Het blijft nodig om met jongeren rond seksuele oriëntatie te werken.

Waarom? Iedereen heeft een seksuele voorkeur of 'oriëntatie'. Voor sommige mensen is die duidelijk. Andere mensen twijfelen meer, of herkennen zich niet in de klassieke hokjes. 

Door les te geven over seksuele oriëntatie help je kinderen en jongeren om bij hun eigen gevoelens stil te staan. En leer je hen begrip op te brengen voor holebi's. 

Vragen van jongeren over seksuele oriëntatie 

  • Wat is homoseksualiteit? Wat zijn holebi's? 
  • Kunnen homo's ook kinderen krijgen? 
  • Hoe weet ik zeker dat ik homo of lesbisch ben? 
  • Hoe ontstaat homofobie? 
  • Wanneer doe ik mijn coming-out? 
  • Waar ontmoet ik andere holebi-jongeren? 

Bekijk de vragen van jongeren op Lumi.be

Seksuele oriëntatie in de seksuele ontwikkeling

  • Kleuters (3-5 jaar) weten dat 'jongen' of 'meisje' zijn definitief is en dat jongens mannen worden en meisjes vrouwen. Ze gaan op zoek naar rolpatronen en zoeken bevestiging bij leeftijdsgenootjes. 
  • Kinderen (6-12 jaar) beleven vaak hun eerste verliefdheid, knopen hun eerste relaties aan of breken ze af.
  • Bij jongeren beginnen de hormonen te werken. Jongeren voelen zich soms intens verliefd en ontdekken hun seksuele aantrekking.
  • Hetero-jongeren zien veel andere hetero's rond zich. Dat maakt het makkelijk om hun seksuele oriëntatie te aanvaarden. Het lag altijd al binnen de verwachting.
  • De meeste holebi-jongeren ontdekken hun seksuele oriëntatie wanneer ze op de middelbare school zitten. Maar ze hebben daarvoor al vaak het gevoel 'anders' te zijn. Voor hen is het moeilijker om hun seksuele oriëntatie te aanvaarden. Ze hebben minder rolmodellen. En er wordt vaak neerbuigend gedaan over hun seksuele oriëntatie of genderexpressie.
  • Holebi-jongeren beginnen zich vaak al te outen op de middelbare school, maar niet alle holebi's willen dat al op die leeftijd. Die coming-out is een continu proces. Het komt telkens terug als je in een nieuwe omgeving terechtkomt. Na de eerste coming-out is er vaak een coming-in. Je wordt dan verwelkomd in de gay community.
  • Veel jongeren, vooral jongens, staan negatief tegenover holebiseksualiteit. Er bestaat meer onverdraagzaamheid tegenover homo's dan tegenover lesbiennes. Onverdraagzaamheid kan leiden tot zelfhaat, depressie of zelfs zelfmoord.
De aanpak 'Vandaag zullen we het eens over holebi's hebben', dat werkt dus niet.
Steffie De Baerdemaeker, leraar lager onderwijs

Lestips voor een les over seksuele oriëntatie

Bij vorming over dit thema gaat het om meer dan attitudevorming alleen. Werk ook aan kennis en vaardigheden.

Vertrek vanuit 'seksuele oriëntatie'

Integreer homoseksualiteit in een les over seksuele oriëntatie. Het is immers maar een variatie van dezelfde gevoelens. Zo maak je er niet 'iets anders' van.

Probeer het ook aan te kaarten bij lessen over andere thema's: verliefdheid, relaties, gezinsvormen, soa's, seksuele rechten, voortplanting, flirten en versieren, sexting, gender.

Let op het taalgebruik

Soms bedoelen jongeren met 'gay' dat een jongen een vrouwelijkere genderexpressie heeft, niet dat hij zich aangetrokken voelt tot andere jongens. De genderkoek helpt je om de verschillende termen duidelijk te krijgen. 

Pak vooroordelen en stereotypen aan

Er bestaan veel stereotiepe ideeën over de relatie- en seksualiteitsbeleving van holebi's. Je zal je leerlingen (en jezelf) er misschien wel eens op betrappen.

Gebruik het lespakket Weetewa, ge zijt mijn stereotype niet om die te bespreken. 

Werk aan respect voor diversiteit

Werk in de basisschool vooral aan respect voor diversiteit in het algemeen (bijvoorbeeld jongens/meisjes, verschillende gezinsvormen) en betrek er ook de ouders bij.

  • Laat jongeren eerst gesprekken voeren over andere thema's en op die manier oefenen. 
  • Zoek naar werkvormen die de overeenkomsten in de verf zetten en geef verschillen een plaats als variaties daarop.
  • Groepen indelen naargelang cultuur of levensbeschouwing is dus geen goed idee.

Dwing leerlingen niet om holebiseksualiteit leuk of oké te vinden

Het is niet jouw taak als leraar om je klas te overtuigen. Leerlingen hoeven holebiseksualiteit niet leuk, oké of gelijkwaardig te vinden. Voor sommige jongeren staat dit te ver af van wat ze eerder uit hun omgeving hebben geleerd. 

Bied hen wél nieuwe perspectieven en laat hen kritisch nadenken over hun eigen denkwijze. 

Hou rekening met de holebi-jongeren in jouw klas

Misschien zijn er ook holebi-jongeren in jouw klas. Een aantal jongeren kan al ervaring hebben met discriminatie of pesterijen omwille van zijn of haar seksuele oriëntatie.

Je hoeft hen niet anders te behandelen of meer aan het woord te laten. Zorg gewoon voor een veilige sfeer en laat hen de keuze om er wel of niet over te praten. Zo staan ze niet ongewild in de belangstelling. 

Basisonderwijs: leerdoelen en leerlijn over homoseksualiteit

Kinderen 

  • Weten dat sommige mensen verliefd worden op mensen van hetzelfde geslacht, en soms trouwen of kinderen krijgen. 
  • Weten dat ze zelf mogen kiezen aan wie en wanneer ze vertellen dat ze op iemand verliefd zijn.
  • Zijn begripvol en respectvol tegenover holebi's.

Kleuters (3-6 jaar)

Bespreek: op wie word je verliefd?  

  • Je wordt verliefd op een persoon omdat je die leuk, mooi, grappig,... vindt.   
  • Meisjes kunnen dus ook verliefd worden op meisjes en jongens op jongens.   
  • Sommige mensen worden meerdere keren in hun leven op iemand anders verliefd.  
  • Je kan dus bijvoorbeeld een mama en een papa, twee mama’s of twee papa’s, een pluspapa, een stiefmama of een pleegmama hebben.  

Kinderen (6-9 jaar)

Bespreek: op wie word je verliefd?  

Je kan hiervoor dezelfde vragen gebruiken als in de leerlijn 3-6 jaar.

Zie ook leerlijn over vriendschap en verliefdheid.

Kinderen (9-12 jaar)

Bespreek: op wie word je verliefd?  

  • Je wordt verliefd op een persoon omdat je die leuk, mooi, grappig vindt.  
  • Je wil veel bij die persoon zijn, met die persoon hand in hand lopen, kussen, kindjes opvoeden. 
  • Je kan verliefd worden op iemand van het andere geslacht (hetero), iemand van hetzelfde geslacht (homo of lesbisch) of je kan op beide geslachten verliefd worden (biseksueel).  
  • Je kiest niet op wie je verliefd wordt, dat gebeurt. Je kan dat te weten komen doordat je verliefde gevoelens begint te krijgen.   
  • Je mag verliefd worden op wie je wil.  

Bespreek: aan wie vertel je het als verliefd bent? 

  • Verliefdheid is voor holebi’s hetzelfde als voor hetero’s.
  • Ben je verliefd? Je kan zelf kiezen wanneer en aan wie je dat wil vertellen. 
  • Je kan met je vragen over verliefdheid altijd terecht bij Awel.   

Bespreek: een vriend(in) is verliefd op iemand van zelfde geslacht

Hoe reageer jij als een jongen die je kent verliefd wordt op een jongen of een meisje op een meisje?   

  • Vraag aan de leerlingen hoe ze zich daarbij zouden voelen en hoe ze zouden reageren.  
  • Ze hoeven dit niet noodzakelijk leuk te vinden. Maar ze moeten wel vriendelijk en beleefd zijn tegenover holebi's. Iemand beledigen kan niet.

Secundair onderwijs: leerdoelen en leerlijn over homoseksualiteit

Jongeren

  • Weten wat seksuele oriëntatie is, en dat het oké is om over je seksuele oriëntatie te twijfelen.
  • Weten welke rechten holebi’s hebben.
  • Weten bij wie ze terecht kunnen met vragen over hun seksuele oriëntatie.
  • Denken kritisch na over hun attitudes en gedrag naar holebi’s.

Eerste graad (12-14 jaar)

Bespreek: hoe weet ik of ik holebi ben?  

Leg deze aspecten van 'seksuele oriëntatie' uit:

  • Je kan verliefd worden op iemand van het andere geslacht (hetero), iemand van hetzelfde geslacht (homo of lesbisch) of je kan op beide geslachten verliefd worden (biseksueel).  
  • Je kiest niet op wie je verliefd wordt, dat gebeurt gewoon. Je komt het pas te weten doordat je verliefde gevoelens begint te krijgen. 
  • Het is ook normaal als je twijfelt over je oriëntatie. 
  • Val je op iemand van hetzelfde geslacht? Je kan zelf kiezen wanneer en aan wie je dat wil vertellen.

Lees meer over seksuele oriëntatie.

Bespreek: welke rechten hebben holebi’s?     

  • Mensen hebben het recht om verliefd te zijn, een relatie of seks te hebben met de persoon op wie ze verliefd zijn. Behalve als de seksuele relatie door de wet verboden is. 
  • In België kunnen holebi’s sinds 2003 trouwen voor de wet. In sommige landen kunnen holebi’s niet voor de wet trouwen of worden ze  gediscrimineerd, vervolgd of zelfs ter dood veroordeeld.
  • Discriminatie op basis van seksuele oriëntatie is bij wet verboden.
  • In België hebben holebi’s het recht om kinderen te krijgen. 
  • Seksuele oriëntatie als motief voor geweldpleging geldt als verzwarende omstandigheid. 

Bespreek: aan wie zou ik het zeggen als ik op hetzelfde geslacht val?   

  • Je kan hierover praten met iemand bij wie je je goed voelt.   
  • Vraag hoe ze zouden willen dat anderen met hen omgaan als ze zichzelf outen.  

Jongeren kunnen terecht bij Lumi.be, Min19.be of Weljongniethetero.  

Bespreek: een vriend(in) is holebi

  • Vraag aan jongeren: een vriend(in) wordt verliefd op iemand van hetzelfde geslacht, hoe zou je reageren? 
  • Hoe praten jongeren over holebi's? Gebruiken ze soms grapjes of scheldwoorden? Holebi-jongeren voelen zich ongemakkelijk of gekwetst daardoor, ook als het niet kwaad bedoeld is. 

Tweede graad (14-16 jaar)

Bespreek: hoe weet ik of ik holebi ben?  

Gebruik hiervoor de inhoud uit de eerste graad

Bespreek: welke rechten hebben holebi’s?   

Gebruik hiervoor de inhoud uit de eerste graad

Bespreek: waar zoek je hulp?

Aan wie en hoe zou je het zeggen als je op hetzelfde geslacht valt of je je niet zo goed voelt in jouw geboortegeslacht?   

Gebruik hiervoor verder de inhoud uit de eerste graad 

Bespreek: je vriend(in) is holebi

Vraag aan de jongeren: hoe zou jij reageren als een jongen die je kent verliefd wordt op een jongen of een meisje op een meisje?   

Gebruik hiervoor verder de inhoud uit de eerste graad

Derde graad (16-18 jaar)

Bespreek: wat is seksuele oriëntatie?  

Seksuele oriëntatie is een mengvorm van seksuele aantrekking, seksueel gedrag en zelfidentificatie. Bespreek en verklaar enkele termen zoals seksuele oriëntatie, romantische oriëntatie, aseksualiteit, panseksualiteit.

Jongeren hoeven hun seksuele voorkeuren niet per se een naam te geven. Maar het helpt wel om erover te praten. Het is normaal als jongeren twijfelen over hun geaardheid. De samenleving is heel erg georiënteerd op hetero's, dat zie je ook het meest in de media. 

Meer uitleg over deze termen vind je op Lumi.be en op Çavaria.be

Bespreek: wanneer zeg je dat je homo, lesbisch of bi bent? 

  • Jongeren kunnen zelf kiezen wanneer en met wie ze erover praten.
  • Sommige holebi’s vrezen de reacties van hun ouders of vrienden. Voor sommigen valt er een last van hun schouders als ze ‘uit de kast komen’. Ze kunnen er dan eindelijk open over praten en hoeven het niet meer te verbergen.
  • Je kan bij vragen over coming-out altijd terecht bij Weljongniethetero of Lumi 
  • Eens je jezelf ge-out hebt, zal je vlotter in contact komen met andere holebi’s die deels dezelfde ervaringen hebben als jij (‘coming-in’). Let op: in bepaalde homo-milieus hebben oudere homomannen en jongere homomannen seks. Dat is oké als je dat zelf wil, maar voel je grenzen aan en maak een bewuste keuze over je eerste keer. 
  • Homoseksuele mannen lopen een hoger risico op besmetting met bepaalde soa’s zoals hiv, syfilis en hepatitis. Veilig vrijen is dus nóg belangrijker voor deze mensen.  

Bespreek: welke rechten hebben holebi’s?   

Gebruik hiervoor de inhoud uit de eerste graad 

Op Lumi kan je meer informatie vinden over ouderschap.

Bespreek: omgaan met negatieve opmerkingen

  • Hoe praten jongeren over holebi's? Gebruiken ze soms grapjes of scheldwoorden? Holebi-jongeren voelen zich ongemakkelijk of gekwetst daardoor, ook als het niet kwaad bedoeld. 
  • Als je iemand een homofobe opmerking hoort maken, benoem dan dit gedrag en keur het af.  
  • Holebi’s en transgenders hebben meer kans om slachtoffer te worden van discriminatie, (seksueel) geweld, meer kans op soa’s, meer kans op depressie en zelfmoord door (zelf)stigmatisering.  

Bespreek: aan wie vertel ik dat ik op hetzelfde geslacht val?   

  • Je kan hierover praten met iemand bij wie je je goed voelt.   
  • Bevraag de leerlingen over hoe ze zouden willen dat anderen met hen omgaan als ze zichzelf outen.  
  • Je kan ook terecht bij andere organisaties, zoals Lumi.be, min19.be of Weljongniethetero. 

Werkvormen en materialen over seksuele oriëntatie

Stellingen en mythes, een groepsgesprek, een discussie of een getuigenis zijn uitstekende werkvormen voor vormingen over seksuele oriëntatie.

Gebruik dit lesmateriaal over seksuele diversiteit:

Het huis van Lou - speelset

Spelmateriaal | Van 3 tot 7 jaar
AankopenDownloadenOntlenen

Educatieve speelset rond diversiteit voor kleuters en jonge lagere schoolkinderen.

Er was eens... een regenboog

Kaj Poelman
Les- en vormingsmateriaal | Van 6 tot 11 jaar
AankopenOnline bekijkenOntlenen

Educatieve map om kinderen in het lager onderwijs kennis te laten maken met genderdiversiteit en seksuele identiteit.

#SoWhat?! The gayme

Spelmateriaal | Van 12 tot 15 jaar
AankopenDownloadenOntlenen

Spel dat onderwerpen als seksualiteit, holebi en transgender bespreekbaar maakt en het taboe doorbreekt.

Weetewa... ge zijt mijn stereotype niet

Lies Verhetsel (hoofdredactie)
Les- en vormingsmateriaal | Van 14 tot 17 jaar
AankopenDownloadenOntlenen

Educatief pakket over genderstereotypen en homofobie.

Opleiding voor professionals over seksuele opvoeding

In deze vormingen kunnen we extra aandacht besteden aan seksuele oriëntatie en genderdiversiteit: 

In deze opleiding leer je praten met kleuters en kinderen over relaties, lichaam en seksualiteit. We passen de inhoud aan aan jouw setting of doelgroep.

Leer met jongeren praten over seksualiteit en relaties. Programma opbouwen, lesmaterialen, begeleidershouding

Hoe werkt Steffie schoolbreed aan diversiteit? Praktijkverhaal

Steffie De Baerdemaeker is leraar lager onderwijs en werkte ook voor Çavaria. Zij vertelt hoe ze genderdiversiteit bespreekbaar maakt op school.