Sciensano verzamelt en publiceert jaarlijks informatie over het aantal hiv- en aidsdiagnoses in België. Deze Feiten en cijfers bevat gegevens over 2020 en voorgaande jaren.

In 2020 waren er 727 nieuwe hiv-diagnoses, dat is gemiddeld 2 diagnoses per dag.1

  • De daling van nieuwe hiv-infecties zet zich duidelijk verder. 
  • We zien de effecten van de corona-maatregelen in 2020: minder contact met losse sekspartners.
  • Sensoa is hoopvol: de versoepelingen na de eerste lockdown leidden niet tot compensatiegedrag waarbij alle hiv-preventie overboord werd gegooid. 
  • De hiv-epidemie krijgt een meer diverse aanblik. 
  • Preventie, testen en behandelen van hiv blijft nodig als we een verdere daling willen zien. België is goed op weg: we halen de doelstellingen van UNAIDS.
  • De kwaliteit van leven van mensen met hiv kan beter, ondanks de grote medische vooruitgang. Stigma blijft het belangrijkste probleem.2

Hoeveel mensen hebben hiv in België? 

Nieuwe hiv-diagnoses in 2020

In 2020 werden in België 727 nieuwe hiv-diagnoses vastgesteld. Dat komt overeen met 2 nieuwe diagnoses per dag.1

Tussen 2019 en 2020 daalde het aantal nieuwe diagnoses met 21%. Deze sterke daling deed zich voor bij alle getroffen bevolkingsgroepen.1

Sciensano ziet een duidelijk verband met de COVID-19 pandemie en de corona-maatregelen: mensen pasten hun seksueel gedrag aan en verminderden het aantal partners. 

Aantal mensen met hiv in België

In 2020 werden in België 17.018 hiv-patiënten medisch opgevolgd. Dat is een lichte daling in vergelijking met 2019. 

Naar schatting wisten 1.585 mensen in België nog niet dat ze hiv hebben. Deze schatting gebeurt op basis van een statistisch model dat geen rekening houdt met de effecten van de corona-epidemie. Omdat er in 2020 minder getest werd, vermoedt Sciensano dat dit een onderschatting is. 2

Wie wordt het zwaarst getroffen door hiv?

Sinds het begin van de hiv-epidemie in België worden 2 populaties bijzonder getroffen:

  • Mannen die seks hebben met mannen (MSM), met Belgische nationaliteit.
  • Heteroseksuele mannen en vrouwen afkomstig uit Sub-Saharaans Afrika.

Gezien de dalende trend van de diagnoses in deze groepen, winnen bevolkingsgroepen met andere nationaliteiten, zowel bij MSM als bij heteroseksuelen, relatief aan belang.

 

Mannen die seks hebben met mannen

In 2020 werden in België 244 hiv-diagnoses gesteld bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). Dat is een daling met 27% ten opzichte van 2019. De neerwaartse trend zet zich dus door in deze groep. 

De daling doet zich het duidelijkst voor bij Belgische MSM. Zij vertegenwoordigen 40% van de nieuwe diagnoses in 2020 bij MSM. 

    Heteroseksuele mannen en vrouwen

    Bij heteroseksuele personen werden 252 hiv-diagnoses gesteld in 2020. Dat is een daling met 31% in vergelijking met 2019. 

    Heteroseksuele transmissies worden nog steeds het meest vastgesteld onder Sub-Saharaans Afrikaanse mannen en vrouwen. Zij vormen in Vlaanderen ongeveer 44% van alle diagnoses bij heteroseksuele personen.

    De hiv-epidemie wordt diverser

    • 23% van de gediagnosticeerde mannen die seks hebben met mannen had een andere Europese nationaliteit en 20% een Latijns-Amerikaanse nationaliteit. De volgende niet-Belgische nationaliteiten werden het meest gerapporteerd in 2020: Brazilië (9%), Kameroen (8%), Frankrijk (6%), Guinea (5%), en Roemenië (5%).
    • De volgende niet-Belgische nationaliteiten werden het meest gerapporteerd voor de diagnoses bij heteroseksuele personen in 2020: Kameroen (12%), Guinee (10%), Roemenië (8%), Rwanda (7%), Democratische Republiek Congo (6%), Brazilië (5%).

    Leeftijd: belangrijk aandeel 50-plussers

    Het grootste deel van de nieuwe diagnoses in België vindt plaats bij 25-plussers. 

    • 78% van de hiv-diagnoses vond plaats bij mensen tussen 25 en 49 jaar
    • 19% van de hiv-diagnoses werd vastgesteld bij 50-plussers
    • 2% werd vastgesteld bij jongeren (15-19 jaar)
    • 0,4% is jonger dan 15 jaar

    De hiv-populatie veroudert over het algemeen: 44% van de mensen in behandeling is 50 jaar of ouder. Dat komt vooral door de antiretrovirale behandelingen en dus de betere levensverwachting voor mensen met hiv. 

    Hoeveel hiv-patiënten zijn er in behandeling?

    In 2020 werden er in België 17.018 mensen met hiv medisch opgevolgd. 

    Van het totaal aantal geschatte personen met hiv (18.753) kreeg 92% de diagnose, kreeg 89% van deze mensen een hiv-behandeling en had 94% hiervan een niet-detecteerbare virale lading. Dit betekent dat 77% van al de personen die met hiv leven een ondetecteerbare virale lading hadden.

    Daarmee bereikt België de 90-90-90 doelstelling van Unaids en is het goed op weg om de 95-95-95 doelstelling te realiseren in 2030: 

    • 95% van de mensen die leven met hiv kent zijn hiv-status 
    • 95% van hen krijgt medische behandeling 
    • 95% daarvan heeft een gecontroleerde (of lage) virale lading 

    Hoeveel mensen zijn gestart met PrEP? 

    PrEP is een behandeling voor mensen zonder hiv die een grote kans lopen om besmet te worden. PrEP vervangt het condoom niet, het is een aanvulling. 

    Sinds 1 juni 2017 is de terugbetaling door de ziekteverzekering geregeld. Sindsdien steeg het aantal PrEP-starters.

    Sciensano rapporteert een stijging van het aantal PrEP-gebruikers: 3.983 in 2020. Belgische mannen die seks hebben met mannen zijn de belangrijkste gebruikers. 

    Hoeveel mensen maakten gebruik van PEP na risico?

    PEP of Post Exposure Profylaxis is een behandeling die hiv kan voorkomen. De arts schrijft het voor na een groot risico. 

    In 2020 werd 1.572 keer een PEP-behandeling opgestart, dat is een daling
    van 23% in vergelijking met 2019.

    • Seks tussen mannen werd het vaakst gemeld als risico (37%).
    • Gevolgd door verkrachting (23%).

    Waarom snel testen en behandelen?  

    Omdat makkelijk testen en snel behandelen een vorm van preventie is.

    98% van de mensen met hiv die in 2020 opgevolgd worden door een Hiv-referentiecentrum kregen hiv-medicatie.

    De personen die in 2020 een behandeling opstartten, bereikten in de meeste gevallen (98%) een gecontroleerde virale lading (minder dan 200 viruskopijen per ml bloed) binnen de 6 maanden. Vanaf dan kan hiv niet langer overgedragen worden.

    Wat is de levenskwaliteit van mensen met hiv? 

    De kwaliteit van leven van mensen met hiv kan beter. Dat blijkt uit een recente bevraging.23

    Stigma en vooroordelen over hiv

    Stigma blijft het belangrijkste probleem voor mensen met hiv. Voor 41% is minder stigma in de samenleving de belangrijkste nood om beter te kunnen leven met hiv.

    Bijna alle mensen met hiv zijn zeer voorzichtig om het iemand te vertellen (85%). En ze zijn bezorgd dat anderen het doorvertellen (69%). De helft denkt dat de meeste mensen met hiv afgewezen worden (49%). Ze getuigen over negatieve behandeling, afwijzing en uitsluiting als mensen het te weten komen. Dit stigma belemmert hen om open over hiv te spreken en zichzelf te zijn. En het zorgt voor angst en isolatie. 

    Het taboe op hiv is het hoogst bij mensen van Afrikaanse origine, in landelijke gebieden en bij mensen met een recente diagnose.

    Weinig sociale steun

    Mensen met hiv ervaren weinig sociale steun: 43% van de mensen met hiv hebben die ervaring.

    Mensen van Afrikaanse origine en mensen met een recente diagnose ervaren nog minder steun: respectievelijk 58% en 62% voelt zich niet gesteund. Ter vergelijking: bij de ‘gemiddelde Vlaming’ is dat 15%

    Eén op zeven vertelt het aan niemand

    De meeste mensen (86%) hebben hun hiv-status verteld aan anderen. Toch vertelt ongeveer één op zeven (14%) het aan niemand en kent 18% geen enkele andere persoon met hiv.

    Het is niet omdat je vertelt over je hiv-status, dat anderen ook openstaan voor een gesprek over hiv. Integendeel: bij 41% van de mensen die het vertelden, stond hun omgeving er niet of in beperkte mate voor open.

    Ook dat kan bijdragen aan isolement en minder sociale steun ervaren. Hiv bespreekbaar maken verdient dus blijvende aandacht in campagnes. 

    Discriminatie van mensen met hiv

    Voelen mensen met hiv zich nadelig behandeld door hun hiv-status? 65% heeft dit ooit meegemaakt. Discriminatie doet zich het vaakst voor in de naaste omgeving van mensen met hiv: nieuwe (seks)partners (36%), vrienden (21%) en bestaande partners (20%). Mensen met hiv ervaren vooral afwijzing en uitsluiting. 

    Discriminatie in de zorgsector

    Buiten de naaste omgeving doet discriminatie zich het meest voor in de zorgsector: bijna één op drie (31%) heeft dit ervaren. Vooral in de ziekenhuiscontext (10%) en bij tandartsen (9%). Deelnemers aan de bevraging gaven enkele treffende voorbeelden van een aparte en negatieve behandeling. Zo werd 16% ooit zorg geweigerd.

    Impact van hiv op mentaal welbevinden

    80% van de mensen met hiv ondervindt weinig invloed van hiv in zijn/haar beroeps-, sociaal- en privéleven. 40% geeft wel aan dat hiv een negatieve impact heeft op zijn/haar levenstevredenheid en 41% op de seksuele tevredenheid.

    Het meest opvallend is de angst dat potentiële partners hen afwijzen als ze vertellen over hun hiv-status (61%). Deze angst is nog groter bij mensen met een recente diagnose (78%). Bijna de helft (46%) weet ook niet goed hoe dit te vertellen. 

    Geestelijke gezondheid en depressies

    De geestelijke gezondheid van mensen met hiv is een belangrijk aandachtspunt. Mensen met hiv hebben bijna dubbel zo vaak ooit een gediagnosticeerde depressie dan de algemene bevolking (26% tegenover 15%).

    Vooral mensen met een recente diagnose scoren slechter: de helft heeft psychische klachten die variëren van mild tot ernstig. De diagnose hiv is voor velen een ingrijpende ervaring, die hun situatie en toekomstperspectief op losse schroeven zet.

    Positief omgaan met eigen status

    Naast de negatieve impact van hiv hebben peilde Sensoa ook naar de aanwezigheid van positieve coping-mechanismen. De meeste mensen (70%) met hiv aanvaardden hun hiv-status en integreerden hiv in hun leven.

    Toch voelt ook een ruime groep zich beschaamd om hiv te hebben (36%), zeker mensen met een recente diagnose (56%). Een minderheid heeft een negatief hiv-zelfbeeld: zich vuil (18%) of een slecht persoon (16%) voelen.

    Therapie goed opgevolgd

    Wat de behandeling betreft, doen mensen met hiv het goed. Bijna alle deelnemers nemen hiv-medicatie (96%), hebben een goede therapietrouw (96%) en een ondetecteerbare virale lading (89%).

    Dat wil zeggen dat ze hiv niet meer kunnen overdragen via seks. Ze zijn ook heel tevreden over de zorg in Hiv-referentiecentra (90%).

    Impact van COVID-19 op welzijn van mensen met hiv

    In april 2020 namen 346 personen die leven met hiv uit 32 landen deel aan een eerste online enquête, ook 102 personen uit België, 89 uit Brazilië en 59 uit Oost Europa.4

    De onderzoekers stelden belangrijke mentale gezondheidsproblemen vast, zoals ook bij andere bevragingen tijdens deze COVID-19 pandemie:

    • 23,3% vermeldde tekenen van depressie en 22,7% tekenen van angst.
    • 17,7% van de deelnemers ondervond moeilijkheden om antiretrovirale middelen te bekomen.

    Welke doelstellingen voor hiv-preventie? 

    Combinatiepreventie: verschillende maatregelen combineren

    Om de verdere verspreiding van hiv te voorkomen, moeten we blijven inzetten op verschillende maatregelen:

    Diverse doelgroepen gericht aanspreken

    Sensoa leest in de cijfers een verderzetting van het engagement van verschillende doelgroepen om hiv te voorkomen. De cijfers steunen Sensoa in haar strategie om doelgroepen gericht aan te spreken om zich te laten testen of om PrEP te overwegen.

    Sensoa wil zich engageren naar een meer diverse en inclusieve aanpak om die groepen waarin we de daling niet weerspiegeld zien, beter te bereiken. De toegang tot diensten en informatie op maat van de huidige diversiteit blijft cruciaal om de cijfers verder te doen afnemen.