ze gedurende de laatste maand geen anticonceptie hadden gebruikt. Bijna één derde (31%) zei dat ze de pil hadden gebruikt en circa 15% zei dat ze de laatste maand het condoom hadden gebruikt. Doorheen de jaren zien we het aandeel vrouwen dat niets gebruikt de maand voorafgaand aan de abortus licht dalen (van 45% in 2004 naar 42% in 2011). Het aandeel vrouwen dat aangeeft de pil gebruikt te hebben, neemt daarentegen licht toe (van 26% in 2004 naar 31% in 2011). Het aandeel vrouwen dat zegt een condoom gebruikt te hebben, blijft ongeveer stabiel (tot licht dalend).

geen anticonceptie

41,65

coïtus interruptus

2,44

periodieke onthouding

3,73

spermacide

0,05

pessarium

0,12

condoom

14,69

pil

30,80

prikpil

0,37

spiraaltje

0,94

sterilisatie man

0,17

sterilisatie vrouw

0,07

sterilisatie beiden

0,00

morning after noodpil

1,48

implant

0,21

patch

1,19

vaginale ring

1,94

natural family planning 

0,08

andere

0,08

Totaal

100,00

Tabel : Meest gebruikte voorbehoedmiddelen gedurende de laatste maand  (in %) vóór de aanmelding – bij alle abortuscliënten in 2011

Determinanten

Er is heel wat onderzoek verricht naar de factoren die de keuze voor een abortus beïnvloeden en naar het profiel van vrouwen die meer risico lopen. Maar het is niet altijd duidelijk in hoever deze risicofactoren in feite risicofactoren zijn voor een ongeplande zwangerschap dan wel voor een abortus. En in hoeverre die daadwerkelijk een invloed hebben op de keuze voor een abortus bij een ongeplande zwangerschap.

Sociodemografisch

Onderzoek toont aan dat sociodemografische factoren gerelateerd zijn aan hogere abortuscijfers: leeftijd, aantal kinderen, burgerlijke status en woonplaats. Over de impact van sociale klasse en herkomst is het onderzoek niet eenduidig. Sommige studies wijzen uit dat vrouwen met een lagere sociaal-economische status (SES) en/of vreemde herkomst een hoger risico op abortus lopen, ander onderzoek vindt geen verband.

Individueel en relationeel

Naast sociodemografische factoren spelen ook verschillende individuele en relationele factoren een rol: het aantal sekspartners, vroege seksuele start, attitudes ten aanzien van abortus, ervaring met seksueel misbruik, enz. Incorrect en/of inconsistent anticonceptiegebruik vormt uiteraard één van de belangrijkste risicofactoren.

Wat doet Sensoa eraan?

Sensoa wil het aantal ongeplande zwangerschappen zo laag mogelijk houden. Maar een ongeplande zwangerschap kan iedereen overkomen. Het is belangrijk dat iedereen weet wat de mogelijkheden zijn bij een ongeplande zwangerschap.

Keuzevrijheid

Sensoa respecteert daarbij de keuzevrijheid en het recht op een veilige abortus. Sensoa

  • informeert en sensibiliseert jongeren en volwassenen over correct anticonceptiegebruik via Allesoverseks.be en Seksualiteit.be.
  • ontwikkelt en verspreidt lesmateriaal voor leraars en begeleiders op Seksuelevorming.be
  • ondersteunt professionals die met kwetsbare migranten werken.
  • komt op Europese en (inter)nationale fora op voor het recht op veilige abortus en toegang tot betaalbare anticonceptie.

Betere registratie

Sensoa pleit ook voor een verbetering van de abortusregistratie. De belangrijkste kwalitatieve tekortkomingen in de huidige registratie zijn gegevens over etnische afkomst en over het gebruik van anticonceptie. Onderzoek toont aan dat etnisch-culturele minderheden, in het bijzonder nieuwkomers, een kwetsbare groep vormen met betrekking tot abortus. In de huidige registratie worden geen gegevens over de herkomst van de vrouw opgenomen.

Bronnen

Buysse, A. e.a. (Red.). (2013). Sexpert: seksuele gezondheid in Vlaanderen. Gent: Academia.

Eurostat. Geraadpleegd op 1 juli 2014 via http://epp.eurostat.ec.europa.eu/

Luna. Geraadpleegd op 1 juli 2014 via http://www.abortus.be

Nationale Evaluatiecommissie voor de evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking. Verslag ten behoeve van het Parlement: 1 januari 2010-31 december 2011. Brussel: 2012. Geraadpleegd op 1 juli 2014 via http://www.ieb-eib.org/nl/pdf/verslag-ev-com-abortus-2010-2011.pdf

Van Crombrugge, L. (2003). Abortus: erkenning van de kwaliteit. In Frans E. e.a. (Red.), Jaarboek Seksualiteit Relaties Geboorteregeling 2003. Gent: CGSO Trefpunt.

Vandamme, J. e.a. (2013). Reproductief welzijn. In A. Buysse e.a. (Red.), Sexpert: seksuele gezondheid in Vlaanderen (pp. 155-191). Gent: Academia.