Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Aantal nieuwe hiv-diagnoses in België blijft hoog

25/11/2011 - 07:00

Sensoa analyseerde het jaarrapport 2010 van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid over hiv en aids in België. In 2010 werden 1196 nieuwe diagnoses met hiv gesteld in België. Dit hoge cijfer toont aan dat er, naast het promoten van het condoomgebruik en het aansporen tot testen na onveilig seksueel gedrag, bijkomende preventie-inspanningen nodig zullen zijn om de stijging een halt toe te roepen

Cijfers bij Belgen en niet-Belgen

Van 868 van de nieuwe diagnoses is de nationaliteit bekend. Daarvan worden 492 (56,7%) vastgesteld bij mensen die geen Belgische nationaliteit hebben en 376 (43,3%) bij Belgen. Van 328 nieuwe hiv-diagnoses kennen we de nationaliteit niet.

Bij Belgen wordt 91% van de nieuwe diagnoses gesteld bij mannen. Driekwart van alle diagnoses bij Belgen kwamen voor bij mannen die via homoseksuele contacten besmet werden.

Bij de niet-Belgen wordt de helft van de nieuwe diagnoses bij vrouwen gesteld. Bij hen gebeurde de overdracht voornamelijk via heteroseksueel contact. Bij mannen gebeurde de overdracht in bijna de helft van de gevallen via homoseksuele contacten.

Homomannen en hiv

In België vormen homomannen de grootste groep binnen de nieuwe infecties. Zij leveren paradoxaal genoeg ook de grootste preventie-inspanningen. Naar schatting 60% van de doelgroep neemt geen enkel risico met hiv; 40% heeft het moeilijk om het vrijen veilig te houden en heeft sporadisch onveilige contacten. Slechts een kleine minderheid neemt geen voorzorgen.

De ruimere verspreiding van hiv binnen een relatief kleine groep zorgt er echter voor dat het risico op besmetting, ook bij 'af en toe' onbeschermd vrijen, aanzienlijk groter wordt. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van het hoge aantal nieuwe besmettingen.

De doelgroep homomannen heeft bovendien gemiddeld meer seksuele partners dan de heteroseksuele bevolking en hun relaties hebben vaker een meer open karakter. Ook wordt hiv bij anale seks makkelijker overgedragen.

De laatste tien jaar is bovendien de context waarin homomannen hun seksualiteit beleven sterk veranderd. Het internet heeft de mogelijkheden voor het leggen van seksuele contacten enorm verhoogd, terwijl het aantal homomannen die drager zijn van hiv, is toegenomen.

Een andere oorzaak van de hoge besmettingsgraad bij homomannen is het toegenomen aantal besmettingen met seksueel overdraagbare aandoeningen. Iemand met hiv die besmet is met een soa , besmet sneller anderen met hiv. Omgekeerd geldt ook dat iemand met een soa ontvankelijker is voor overdracht van hiv. In zijn campagnes naar homomannen zal Sensoa in 2012 dan ook extra inzetten op het tijdig testen en behandelen van soa's. Dialoog met homomannen moet voor realistische en diverse preventieboodschappen op maat van specifieke subgroepen zorgen.

In Vlaanderen stellen we bij homomannen de laatste drie jaar geen verdere verhoging van het aantal nieuwe infecties vast; het aantal blijft stabiel rond tweehonderd. Dit is wel het dubbele van tien jaar geleden. Sensoa roept mannen met homoseksuele contacten dan ook op om deze cijfers zeer ernstig te nemen.

Naar schatting leeft één op twintig homomannen reeds met hiv. Aan het huidig ritme zijn dat er weldra één op vijftien...

Niet-Belgen en hiv

Tweederde van de niet-Belgen is afkomstig uit sub-Saharaans Afrikaanse landen, ruim een vijfde uit Europese landen en een tiende uit Amerika of Azië. Een minderheid is afkomstig van Noord-Afrika. Opvallend is dat ook bij niet-Belgen het aantal besmettingen via homoseksuele overdracht de laatste jaren sterk is toegenomen. Het gaat daarbij in de eerste plaats over personen uit de ons omringende landen, waar de verspreiding van hiv ook in de eerste plaats homomannen treft.

Hiv komt onevenredig veel voor bij Afrikanen in Vlaanderen: één op drie hiv-patiënten is van Afrikaanse origine. Onderzoekers van het Instituut voor Tropische Geneeskunde werken daarom nauw met hen samen om een preventie op hun maat aan te bieden. Het actie-onderzoek ’TOGETHER’ wil de basiscijfers voor preventieplanning in kaart brengen. Via diepte-interviews willen ze bijvoorbeeld achterhalen waarom ze vaak veel te lang wachten met een hiv-test, waar en hoe ze geïnfecteerd raken, hoe ze omgaan met het stigma… De Afrikaanse gemeenschap werkt mee aan alle stappen van het onderzoek en voert het gedeeltelijk zelf uit. Op die manier zijn de uiteindelijke preventiestrategieën niet alleen wetenschappelijk onderbouwd, maar ook aangepast aan hun culturele waarden en noden.

Combinatiepreventie als insteek

De cijfers ondersteunen de keuze om ook in te zetten op andere manieren dan de klassieke preventie. Ook in de rest van West-Europa wordt meer en meer in die richting gedacht. De promotie van veilig vrijen en onmiddellijk testen na onveilig seksueel contact werkt. Zo blijft het aandeel homomannen dat veilig vrijt, relatief stabiel.

Maar ook medicatie kan een bijdrage leveren. Zo is ondertussen duidelijk, dat vroeg starten met aidsremmende medicatie het aantal virusdeeltjes in het bloed onderdrukt. Dat betekent meteen ook dat het risico op overdacht van het virus bij onveilig seksueel contact beduidend kleiner wordt. Op die manier kan het vroegtijdig starten met medicatie bijdragen tot een vermindering van het aantal nieuwe infecties.

Goede opvolging van mensen met hiv zorgt ook voor meer therapietrouw en dus een betere onderdrukking van het virus.

Vroegtijdig vaststellen en behandelen van seksueel overdraagbare aandoeningen, vermindert ook de kans op 'besmetting' bij onveilige seks. Testfaciliteiten met een lage drempel kunnen daarbij helpen. Deze invalshoeken kunnen op termijn de sensibiliserende campagnes aanvullen. Hiermee zou het gamma aan preventiestrategieën uitgebreid kunnen worden. Internationaal wordt deze aanpak ook 'combinatiepreventie' genoemd.

Een dergelijk aanpak vraagt echter bij uitstek een gecoördineerde aanpak, waarbij de medische sector, de doelgroepen zelf, preventie-organisaties, maar ook het onderwijs en het uitgaansleven met elkaar in gesprek gaan. Sensoa zal dan ook samenwerken met andere organisaties om tot deze gecoördineerde aanpak te komen.