Sciensano verzamelt en publiceert jaarlijks informatie over het aantal hiv- en aidsdiagnoses in België. Deze Feiten en cijfers bevat gegevens over 2019 en 2018.

In 2019 waren er 923 nieuwe hiv-diagnoses, dat is gemiddeld 2,5 diagnoses per dag.1

  • Het aantal nieuwe hiv-infecties stabiliseert, met een daling in bepaalde groepen.
  • De epidemie krijgt een meer diverse aanblik. 
  • Preventie, testen en behandelen van hiv blijft nodig als we een verdere daling willen zien. België is goed op weg: we halen de doelstellingen van Unaids.
  • De kwaliteit van leven van mensen met hiv kan beter, ondanks de grote medische vooruitgang. Stigma blijft het belangrijkste probleem.2

Hoeveel mensen hebben hiv in België? 

In 2019 werden in België 923 nieuwe hiv-diagnoses vastgesteld. Dat komt overeen met 2,5 nieuwe diagnoses per dag.

Dat is een daling van 28% ten opzichte van het totaal aantal nieuwe diagnoses in 2012. Toen piekte het aantal diagnoses.

Ten opzichte van het totaal aantal nieuwe diagnoses (882) in 2018 tekent zich een plateau af, met een lichte stijging van 4% ten opzichte van 2018.

Naar schatting leefden in 2018 19.213 mensen met hiv in België en wisten 1.747 mensen nog niet dat ze hiv hebben.2

 

De algemene cijfers dalen, maar minder sterk

Tussen 2012 en 2018 daalde het aantal nieuwe hiv-diagnoses aanzienlijk (-28%). Vooral in de 2 sleutelpopulaties van de Belgische epidemie:

  • mannen die seks hebben met mannen (MSM) met Belgische nationaliteit
  • heteroseksuele mannen en vrouwen afkomstig uit Sub-Saharaans Afrika

Een daling in totaal aantal diagnoses is het meest uitgesproken in Vlaanderen, zowel ten opzichte van vorig jaar (2018) als ten opzichte van 2012. 

Een daling is het duidelijkst te zien in de nieuwe diagnoses onder Belgen, iets minder uitgesproken onder mensen afkomstig uit Sub-Saharaans Afrika.

Een verhoging is er in de diagnoses gesteld bij Europeanen en mensen afkomstig uit andere werelddelen: Azië, Amerika.

 

Wie wordt het zwaarst getroffen door hiv?

 

Mannen die seks hebben met mannen

Het aantal diagnoses onder mannen die seks hebben met mannen (MSM) daalde in 2019 ten opzichte van 2018. De neerwaartse trend in deze groep zet zich dus door. 

De daling doet zich het duidelijkst voor bij Belgische MSM. Bij MSM uit Europa en Afrika is er een stabilisatie, bij MSM uit andere werelddelen een toename.

Opvallend: de helft van de MSM-diagnoses zijn niet-Belgen. De hiv-epidemie wordt diverser:

  • In Vlaanderen wordt 60% van de diagnoses onder Belgische MSM vastgesteld en 40% onder andere nationaliteiten. Meer dan 10% is EU-burger, 10% Latijns-Amerikaans, 10% Aziatisch, een minderheid Afrikaans of andere nationaliteit. 
  • In Brussel rapporteert 70% een andere nationaliteit dan de Belgische.

Heteroseksuele mannen en vrouwen

Bij heteroseksuele vrouwen en mannen zien we in 2019 een lichte stijging van 4%. Daarmee stopt de dalende trend die we sinds 2012 zagen.

Heteroseksuele transmissies worden nog steeds het meest vastgesteld onder Sub-Saharaans Afrikaanse mannen en vrouwen. Zij vormen in Vlaanderen ongeveer 45% van alle diagnoses bij heteroseksuele personen. Hoewel we met onvoldoende zekerheid uitspraken kunnen doen over de origine van deze mensen. 

De diagnoses onder Belgische en Europese mannen en vrouwen stabiliseren dan weer ten opzichte van 2010.

Leeftijd: belangrijk aandeel 50-plussers

Het grootste deel van de nieuwe diagnoses in België vindt plaats bij volwassenen (25+). De gemiddelde leeftijd van mensen in behandeling bedroeg 47 jaar, 43% is ouder dan 50. De hiv-populatie veroudert dus over het algemeen.

Nieuwe diagnoses 2019:

  • 78% van de hiv-diagnoses vond plaats bij mensen tussen 25 en 49 jaar
  • 19% van de hiv-diagnoses werd vastgesteld bij 50-plussers
  • 2% werd vastgesteld bij jongeren (15-19 jaar)
  • 0,4% is jonger dan 15 jaar

Hoeveel hiv-patiënten zijn er in behandeling?

In 2018 waren er in België naar schatting 18.335 mensen die leven met hiv. Daarvan kreeg 91% de diagnose, kreeg 92% een hiv-behandeling en had 94% een niet-detecteerbare virale lading.

Daarmee bereikt België de 90-90-90 doelstelling van Unaids en is het goed op weg om de 95-95-95 doelstelling te realiseren in 2030: 

  • 95% van de mensen die leven met hiv kent zijn hiv-status 
  • 95% van hen krijgt medische behandeling 
  • 95% daarvan heeft een gecontroleerde (of lage) virale lading 

Welke artsen stellen het vaakst de hiv-diagnose?

  • De huisarts is veruit de meest vermelde arts die hiv-diagnoses vaststelt, gevolgd door internisten.
  • Internisten zijn even belangrijk als de huisarts bij Europese mannen die seks hebben met mannen en bij mannen uit Afrikaanse gemeenschappen.
  • Algemeen vindt zo’n 10% op andere wijze dan via huisarts, internist of gynaecoloog een diagnose. 

Hoeveel mensen zijn gestart met PrEP? 

PrEP is een behandeling voor mensen zonder hiv die een grote kans lopen om besmet te worden. PrEP vervangt het condoom niet, het is een aanvulling. 

Sinds 1 juni 2017 is de terugbetaling door de ziekteverzekering geregeld.

Sindsdien steeg het aantal PrEP-starters elke maand, ook in 2019. Belgische MSM zijn de belangrijkste gebruikers. In totaal startten reeds 4.071 mensen met PrEP.

Hoeveel mensen maakten gebruik van PEP na risico?

PEP of Post Exposure Profylaxis is een behandeling die hiv kan voorkomen. De arts schrijft het voor na een groot risico. 

Over de looptijd van 2 jaren (2018-2019) werd 3.971 keer een PEP-behandeling opgestart, 67% bij mannen. Bij de mannen nam 61% PEP na seks met mannen, bij vrouwen gebeurde dat bij 64% na een verkrachting. De helft van de mannen schakelde na PEP over naar PrEP. 

Waarom snel testen en behandelen?  

Omdat makkelijk testen en snel behandelen een vorm van preventie is.

97% van de mensen met hiv die opgevolgd worden door een Hiv-referentiecentrum kregen in 2018 hiv-medicatie.

De personen die in 2018 een behandeling opstartten, bereikten in de meeste gevallen (97%) een gecontroleerde virale lading (minder dan 200 viruskopijen per ml bloed) binnen de 6 maanden. Vanaf dan kan hiv niet langer overgedragen worden.

Wat is de levenskwaliteit van mensen met hiv? 

De kwaliteit van leven van mensen met hiv kan beter. Dat blijkt uit een recente bevraging.2

Stigma en vooroordelen over hiv

Stigma blijft het belangrijkste probleem voor mensen met hiv. Voor 41% is minder stigma in de samenleving de belangrijkste nood om beter te kunnen leven met hiv.

Bijna alle mensen met hiv zijn zeer voorzichtig om het iemand te vertellen (85%) En ze zijn bezorgd dat anderen het doorvertellen (69%). De helft denkt dat de meeste mensen met hiv afgewezen worden (49%). Ze getuigen over negatieve behandeling, afwijzing en uitsluiting als mensen het te weten komen. Dit stigma belemmert hen om open over hiv te spreken en zichzelf te zijn. En het zorgt voor angst en isolatie. 

Het taboe op hiv is het hoogst bij mensen van Afrikaanse origine, in landelijke gebieden en bij mensen met een recente diagnose.

Weinig sociale steun

Mensen met hiv ervaren weinig sociale steun: 43% van de mensen met hiv hebben die ervaring.

Mensen van Afrikaanse origine en mensen met een recente diagnose ervaren nog minder steun: respectievelijk 58% en 62% voelt zich niet gesteund. Ter vergelijking: bij de ‘gemiddelde Vlaming’ is dat 15%

Eén op zeven vertelt het aan niemand

De meeste mensen (86%) hebben hun hiv-status verteld aan anderen. Toch vertelt ongeveer één op zeven (14%) het aan niemand en kent 18% geen enkele andere persoon met hiv.

Het is niet omdat je vertelt over je hiv-status, dat anderen ook openstaan voor een gesprek over hiv. Integendeel: bij 41% van de mensen die het vertelden, stond hun omgeving er niet of in beperkte mate voor open.

Ook dat kan bijdragen aan isolement en minder sociale steun ervaren. Hiv bespreekbaar maken verdient dus blijvende aandacht in campagnes. 

Discriminatie van mensen met hiv

Voelen mensen met hiv zich nadelig behandeld door hun hiv-status? 65% heeft dit ooit meegemaakt. Discriminatie doet zich het vaakst voor in de naaste omgeving van mensen met hiv: nieuwe (seks)partners (36%), vrienden (21%) en bestaande partners (20%). Mensen met hiv ervaren vooral afwijzing en uitsluiting. 

Discriminatie in de zorgsector

Buiten de naaste omgeving doet discriminatie zich het meest voor in de zorgsector: bijna één op drie (31%) heeft dit ervaren. Vooral in de ziekenhuiscontext (10%) en bij tandartsen (9%). Deelnemers aan de bevraging gaven enkele treffende voorbeelden van een aparte en negatieve behandeling. Zo werd 16% ooit zorg geweigerd.

Impact van hiv op mentaal welbevinden

80% van de mensen met hiv ondervindt weinig invloed van hiv in zijn/haar beroeps-, sociaal- en privéleven. 40% geeft wel aan dat hiv een negatieve impact heeft op zijn/haar levenstevredenheid en 41% op de seksuele tevredenheid.

Het meest opvallend is de angst dat potentiële partners hen afwijzen als ze vertellen over hun hiv-status (61%). Deze angst is nog groter bij mensen met een recente diagnose (78%). Bijna de helft (46%) weet ook niet goed hoe dit te vertellen. 

Geestelijke gezondheid en depressies

De geestelijke gezondheid van mensen met hiv is een belangrijk aandachtspunt. Mensen met hiv hebben bijna dubbel zo vaak ooit een gediagnosticeerde depressie dan de algemene bevolking (26% tegenover 15%).

Vooral mensen met een recente diagnose scoren slechter: de helft heeft psychische klachten die variëren van mild tot ernstig. De diagnose hiv is voor velen een ingrijpende ervaring, die hun situatie en toekomstperspectief op losse schroeven zet.

Positief omgaan met eigen status

Naast de negatieve impact van hiv hebben peilde Sensoa ook naar de aanwezigheid van positieve coping-mechanismen. De meeste mensen (70%) met hiv aanvaardden hun hiv-status en integreerden hiv in hun leven.

Toch voelt ook een ruime groep zich beschaamd om hiv te hebben (36%), zeker mensen met een recente diagnose (56%). Een minderheid heeft een negatief hiv-zelfbeeld: zich vuil (18%) of een slecht persoon (16%) voelen.

Therapie goed opgevolgd

Wat de behandeling betreft, doen mensen met hiv het goed. Bijna alle deelnemers nemen hiv-medicatie (96%), hebben een goede therapietrouw (96%) en een ondetecteerbare virale lading (89%).

Dat wil zeggen dat ze hiv niet meer kunnen overdragen via seks. Ze zijn ook heel tevreden over de zorg in Hiv-referentiecentra (90%).

Impact van COVID-19 op welzijn van mensen met hiv

In april 2020 namen 346 personen die leven met hiv uit 32 landen deel aan een eerste online enquête, ook 102 personen uit België, 89 uit Brazilië en 59 uit Oost Europa.3

De onderzoekers stelden belangrijke mentale gezondheidsproblemen vast, zoals ook bij andere bevragingen tijdens deze COVID-19 pandemie:

  • 23,3% vermeldde tekenen van depressie en 22,7% tekenen van angst.
  • 17,7% van de deelnemers ondervond moeilijkheden om antiretrovirale middelen te bekomen.

Omdat in de hele wereld de COVID-19 pandemie verder blijft oprukken, loopt een tweede internationale bevraging bij mensen hiv (november 2020).

Hoe hiv-verspreiding voorkomen? Combinatiepreventie

Om de verdere verspreiding van hiv te voorkomen, moeten we blijven inzetten op verschillende maatregelen: