Iedereen heeft een seksuele voorkeur of 'oriëntatie'. Voor sommige mensen is die duidelijk. Andere mensen twijfelen meer, of herkennen zich niet in de klassieke hokjes. 

Door les te geven over seksuele oriëntatie help je kinderen en jongeren om bij hun eigen gevoelens stil te staan. En leer je hen respect te tonen voor ieders seksuele voorkeur. 

Vragen van jongeren over seksuele oriëntatie 

  • Wat is homoseksualiteit? Wat zijn holebi's? 
  • Kunnen homo's ook kinderen krijgen? 
  • Hoe weet ik zeker dat ik homo of lesbisch ben? 
  • Hoe ontstaat homofobie? 
  • Wanneer doe ik mijn coming-out? 
  • Waar ontmoet ik andere holebi-jongeren? 

Bekijk de vragen van jongeren op Lumi.be

Seksuele oriëntatie in de seksuele ontwikkeling

  • Peuters van 2 tot 3 jaar weten of ze een jongen of een meisje zijn en kunnen anderen in die categorieën indelen. 
  • Kleuters en kinderen van 3 tot 7 jaar leren dat jongens mannen worden en meisjes vrouwen. En dat geslacht niet verandert door andere kleren of haartooi. Ze gaan op zoek naar rolpatronen en zoeken bevestiging bij leeftijdsgenootjes.
  • Sommige kleuters zeggen dat ze interesses hebben die eerder geassocieerd worden met het ‘ander’ geslacht.
  • Sommige kleuters vertellen dat ze zich voelen als iemand van het ‘ander’ geslacht. Het is moeilijk in te schatten bij welke kinderen dit gevoel en/of deze interesses vanzelf verdwijnen of niet. Lees hier meer over bij Transgender Infopunt
  • Kinderen (6-12 jaar) beleven vaak hun eerste verliefdheid, knopen hun eerste relaties aan of breken ze af.
  • Bij jongeren beginnen de hormonen te werken. Jongeren voelen zich soms intens verliefd en ontdekken hun seksuele aantrekking.
  • Hetero-jongeren zien veel andere hetero's rond zich. Dat maakt het makkelijk om hun seksuele oriëntatie te aanvaarden. Het lag altijd al binnen de verwachting.
  • De meeste holebi-jongeren ontdekken hun seksuele oriëntatie wanneer ze op de middelbare school zitten. Maar ze hebben daarvoor al vaak het gevoel 'anders' te zijn. Voor hen is het moeilijker om hun seksuele oriëntatie te aanvaarden. Ze hebben minder rolmodellen. En er wordt vaak neerbuigend gedaan over hun seksuele oriëntatie of genderexpressie.
  • Holebi-jongeren beginnen zich vaak al te outen op de middelbare school, maar niet alle holebi's willen dat al op die leeftijd. Die coming-out is een continu proces. Het komt telkens terug als je in een nieuwe omgeving terechtkomt. Na de eerste coming-out is er vaak een coming-in. Je wordt dan verwelkomd in de gay community.
  • Een minderheid van de jongeren staat negatief tegenover holebiseksualiteit, vooral jongens. In 2013 was er een minderheid (15% of minder van de jongeren afhankelijk van de vraag) die negatieve attitudes had. Meisjes hadden iets positievere attitudes, oudere jongeren ook. In cijfers uit 2017 zien we vergelijkbare cijfers over acceptatie en het verschil jongens-meisjes. Meer info vind je op de Interactieve analyses SCV-survey Vlaanderen.
  • Er bestaat meer onverdraagzaamheid tegenover homo's dan tegenover lesbiennes. Onverdraagzaamheid kan leiden tot zelfhaat, depressie of zelfs zelfmoord.
De aanpak 'Vandaag zullen we het eens over holebi's hebben', dat werkt dus niet.
Steffie De Baerdemaeker, leraar lager onderwijs

7 Lestips voor een les over seksuele oriëntatie

Bij vorming over dit thema gaat het om meer dan attitudevorming alleen. Werk ook aan kennis en vaardigheden.

1. Vertrek vanuit 'seksuele oriëntatie'

Integreer holebi-seksualiteit in een les over seksuele oriëntatie. Want holebi-seksualiteit is maar een variatie van dezelfde gevoelens. Zo maak je er niet 'iets anders' van.

Probeer seksuele oriëntatie ook aan te kaarten bij lessen over andere thema's: verliefdheid, relaties, gezinsvormen, soa's, seksuele rechten, voortplanting, flirten en versieren, sexting, gender.

2. Bekijk seksuele oriëntatie als een spectrum 

Vroeger bekeek men seksuele oriëntatie erg binair: je was 100 procent hetero of 100 procent homoseksueel.

Nu weten we dat mensen zichzelf eerder op een schaal van mogelijkheden plaatsen. Sommigen ervaren geen seksuele aantrekking, anderen letten minder op het gender of geslacht van anderen, en er zijn ook mensen die geen label willen. 

3. Let op het taalgebruik

Soms bedoelen jongeren met 'gay' dat een jongen een vrouwelijkere genderexpressie heeft, niet dat hij zich aangetrokken voelt tot andere jongens. De genderkoek helpt je om de verschillende termen duidelijk te krijgen. 

4. Pak vooroordelen en stereotypen aan

Er bestaan veel stereotiepe ideeën over de relatie- en seksualiteitsbeleving van holebi's. Je zal je leerlingen (en jezelf) er misschien wel eens op betrappen.

5. Werk aan respect voor diversiteit

Werk in de basisschool vooral aan respect voor diversiteit in het algemeen: bijvoorbeeld jongens/meisjes, verschillende gezinsvormen, ... en betrek er ook de ouders bij.

  • Laat jongeren eerst gesprekken voeren over andere thema's en op die manier oefenen. 
  • Zoek naar werkvormen die de overeenkomsten in de verf zetten en geef verschillen een plaats als variaties daarop.
  • Groepen indelen naargelang cultuur of levensbeschouwing is dus geen goed idee.

Bekijk ook: Lesgeven over relaties en seksualiteit aan superdiverse klassen.

6. Hou rekening met de holebi-jongeren in jouw klas

Misschien zijn er ook holebi-jongeren in jouw klas. Sommige jongeren kunnen al ervaring hebben met discriminatie of pesterijen omwille van hun seksuele oriëntatie.

Je hoeft hen niet anders te behandelen of meer aan het woord te laten. Zorg gewoon voor een veilige sfeer en laat hen de keuze om er wel of niet over te praten. Zo staan ze niet ongewild in de belangstelling.

7. Maak een beleid voor een holebi-vriendelijke school 

Jouw school kan een open, veilige omgeving voor niet-heterojongeren zijn, maar dat gebeurt vaak niet vanzelf. Om een LGBT+-vriendelijke school te maken, stel je best een beleid op hierover. Gebruik daarvoor de beleidstool Grenswijs.be

Basisonderwijs: leerdoelen en leerlijn over homoseksualiteit

Kinderen 

  • Weten dat sommige mensen verliefd worden op mensen van hetzelfde geslacht, en soms trouwen of kinderen krijgen. 
  • Weten dat ze zelf mogen kiezen aan wie en wanneer ze vertellen dat ze op iemand verliefd zijn.
  • Zijn begripvol en respectvol tegenover holebi's.

Kleuters (3-6 jaar)

Bespreek: op wie word je verliefd?  

  • Je wordt verliefd op een persoon omdat je die leuk, mooi, grappig,... vindt.   
  • Meisjes kunnen dus ook verliefd worden op meisjes en jongens op jongens.   
  • Sommige mensen worden meerdere keren in hun leven op iemand anders verliefd.  
  • Je kan dus bijvoorbeeld een mama en een papa, twee mama’s of twee papa’s, een pluspapa, een stiefmama of een pleegmama hebben.  

Kinderen (6-9 jaar)

Bespreek: op wie word je verliefd?  

Je kan hiervoor dezelfde vragen gebruiken als in de leerlijn 3-6 jaar.

Zie ook leerlijn over vriendschap en verliefdheid.

Kinderen (9-12 jaar)

Bespreek: op wie word je verliefd?  

  • Je wordt verliefd op een persoon omdat je die leuk, mooi, grappig vindt.  
  • Je wil veel bij die persoon zijn, met die persoon hand in hand lopen, kussen, kindjes opvoeden. 
  • Je kan verliefd worden op iemand van het andere geslacht (hetero), iemand van hetzelfde geslacht (homo of lesbisch) of je kan op beide geslachten verliefd worden (biseksueel).  
  • Je kiest niet op wie je verliefd wordt, dat gebeurt. Je kan dat te weten komen doordat je verliefde gevoelens begint te krijgen.   
  • Je mag verliefd worden op wie je wil.  

Bespreek: aan wie vertel je het als verliefd bent? 

  • Verliefdheid is voor holebi’s hetzelfde als voor hetero’s.
  • Ben je verliefd? Je kan zelf kiezen wanneer en aan wie je dat wil vertellen. 
  • Je kan met je vragen over verliefdheid altijd terecht bij Awel.   

Bespreek: een vriend(in) is verliefd op iemand van zelfde geslacht

Hoe reageer jij als een jongen die je kent verliefd wordt op een jongen of een meisje op een meisje?   

  • Vraag aan de leerlingen hoe ze zich daarbij zouden voelen en hoe ze zouden reageren.  
  • Ze hoeven dit niet noodzakelijk leuk te vinden. Maar ze moeten wel vriendelijk en beleefd zijn tegenover holebi's. Iemand beledigen kan niet.

Secundair onderwijs: leerdoelen en leerlijn over homoseksualiteit

Jongeren

  • Weten wat seksuele oriëntatie is, en dat het oké is om over je seksuele oriëntatie te twijfelen.
  • Weten welke rechten holebi’s hebben.
  • Weten bij wie ze terecht kunnen met vragen over hun seksuele oriëntatie.
  • Denken kritisch na over hun attitudes en gedrag naar holebi’s.

Eerste graad (12-14 jaar)

Bespreek: hoe weet ik of ik holebi ben?  

Leg deze aspecten van 'seksuele oriëntatie' uit:

  • Je kan verliefd worden op iemand van het andere geslacht/gender (hetero), iemand van hetzelfde geslacht/gender (homo of lesbisch) of je kan op beide geslachten/genders verliefd worden (biseksueel).  
  • Je kiest niet op wie je verliefd wordt, dat gebeurt gewoon. Je komt het pas te weten doordat je verliefde gevoelens begint te krijgen. 
  • Het is ook normaal als je twijfelt over je oriëntatie. 
  • Ben je verliefd, of voel je je aangetrokken tot iemand? Je kan zelf kiezen wanneer en aan wie je dat wil vertellen.

Lees meer over seksuele oriëntatie.

Bespreek: welke rechten hebben holebi’s?     

  • Mensen hebben het recht om verliefd te zijn, een relatie of seks te hebben met de persoon op wie ze verliefd zijn. Behalve als de seksuele relatie door de wet verboden is. 
  • In België kan sinds 2003 iedereen trouwen met iemand van hetzelfde geslacht. In sommige landen kunnen holebi’s niet voor de wet trouwen of worden ze gediscrimineerd, vervolgd of zelfs ter dood veroordeeld.
  • Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie is bij wet verboden.
  • In België kunnen 2 mannen of 2 vrouwen samen ouder zijn van een kind, alleenstaande personen ook. 
  • Seksuele oriëntatie als motief voor geweldpleging geldt als verzwarende omstandigheid. 

Bespreek: aan wie zou ik het zeggen als ik op hetzelfde geslacht val?   

  • Je kan hierover praten met iemand bij wie je je goed voelt.   
  • Vraag hoe ze zouden willen dat anderen met hen omgaan als ze zichzelf outen.  

Jongeren kunnen terecht bij Lumi.be, Min19.be of Weljong vzw.  

Bespreek: een vriend(in) is holebi

  • Vraag aan jongeren: een vriend(in) wordt verliefd op iemand van hetzelfde geslacht, hoe zou je reageren? 
  • Hoe praten jongeren over holebi's? Gebruiken ze soms grapjes of scheldwoorden? Holebi-jongeren voelen zich ongemakkelijk of gekwetst daardoor, ook als het niet kwaad bedoeld is. 

Tweede graad (14-16 jaar)

Bespreek: hoe weet ik of ik holebi ben?  

Gebruik hiervoor de inhoud uit de eerste graad en vul aan: 

Niet iedereen ervaart een seksuele aantrekking tot anderen, dat noemen we aseksualiteit. Aseksuele mensen hebben soms wel een romantische aantrekking tot anderen, soms niet. 

Panseksuele mensen kijken minder naar anderen hun geslacht of gender, en zijn eerder aangetrokken tot persoonlijkheden. 

Sommige mensen herkennen zich niet in de meest gebruikte labels, of kleven liever geen etiket op zichzelf.

Bespreek: welke rechten hebben holebi’s?   

Gebruik hiervoor de inhoud uit de eerste graad en vul aan:

Kleine discriminaties en opmerkingen kunnen er na verloop van tijd voor zorgen dat mensen zich niet goed voelen, of zichzelf niet durven zijn.

Bespreek: waar zoek je hulp?

Aan wie en hoe zou je het zeggen als je op hetzelfde geslacht valt of je je niet zo goed voelt in jouw geboortegeslacht?   

Gebruik hiervoor verder de inhoud uit de eerste graad.

Bespreek: je vriend(in) is holebi

Vraag aan jongeren: een vriend(in) wordt verliefd op iemand van hetzelfde geslacht, hoe zou je reageren?  

Hoe praten jongeren over niet-heteroseksuele mensen? Gebruiken ze soms grapjes of scheldwoorden? Mensen voelen zich ongemakkelijk of gekwetst daardoor, ook als het niet kwaad bedoeld is.  

Derde graad (16-18 jaar)

Bespreek: wat is seksuele oriëntatie?  

Seksuele oriëntatie is een mengvorm van seksuele aantrekking, seksueel gedrag en zelfidentificatie. 

Jongeren hoeven hun seksuele voorkeuren niet per se een naam te geven. Maar het helpt wel om erover te praten. Het is normaal als jongeren twijfelen over hun geaardheid. De samenleving is heel erg georiënteerd op hetero's, dat zie je ook het meest in de media. 

Meer uitleg over deze termen vind je op Lumi.be en op Çavaria.be

Bespreek: wanneer zeg je dat je niet-hetero bent? 

  • Jongeren kunnen zelf kiezen wanneer en met wie ze erover praten.
  • Sommige holebi’s en queers vrezen de reacties van hun ouders of vrienden. Voor sommigen valt er een last van hun schouders als ze ‘uit de kast komen’. Ze kunnen er dan eindelijk open over praten en hoeven het niet meer te verbergen.
  • Je kan bij vragen over coming-out altijd terecht bij Weljong vzw of Lumi 
  • Eens je jezelf ge-out hebt, zal je vlotter in contact komen met andere holebi’s die deels dezelfde ervaringen hebben als jij (‘coming-in’). Let op: in bepaalde homo-milieus hebben oudere homomannen en jongere homomannen seks. Dat is oké als je dat zelf wil, maar voel je grenzen aan en maak een bewuste keuze over je eerste keer. 
  • Mannen die seks hebben met mannen lopen een hoger risico op besmetting met bepaalde soa’s zoals hiv, syfilis en hepatitis. Veilig vrijen is dus nóg belangrijker voor hen.  

Bespreek: welke rechten hebben holebi’s?   

Gebruik hiervoor de inhoud uit de eerste graad 

Op Lumi kan je meer informatie vinden over ouderschap.

Bespreek: omgaan met negatieve opmerkingen

  • Hoe praten jongeren over niet-heteroseksuele mensen? Gebruiken ze soms grapjes of scheldwoorden? Mensen voelen zich ongemakkelijk of gekwetst daardoor, ook als het niet kwaad bedoeld is.  
  • Als je iemand een homofobe opmerking hoort maken, benoem dan dit gedrag en keur het af.  
  • Holebi’s en transgenders hebben meer kans om slachtoffer te worden van discriminatie, (seksueel) geweld, meer kans op soa’s, meer kans op depressie en zelfmoord door (zelf)stigmatisering.  

Bespreek: aan wie vertel ik dat ik op hetzelfde geslacht val?   

  • Je kan erover praten met iemand bij wie je je goed voelt.   
  • Bevraag de leerlingen over hoe ze zouden willen dat anderen met hen omgaan als ze zichzelf outen.  
  • Je kan ook terecht bij andere organisaties, zoals Lumi.be, min19.be of Weljong vzw. 

Werkvormen en materialen over seksuele oriëntatie

Stellingen en mythes, een groepsgesprek, een discussie of een getuigenis zijn uitstekende werkvormen voor vormingen over seksuele oriëntatie.

Gebruik dit lesmateriaal over seksuele diversiteit:

Lou

Kathleen Amant en Steven De Baerdemaeker
Les- en vormingsmateriaal | Van 3 tot 5 jaar
AankopenDownloaden

De dokter Bea show - lesmodules

Sensoa en KetNet
Websites en online tools | Van 9 tot 12 jaar
AankopenDownloaden

#SoWhat?! The gayme

Spelmateriaal | Van 12 tot 15 jaar
AankopenDownloadenOntlenen

JEF jeugdfilms - lesmappen

Websites en online tools | Van 6 tot 18 jaar
AankopenOnline bekijken

JEF biedt jeugdfilms en bijhorende lesmappen aan over relaties en seksualiteit voor lager en secundair onderwijs. Ook over seksuele oriëntatie.

Opleiding voor professionals over seksuele opvoeding

In deze vormingen kunnen we extra aandacht besteden aan seksuele oriëntatie en genderdiversiteit: 

Ben je leraar? Andere onderwijsprofessional? Ontdek alles over seksuele voorlichting, lesmaterialen en leerlijnen voor kleuter, lager en secundair onderwijs.

Hoe praat je over relaties en seksualiteit met cliënten, jongeren, anderstaligen? Maak kennis met de Onder 4 Ogen gespreksmethodiek.

Hoe werkt Steffie schoolbreed aan diversiteit? Praktijkverhaal

Steffie De Baerdemaeker is leraar lager onderwijs en werkte ook voor Çavaria. Zij vertelt hoe ze genderdiversiteit bespreekbaar maakt op school.