Seksualiteit is een onderdeel van de algemene gezondheid. Patiënten verwachten dat een arts zelf vragen stelt over hun seksuele gezondheid.

Hoe maak je seks en relaties bespreekbaar met patiënten? Gebruik de Onder 4 Ogen gespreksmethode. 

Wat is Onder 4 Ogen? 

De Onder vier ogen methode is een hulpmiddel om een gesprek te voeren over seksuele gezondheid. In 4 eenvoudige stappen.

De stappen bouwen verder op gekende vaardigheden. Je leert ze toepassen met concrete voorbeelden uit de artsenpraktijk. 

Sensoa ontwikkelde dit stappenplan in samenwerking met Domus Medica, de Vlaamse Vereniging voor Seksuologen en de Sensoa artsenstuurgroep met onder meer vaardigheidsteams.

Stap 1: Breng seksuele gezondheid proactief ter sprake 

Hoe breng je seksuele gezondheid proactief ter sprake?

Leg uit waarom je over seksuele gezondheid wil praten en maak de introductie onpersoonlijk

  • Door uit te leggen waarom je dit thema ter sprake brengt, expliciteer je de professionele intentie om dit gesprek te voeren.
  • Deze eerste stap is erop gericht het thema te introduceren op een algemeen niveau. 

Benoem seksuele gezondheid als een onderdeel van gezondheid en als een onderdeel van jouw taak

Hoe? Bijvoobeeld met deze zin:

“Als arts is het mijn taak om uw gezondheid op te volgen, seksuele gezondheid is ook een onderdeel van onze gezondheid, is het oké voor jou als we het hier even over hebben?”

Ga uit van een vermoeden

  • Vermoed je dat er zich op seksueel vlak problemen (kunnen) stellen bij deze patiënt? 
  • Merk je bezorgdheid op bij de patiënt?
  • Weet je dat bepaalde aandoeningen, levensfasen een impact hebben op de seksualiteitsbeleving van patiënten?

Verwijs naar kennis

Depersonaliseer het vermoeden door seksuele gezondheid te linken aan kennis en/of ervaringen.

Hoe? Bijvoorbeeld met deze zin:

“We weten dat... Het is geweten dat... Onderzoek toont aan...”

Verwijs naar ervaringen van andere patiënten

Gebruik hiervoor het meervoud. Bijvoorbeeld:

“Ik hoor van verschillende patiënten,... Andere patiënten met deze aandoening zeggen wel eens... “

Vraag toelating

  • Eindig de gedepersonaliseerde introductie met een vraag naar toelating om het gesprek verder te zetten.
  • Dit verhoogt de betrokkenheid en het gevoel van controle bij de patiënt. De patiënt geeft immers zelf de toestemming om het gesprek op een persoonlijk niveau verder te zetten.
  • Door toestemming te vragen kan de weerstand bij de patiënt verminderen.

Hoe? Bijvoorbeeld:

Patiënten met een gelijkaardig darmprobleem, huidaandoening, chirurgische ingreep, ... vertellen me wel eens dat dit probleem ook een impact heeft op hun relatie en seksualiteit. Vind je het goed als we even praten over hoe dit bij jou is?

Onderbouwing van stap 1

Praten over seksuele gezondheid is voor artsen niet altijd evident.1234 Toch verwachten patiënten dat een arts proactief vragen stelt naar hun seksuele gezondheid.567

Daardoor blijven heel wat seksuele vragen en bezorgdheden onbesproken.

Ook in Vlaanderen geraken patiënten niet tot bij de juiste hulpverlening. 85% van de mensen met een verstoorde seksuele functie heeft nog nooit contact gehad met een zorgverstrekker. Ze weten niet bij wie ze terechtkunnen, denken dat hun probleem normaal is, of durven geen hulp zoeken omwille van een schaamtegevoel.8

De Wereldgezondheidsorganisatie benadrukt: seksualiteit is een essentieel onderdeel van gezondheid (WHO-definitie seksuele gezondheid). Er niet over praten, zou geen recht doen aan iemands algemene gezondheid. In de eerste stap wordt met concrete tips uitgelegd hoe dit op een laagdrempelige manier kan. 

 

Wil je patiënt verder praten over seksuele gezondheid? Ga over naar stap 2.

Stap 2: Stimuleer de patiënt om zelf te vertellen

  • Exploreer de unieke beleving en situatie van de patiënt
  • Laat de patiënt zoveel mogelijk zelf aan het woord over zijn/haar beleving: hoe ervaart deze unieke patiënt zijn/haar seksuele gezondheid? 

Hoe stimuleer je de patiënt om zelf te vertellen? 

 

Stel een overgangsvraag

Afhankelijk van de patiënt en jouw toelatingsvraag op het einde van stap 1, kan een beginvraag helpen om vanuit het algemeen introductie niveau af te zakken naar dit persoonlijk patient niveau. 

“Herken jij dit of hoe ervaar jij dit?”

“Heb jij hier ook last van of hoe is dat bij jou?”

Gebruik de ICE-bevraging als kapstok 

Het acroniem ICE verwijst naar 3 basisvragen die peilen naar ideeën, bezorgdheden, verwachtingen van de patiënt.10

Deze vragen nodigen de patiënt uit zijn/haar uniek verhaal te vertellen. Dat komt de arts–patiënt relatie ten goede. Het leidt tot een betere afstemming en dat maakt meer juiste diagnoses mogelijk.10

  • Bevraag ideeën (Ideas): “Waarmee heeft dit volgens jou te maken? ”Hoe komt dit denk je?” “Heb je zelf een idee hoe dit komt of waarmee dit te maken heeft?”
  • Bevraag zorgen (Concerns): “Waar maak jij je zorgen over?” “Waar maak jij je het meest zorgen over?”
  • Bevraag verwachtingen (Expectations): “Hoe verwacht je dat dit verder gaat?” “Wat verwacht je dat er gaat gebeuren als er niets verandert?” “Waar hoop je op?” Je kan ook peilen naar de verwachting die de patiënt heeft naar jou als arts.

 

Stel bijvragen met het Bio Psychosocial Model

Als arts kan je de patiënt stimuleren om verder te vertellen. Stel bijvragen met het Bio Psychosociaal Model (BPS) als vragenkapstok.

Dit model benadrukt dat (seksuele) gezondheid een integratie is van zowel biologische, psychologische als sociale of relationele componenten.11 Doorvragen naar de impact van de seksuele zorgen op deze 3 velden komt het behandelplan ten goede. 

  • Biologische of lichamelijke impact: “Heeft u hierdoor ook ergens fysiek last van?” “Heeft u hierdoor ergens pijn?” “Heb je gevoel dat dit ook een impact heeft op je lichaam, zo ja op welke manier?”
  • Psychologisch of mentale impact: “Hoe gaat u hier zelf mee om?” “Wat doet dit met jou als persoon?” “Hoe is dat voor u om te dragen?” “Ervaar je daar ook een impact van op jezelf?” “Hoe ga je hier zelf als persoon (mentaal) mee om?”
  • Sociale of relationele impact: “Hoe gaat je partner hiermee om?” “Hoe is dat voor je man?” “Heeft dit een impact op jullie relatie?” “Op welke manier kan je hier steun voor vinden bij je omgeving?” “Hoe reageert je familie hierop?” “Hoe is dat binnen jouw geloof?”


Rond af en pols naar positieve aspecten

Ter volledigheid kan je als arts ook naar positieve aspecten van seksualiteitsbeleving polsen. Zo kom je niet in een eenzijdig probleemgericht verhaal terecht. 

Onderbouwing van stap 2

Het belang om de patiënt de mogelijkheid (permission) te geven om zijn/haar verhaal te vertellen, werd vanaf de jaren ’70 door het PLISSIT model benadrukt.9 

Patiënten die de toelating krijgen om te praten over hun seksuele zorgen hebben soms geen bijkomende behandeling meer nodig. De patiënt krijgt de kans om (mogelijk voor het eerst) zijn seksuele zorgen en vragen te delen met een professional. Door hierover te praten, normaliseer je en kan je erkenning geven voor de last die de patiënt ervaart.

Voor heel wat patiënten is deze erkenning en normalisering voldoende om verder te kunnen, de eventuele schuld en schaamtegevoelens worden hierdoor verminderd. Praten over seksuele zorgen is dus een essentieel -maar vaak onderschat- onderdeel van het behandelen.

Stap 3: Vat samen wat de patiënt vertelt

Vat samen wat er tijdens het gesprek gezegd is Op basis van de antwoorden die de patiënt gaf op de ICE en. 

Hoe geef je een goede samenvatting?

  • Gebruik de antwoorden die de patient gaf op de ICE en BioPsychoSociale bevraging als basis
  • Check of jouw samenvatting correct is door een gesloten vraag te stellen, zoals 'klopt dit?'

Gebruik een gesloten vraag. In deze fase wil je niet verder exploreren. Geef de patiënt wel de kans om eventueel aanvullingen of correcties te geven.12

“Oké als ik je goed begrepen heb, dan heb je sinds je behandeling voornamelijk minder zin in seks. Op zich vind je dit zelf niet zo erg. Als jullie seks hebben dan heb je soms pijn, maar maak je je vooral zorgen over hoe dit voor je man is. Klopt dat?”

Onderbouwing van stap 3

Een goede samenvatting toont de patiënt dat je echt geluisterd hebt. Het geeft je de mogelijkheid bepaalde aspecten die de patiënt vertelde te benadrukken. En om het gesprek terug in handen te nemen, van richting te veranderen of af te ronden.12

Stap 4: Formuleer een aanbod

In deze laatste stap wordt de cirkel rond gemaakt. Na de samenvatting weet de patiënt dat jij hem als arts gehoord hebt, maar de vraag hoe het nu verder moet is hierdoor niet beantwoord.

Uit de vraag naar ‘verwachtingen’ zal wellicht al duidelijk worden waarop er (prioritair) kan ingezet worden. 

Een aanbod kan naast jouw eigen behandelvoorstel vanuit jouw medische expertise aangevuld worden met het geven van  informatie, een vervolgafspraak plannen en doorverwijzen (indien nodig).

  • Doe een behandelvoorstel

Doe een behandelvoorstel vanuit eigen expertise. Voer gerichte anamnese uit, aangevuld met gerichte lichamelijke of technische onderzoeken. Die zijn noodzakelijk om tot diagnosestelling te komen. Als arts bied je een (medisch) behandelvoorstel aan. 

“Ik zou je het volgende willen voorstellen, voor de fysieke klachten kunnen we (deze onderzoeken) uitvoeren. Ik hoorde je zeggen dat je denkt dat … , dat lijkt me erg onwaarschijnlijk want (geef (medische) info).”

  • Geef informatie

Corrigeer foute informatie: slechte of foute informatie kan aan de oorsprong liggen van seksuele zorgen, moeilijkheden of problemen.

Informatie aanreiken kan voor de patiënt al voldoende zijn. Dat betekent niet dat je als arts elke vraag over seksuele gezondheid moet beantwoorden.

“Correcte en up-to-date info over seksualiteit kan je op deze site vinden.”

Toeleiden naar accurate informatiekanalen kan reeds voldoende zijn, zoals naar

 

  • Plan een vervolgafspraak

Als patiënten voor het eerst praten over hun zorgen, is het best mogelijk dat stap 2 niet binnen de tijdsgrenzen van het consult valt. Een vervolggesprek inplannen om het thema verder te bespreken, kan helpen.

“We kunnen een vervolggesprek inplannen om het hier verder over te hebben”

 

  • Doe een doorverwijsaanbod

Sommige seksuele zorgen hebben nood aan behandeling buiten jouw praktijk. Misschien kan de patiënt gebaat zijn met de opstart van een therapeutisch proces bij een seksuoloog.

Klinisch seksuologen werken vanuit een bio-psychosociale invalshoek. Een klinisch seksuoloog kan je vinden via de Vlaamse Vereniging voor Seksuologie of www.seksuoloog.be

Doorverwijsaanbod: overzicht

Ben je geconfronteerd met iemand met pedofiele gevoelens of iemand die zich zorgen maakt over zijn seksuele gevoelens of gedrag naar minderjarigen? Contacteer Stopitnow.be of bel 0800 200 50.

Specifiek in het Brusselse

Interview met huisarts Luc Debaene en seksuologe Chloé De Bie. Zij geven als duo training over 'Onder 4 Ogen', een methodiek om met patiënten in gesprek te gaan over seksuele gezondheid. Ontwikkeld door Sensoa en Domus Medica.