Overslaan en naar de algemene inhoud gaan

U bent hier

Seksueel grensoverschrijdend gedrag jongeren: feiten en cijfers

Seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik: cijfers uit onderzoek

Slachtoffer- en gezondheidsonderzoeken peilen naar de ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) gedurende de hele levensloop. Het gaat dus om personen die op een specifiek moment aangeven ooit slachtoffer te zijn geweest van SGG. Deze prevalentiegegevens kijken naar het verleden en geven dus niet noodzakelijk een beeld van de prevalentie van SGG bij de huidige generatie jongeren. Dit wetenschappelijk onderzoek helpt ons wel om zicht te krijgen op de omstandigheden en risicofactoren.

Leeftijd belangrijke risicofactor

Ook uit prevalentieonderzoek blijkt dat leeftijd een belangrijke risicofactor is voor het meemaken van SGG. In een slachtofferonderzoek naar geweld bij 2.014 mannen en vrouwen in België gaf 8,9% van de vrouwen en 3,2% van de mannen aan dat ze gedwongen seksuele aanrakingen of betrekkingen hadden ervaren vóór de leeftijd van 18 jaar (Pieters, 2010). Volgende vraag werd gesteld: 'Vóór de leeftijd van 18 jaar, heeft iemand - een familielid, iemand uit je naaste omgeving, een vriendje/vriendinnetje, collega (studiegenoot of werk) of onbekende:

  • je gedwongen tot het stellen of ondergaan van seksuele aanrakingen;
  • geprobeerd tegen je wil seksuele betrekkingen met je te hebben;
  • of is iemand daar met geweld in geslaagd?'

Het onderzoek toont vooral een hoger aantal slachtoffers van gedwongen seksuele aanrakingen. Ook valt het grotere aandeel mannelijke slachtoffers vóór de leeftijd van 18 jaar op: 3,5%. Voor mannen vanaf 18 jaar is dat slechts 0,8%.

Tabel 1: Seksueel geweld ervaren vóór de leeftijd van 18 jaar
 

Vrouwen

(n=88)

Mannen

(n=34)

Gedwongen seksuele aanrakingen8,1%2,7%
Ongewenste seksuele betrekkingen3,9%1,8%

Vlaams 'Sexpert' onderzoek naar seksueel grensoverschrijdend gedrag

Ook Sexpert peilde naar ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag (Buysse e.a., 2013). De auteurs constateren dat 16,6% van de respondenten ervaring heeft met SGG als slachtoffer vóór de leeftijd van 18 jaar, dat is dubbel zoveel is als na de leeftijd van 18 jaar (8,1%). Het Sexpert onderzoek vroeg voor het meest aangrijpende feit op welke leeftijd dat de eerste keer gebeurde, bij herhaalde feiten ook de leeftijd van de laatste keer. Gemiddeld waren jongeren 13 jaar oud. Bij herhaaldelijk slachtofferschap was de gemiddelde leeftijd bij de eerste keer 11, en bij de laatste keer 14 jaar. Er zijn ook geslachtsverschillen: jongens zijn gemiddeld ouder bij hun eerste ervaring als slachtoffer. Er is ook een grote spreiding: van 2 tot 18 jaar.

Verschillende vormen van SGG werden geconstateerd (Buysse e.a., 2013): kwetsende seksuele opmerkingen, op een kwetsende manier aangeraakt of vastgepakt te worden, gedwongen worden om naakt te zijn of om naar seksuele beelden te kijken, gedwongen tot masturbatie, gedwongen orale seks toe te staan of uit te voeren, poging tot verkrachting, verkrachting of 'iets anders'.

Het valt op dat meisjes veel vaker slachtoffer worden dan jongens en dat de ernstiger feiten (verkrachting en poging tot verkrachting) voorkomen bij 10,6% van de meisjes. 37,5% van de meisjes heeft ervaring met kwetsende opmerkingen en aanrakingen. Ook recent Nederlands onderzoek (Seks onder je 25e, 2017) bevestigt deze gendertrend en stelt dat 3% van de jongens en 14% van de meisjes voor de leeftijd van 25 jaar te maken heeft gehad met seksuele grensoverschrijding: hij of zij is gedwongen tot seksuele handelingen en/of heeft (manuele, orale, vaginale of anale) seks gehad tegen zijn of haar wil.

Herhaalde feiten van seksueel misbruik

In bijna de helft van de gevallen in de studie van Pieters (48%) gaat het om feiten die slechts één keer zijn voorgevallen. In 17,1% van de gevallen zijn de feiten 2 of 3 keer gebeurd, in eveneens 17,1% van de gevallen 4 tot 10 keer en in 13,8% meer dan 10 keer. Feiten binnen de familiecontext (vader, broer, familieleden) komen frequenter voor dan feiten waarbij de dader geen familielid is (Pieters e.a., 2010).

De Sexpert-studie peilde naar de meest ingrijpende gebeurtenis. In 64,2% van de gevallen is die slechts éénmalig voorgekomen, maar 35,8% van de respondenten gaven aan dat het meermaals voorkwam. Herhaald slachtofferschap voor de leeftijd van 18 kwam voor bij 28,3% van de jongens en 39,3 % van de meisjes.

Beleving van het slachtoffer

Bijna de helft (49,2%) van de slachtoffers beleeft de gerapporteerde feiten als 'zeer erg', iets meer dan een vierde (27%) als 'eerder erg' en een vijfde (20,5%) als 'helemaal niet erg' of 'eerder niet erg' (Pieters, 2010).

Pleger seksueel grensoverschrijdend gedrag vaak mannelijk (maar niet altijd)

In de meerderheid van de gevallen van seksueel grensoverschrijdend gedrag vóór 18 jaar is de pleger mannelijk (Pieters, 2010). Maar ook vrouwen maken zich schuldig aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Tussen 14% en 24% van mannelijke slachtoffers en tussen 6% en 14% van de vrouwelijke slachtoffers meldt een vrouwelijke pleger (Wijkman e.a., 2010).

Pleger is vaak een bekende

Bij SGG denken we nog vaak dat kinderen en jongeren te maken krijgen met onbekende volwassen mannen. Dat beeld klopt niet. De meeste daden van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij minderjarigen worden gepleegd door een bekende: iemand binnen het gezin of de familie of iemand uit de naaste omgeving: een buur, een vriend van de familie, iemand van school.

Bij vrouwelijke slachtoffers wordt het seksueel grensoverschrijdend gedrag vooral gepleegd door mannelijke familieleden (23,6%), mannen in de omgeving (18%), onbekenden (14,6%), vaders (12,4%) en broers (5,%). Meer dan 1 op 10 (11,2%) van de feiten werd bij meisjes gepleegd door nog andere plegers. Bij mannelijke slachtoffers wordt SGG verhoudingsgewijs ongeveer even vaak gepleegd door onbekenden als bekenden, vooral leraars of oversten en mannen uit de naaste omgeving (Pieters, 2010).

Sexpert peilt ook naar de relatie met de pleger voor de meest ingrijpende gebeurtenis. In de meeste gevallen gaat het over één pleger, een bekende en een man. Voor meisjes gaat het meestal om een familielid (31,3%), een kennis (27%). Voor jongens gaat het vaker om een onbekende (20,4%), een kennis (19,8%) of een leraar, begeleider, overste, hulpverlener (13,9%). We hebben in deze studie geen zicht op de leeftijd van de pleger (Buysse e.a., 2013).

Rol van de omgeving op seksueel grensoverschrijdend gedrag

Het onderzoek 'Geweld, gemeld en geteld' van het Kinderrechtencommissariaat peilde naar de omgeving waarin jongeren met seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG) te maken krijgen (De Rycke, 2011).

Seksueel grensoverschrijdend gedrag thuis

In de thuissituatie werd 7% van de respondenten met SGG geconfronteerd. 8% van de meisjes en 6% van de jongens werd met minstens één van de vormen van SGG te maken. Blootstelling aan expliciet seksuele beelden komt bij 3% van de jongens en bij 2% van de meisjes voor. Plegers zijn hier vaker leeftijdsgenoten van buiten het gezin (De Rycke, 2011).

Seksueel grensoverschrijdend gedrag op school

Op school kreeg 1 leerling op 3 af te rekenen met minstens één van de seksueel grensoverschrijdende handelingen, meestal gaat het om ongewenst kussen en ongewenst betasten. Vaak waren daar andere leeftijdsgenoten bij betrokken (De Rycke, 2011).

Op school kreeg ook 1,9% te maken met seksuele exploitatie zoals een beloning of geld krijgen om seksuele dingen te doen (1,2%), of tegen de wens figureren in een seksfilm (0,7%).

Seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sport en jeugdbeweging

In de sport zien we dat 10% af te rekenen kreeg met ten minste een vorm van SGG, in de jeugdbeweging is dat 3%. Ongewild kussen, geslachtsdelen bekijken of aanraken en ongewild seks hebben komt het meest voor. Meestal zijn ook hier de leeftijdsgenoten verantwoordelijk. Enkel bij 'expliciete beelden moeten zien' worden vaker volwassenen aangeduid als verantwoordelijke (De Rycke, 2011).